College wijsbegeerte: Is frustratie de enige oorzaak van agressie?

Voor het begrijpen van menselijke agressie moeten we kijken naar Freud. Volgens hem was de mens van nature drager van agressie, doceert hoogleraar Paul Moyaert.

Illustratie Roel Venderbosch

Het is begrijpelijk, beste studenten, dat we ons naar aanleiding van het vele geweld in de wereld, – oorlogsgeweld, verkrachting, pestgedrag, een piloot die zijn vliegtuig laat neerstorten –, afvragen wat een samenleving kan doen om deze excessen te vermijden. Ik wil dit college gebruiken om een andere vraag te ontwikkelen, een vraag met weinig praktische consequenties maar wel een intellectueel uitdagende vraag. Hoe moeten we, gelet op het excessieve geweld in de wereld, nadenken over menselijke agressie? Het feit dat nadenken het verstand blij maakt, is filosofisch gezien al een goede reden om na te denken. Ik laat mij voor een aantal belangrijke punten inspireren door Freud, die onder andere ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog steeds meer over agressie begon na te denken.

Je hebt geweld nodig om voedsel te verwerven, eigendom te beschermen, enzovoort. Zeker, je kunt betreuren dat leven zonder geweld niet mogelijk is, maar niemand is geneigd diepgaand te verwijlen in speculaties over een wereld zonder geweld, zonder agressie. Want ook agressie hebben we nodig, er is agressie die nuttig en gepast is. Uitgangspunt van onze intellectuele nieuwsgierigheid is daarom: misplaatst of buitensporig geweld.

Vier soorten misplaatst geweld

Wanneer, zo zal u zich afvragen, is geweld misplaatst of buitensporig? Het vertrekpunt is steeds wat wij in onze gemeenschap onder ‘gepast geweld’ verstaan. Geweld is dan buitensporig wanneer het afwijkt van wat wij gepast geweld noemen. Je kunt hier vier soorten misplaatst geweld onderscheiden.

Ten eerste, je gebruikt geweld voor zaken die het niet verdienen of niet de moeite waard zijn. Dat is het geval wanneer ik woedend word, omdat de poetsvrouw deze ochtend mijn kopje met aangekoekte koffie heeft afgewassen. Veel huiselijk geweld valt hieronder. Je ontploft omwille van een snufje te veel of te weinig zout.

Ten tweede, de zaak waarvoor je geweld inzet verdient wellicht dat je geweld gebruikt – zo moet je bijvoorbeeld geweld gebruiken om je land te verdedigen –, maar je geweld is ongepast omdat je te veel geweld gebruikt: je straft iemand erger dan hij het verdient.

Er is ten derde de vaststelling dat je uit geweld meer genot haalt dan gepast. Je geniet ervan een student die zich in het examen klemrijdt te blijven bestoken met moeilijke vragen. Of neem pestgedrag, en andere vormen van puur sadisme.

Ten slotte zijn er nog buitensporige zelfverwijten, agressie tegenover jezelf. Dit doet zich vaak voor bij depressieve toestanden. Van Freud hebben we geleerd dat toestanden die op het eerste gezicht alleen met de droefheid van een tegenslag te maken hebben, zich vaak vermengen met naar binnen gekeerde agressie. In plaats van je boos te maken op wie de tegenslag heeft veroorzaakt keer je dan je agressie tegen jezelf.

Agressie die onderhuids blijft smeulen

Als we nu verder nadenken over de gruwel van ongepast geweld kan men zich afvragen waar dit geweld vandaan komt. Als ik jullie deze vraag stel zouden jullie al snel de volgende twee antwoorden bedenken. Beide antwoorden zijn geruststellend. Je moet, zo zullen jullie zeggen, de oorzaak zoeken in omgevingsfactoren. Het teveel aan geweld komt van een verkeerde opvoeding. Wie geweld gebruikt, is ook zelf in zijn jeugd het voorwerp van geweld geweest. Een andere versie van dezelfde verklaring: te veel geweld op de televisie – denk ook aan gewelddadige games – is oorzaak van misplaatst geweld. Toch is dit een optimistisch antwoord. Het geeft namelijk de suggestie dat excessief geweld te vermijden is wanneer de omstandigheden worden veranderd.

Volgens jullie tweede verklaring is de actuele wanverhouding het gevolg van uitgesteld geweld. Eertijds heb je bij een tegenwerking niet adequaat gereageerd, je hebt je agressie ingehouden en die is onderhuids blijven smeulen. De opgespaarde agressie ontploft nu naar aanleiding van een nieuwe tegenwerking, die associatief verbonden is met de eerdere. Evenzo pleegt men groot verdriet te verklaren met onverwerkt verdriet uit je jeugd. Ook deze verklaring is optimistisch, omdat ze suggereert dat de wanverhouding zich niet had voorgedaan indien je vroeger adequater had gereageerd. Het is in elk geval zo, dat jullie samen met mij moeten vaststellen, dat deze verklaringen de oorzaak van de wanverhouding buiten het individu en buiten de agressie lokaliseren.

Freud geeft dramatische wending

Freud vraagt aandacht voor minder geruststellende dimensies van geweld. Zijn bijdrage maakt de zojuist geschetste antwoorden niet overbodig, maar geeft er een meer dramatische wending aan. Volgens Freud is de mens van nature drager van een oorspronkelijke zelfstandige agressiedrift met een eigen finaliteit, destructie. Ik leg dit uit. Dat alle agressie teruggaat op een zelfstandige agressiedrift wil zeggen dat onze agressie er niet is omdat ze nuttig en nodig is. Zeker, het leven kan agressie voor zijn doeleinden opeisen; je kunt agressie inzetten voor nuttige zaken en zaken die de moeite waard zijn. Volgens Freud blijft het nut dat we aan agressie kunnen toeschrijven echter secundair. Het ontstaan noch het bestaan ervan kun je verklaren vanuit de functies die agressie kan vervullen.

Er is agressie, die in principe alle richtingen uit kan, maar slechts één doel heeft: vernietigen. Het maakt niet uit wat. De agressiedrift is bevredigd wanneer ze agressieve handelingen kan stellen, zelfs wanneer ze haar agressie keert tegen jezelf. Deze visie van Freud is niet geruststellend. Ieder van ons zit opgezadeld met een hoeveelheid nutteloze boosaardigheid. Theologen zoals Luther en Calvijn, die de mens begrijpen vanuit een oorspronkelijke zondigheid, zullen zich er misschien over verwonderen dat Freud deze stelling verdedigt, maar niet over de inhoud ervan.

Agressie is een zelfstandige drift, een drift die niet ondergeschikt is aan iets anders. Wel heeft ze woede en haat nodig: zij pompen extra energie op waardoor de drift agressief kan blijven. Woede en haat illustreren allebei hoe de agressiedrift zichzelf kan voeden, maar verschillen verder sterk van elkaar.

Verschillen tussen haat en woede

Woede is explosief en ontploft altijd direct in je eigen gezicht. Je ontploft van woede. Haat is een dispositie en werkt als een sluipend gif. Met woede kun je niet leven, met haat wel – al zal ook haat je welzijn bederven. Wie woedend is, kan niet meer nadenken; woede schakelt het oordeelsvermogen uit. Wie haat, kan berekenend te werk gaan en onderzoeken hoe je de persoon het best kunt treffen. Haat haalt extra genot uit het feit dat het hatelijke object lijdt; sadisme is woede vreemd. Woede kan inefficiënt zijn, haat is dodelijk efficiënt. Als je het object waarop je woedend bent niet kunt treffen kun je een substituant zoeken. Desnoods gooi je om het even wat op de grond. Haat kan echter loskomen van het object, en doet dit om het nog beter te treffen.

Neem een student die door zijn leraar onheus werd behandeld: hij kreeg te weinig punten voor zijn paper. In plaats van boos te worden op je leraar of te klagen over zijn verregaande incompetentie ga je naar school met een kalasjnikov. Als je wild om je heen schiet in het leslokaal omdat je je leraar niet kunt raken, handel je uit woede. Als je de studenten neerschiet om zo je leraar nog harder te raken handel je uit haat.

Jullie kunnen nu zelf, beste studenten, onderzoeken wat er gebeurt wanneer een piloot zijn vliegtuig laat neerstorten. Uit woede of uit haat? We beoordelen woede en haat ook verschillend: wie woedend is kan zich belachelijk maken, wie haat is verachtelijk. Woede is niet gericht tegen de persoon, haat wel. Omwille van zijn homoseksualiteit haat je de persoon zelf. Ten slotte heeft haat, in tegenstelling tot woede, de neiging zich te generaliseren. Een vrouwenhater haat álle vrouwen.

Zowel buitensporige woede als haat roept het beeld op van agressie die zichzelf aanzwengelt, waardoor je in een draaikolk terechtkomt. Dit verklaart waarom agressie een onbetrouwbare bondgenoot van het leven is. Het leven kan niet zonder agressie, maar wanneer je agressie gebruikt weet je nooit of er niet meer agressie dan nodig zal vrijkomen. Daarom heeft alle agressie iets schrikwekkends.

We zijn drager van agressie

Volgens een gangbare visie is alle agressie een antwoord op frustratie. Ik geloof niet dat dit juist is. Zeker, er is agressie die wordt veroorzaakt door tegenwerking, maar de waarheid is eenvoudiger en dramatischer. We zijn drager van agressie die ons inwendig prikkelt en onrustig maakt. Vaak weten we niet hoe agressie ons prikkelt. De agressie die in ons opkomt wil maar één zaak, destructie. Maar de agressie die in ons opkomt, weet vaak niet waar ze heen moet. Agressie die nergens heen kan, kan even goed jezelf vernietigen. Eens geprikkeld zal agressie niet altijd wachten op een frustratie om te handelen. Nee, agressie is proactief en zal zelf gelegenheden zoeken, creëren en uitlokken om agressief te kunnen zijn. Frustraties zijn niet de enige oorzaak; we lokken zelf de omstandigheden uit om agressief te kunnen zijn. Ik denk dat jullie nu kunnen begrijpen waarom Freud ooit zei dat we oorlog voeren om agressieve handelingen te kunnen stellen.

Dit zijn wellicht geen rooskleurige gedachten, maar zoals ik reeds zei, maken zij het denken gezond. Want ze nodigen uit om verder na te denken.