Als het zo moet, blijft er in Griekenland geen boer over

Landbouwgrond biedt tal van financiële voordelen. Op last van

de Griekse geldschieters moet daar nu het mes is. „Op Syriza stemmen? Dat zullen we dus nooit meer doen.”

Grondbezit in Griekenland was tot voor kort fiscaal aantrekkelijk. Mede daardoor telt het land tien keer zo veel boeren als Nederland. Foto’s Spyros Tsakiris / AP, en Gianluca Colla / Getty Images.

Er was een tijd, nog niet zo lang geleden, dat er niets beters was dan boer zijn in Griekenland. Een bestaan vrij van bureaucratie en vol van het goede in het leven. Aangifte doen voor de inkomstenbelasting hoefde niet. EU-subsidies zorgden voor een gegarandeerde stroom inkomsten en een gloednieuwe trekker.

De inspecteurs lieten zich gemakkelijk bedotten. Dan liet je dezelfde baal ruwe katoen drie keer wegen en kreeg je drie keer geld. Dames uit buurland Bulgarije serveerden ’s avonds het bier en desgewenst meer. Het geld mocht rollen.

De anekdote van het drie keer wegen van katoen komt van Yiannis Geroulias (53) uit Lafistio, een dorp van driehonderd inwoners nabij Livadia, in Midden-Griekenland. Hij werkt voor het staatselektriciteitsbedrijf DEI, tekent cartoons en boert daarnaast een beetje met de dertig olijfbomen die hij heeft geërfd en door zijn vader te helpen die in de katoen zit.

„Die olijfolie is voor eigen gebruik”, zegt hij nadrukkelijk, terwijl hij in een twintig jaar oude witte Toyota tussen de katoenvelden rijdt. „Mijn hoofdinkomen is als ambtenaar in dienst van DEI.” Hij voelt behoefte om duidelijk te maken in welk hokje hij zit. „De subsidies zijn niet voor mij.”

Het is in Griekenland (10,8 miljoen inwoners) moeilijk onderscheid te maken tussen wie boer is en wie niet. Op papier lijkt het een landbouwnatie bij uitstek. In 2013 stonden 709.449 landbouwbedrijven geregistreerd. Dat is meer dan tien keer zoveel als in Nederland (67.481).

Het zijn vaak kleine bedrijven. Land wordt traditioneel het liefst in de familie gehouden en bij overlijden over de zonen verdeeld. Het landbouwareaal is daardoor versnipperd. Om daar iets aan te veranderen zijn een functionerend kadaster en sterke overheid nodig die ruilverkaveling initieert. Weinig mensen hadden er belang bij om dat te doen.

Het tegenovergestelde was eerder waar: het was tot nu toe uiterst voordelig om nog ergens een stukje land te hebben en jezelf boer te kunnen noemen, want dat leverde allerlei voordeel op. Tot het begin van de crisis in 2009 hoefden boeren bijvoorbeeld geen inkomstenbelasting te betalen.

Belastingvoordelen

Boeren kregen tot nu toe bovendien korting op brandstof (rode diesel) en op kunstmest. De eerste 12.000 euro aan Europese subsidie was ook belastingvrij. In 2009 werd een belastingtarief van 13 procent geïntroduceerd. Een schok, maar het was nog altijd de helft van dat voor andere ondernemers.

Onder druk van de Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds laat de huidige Griekse regering nu echter de overige voordelen een voor een sneuvelen. In de stemming in het parlement op 15 juli gingen de brandstof- en kunstmestkorting eraan. Tegelijk werd de btw op een deel van de landbouwproducten verhoogd.

Op stapel staat nog een omstreden wetswijziging waarmee de vennootschapsbelasting voor boeren wordt gelijkgetrokken tot die van andere ondernemers. Dat betekent een verdubbeling naar 26 procent. Als het tarief voor alle ondernemers naar 28 of 29 procent gaat, zoals gepland, stijgt dat voor boeren ook mee.

Vorige week werd die wet ijlings van de agenda gehaald toen bleek dat er veel weerstand was in het parlement. Binnen een paar weken wordt de stemming alsnog verwacht.

„Als deze maatregelen allemaal doorgaan is er over een, twee, drie jaar in Griekenland geen boer meer over”, voorspelt Panayiotis Skouroliakos (45), katoenboer uit Lafistio. Hij werkt ’s zomers zestien tot achttien uur per dag op het land.

Katoen heeft veel water nodig en de irrigatieapparatuur moet aldoor worden gecontroleerd en verplaatst. Met zijn vrouw drijft hij een taverne aan het dorpsplein. „Zonder dat tweede inkomen zouden we het niet redden”, zegt Skouroliakos.

Boer ben je in Griekenland doordat je vader en je grootvader dat ook waren, zegt Skouroliakos. Hij kent niemand die er vroeger bewust voor koos. „Alleen voor arts, advocaat of ambtenaar.” De meesten vertrokken naar de grote stad. En verpachten hun land aan boeren zoals hij.

Van dat soort ‘nepboeren’ hebben de echte achterblijvers last nu de regering op last van de geldschieters de ‘belastingbasis moet verbreden’. „Iedereen, een arts, een astronaut, kan wat landbouwbezit op zijn naam hebben, naar het belastingkantoor gaan en zeggen: ‘ik doe niets met mijn vijftig stemma (vijf hectare), maar ik wil nog steeds die belastingkorting.’”

Boerenlobby

„De criteria moeten strikter”, zegt Yiannis Vagkos (43), vertegenwoordiger van ongeveer achtduizend boeren in de Viotia vallei waar Livadia in ligt. Hij is zelf met 110 hectare een grote en succesvolle boer. Hij verbouwt veevoer en katoen. „Het is een irrationele situatie nu. Het zijn de grondbezitters die veel verdienen, niet de boeren die echt op het land werken. Terwijl die alle kosten hebben.”

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Landbouw probeert de regering in de onderhandelingen met de EU en het IMF voor elkaar te krijgen dat een onderscheid gemaakt wordt tussen de boeren voor wie landbouw de hoofdbron van inkomen is en de anderen. „De regering probeert de belastingverhoging voor die eerste groep te beperken.”

Doordat zoveel Grieken zichzelf boer noemen, was de boerenlobby tot nu toe ijzersterk. Parlementariërs uit rurale gebieden wisten dat ze niet meer thuis hoefden te komen als ze hun achterban niet van voordeeltjes voorzagen en uit de wind hielden bij belastingverhogingen. Boerenprotesten zijn bovendien legendarisch en waren in het verleden vaak effectief.

Dat is de afgelopen jaren veranderd. Boeren op de velden rond Livadia vertellen dat ze uit kwaadheid op de vroeger grote partijen Pasok en Nieuwe Democratie, nu Syriza hebben gestemd, maar er inmiddels achter zijn dat ze van de oud-communisten weinig bescherming hoeven te verwachten.

„Dat zullen we dus nooit weer doen”, zegt Yiannis Paleologos (50). „Syriza heeft er geen benul van hoe het is om boer te zijn. Syriza denkt dat we hier alleen maar op Europese subsidies teren en niets produceren.”

Ze zoeken eind van de middag in restaurant Ta Bakaliarakia langs de doorgaande weg schaduw op en praten over waar het mis ging „Onze generatie betaalt de rekening voor wat de generatie van onze vaders heeft gedaan”, zegt Yannis Vagkos.

Hij omschrijft de keerzijde van die jaren waarin het geld niet op leek te kunnen. „Niets daarvan is gebruikt om de sector te moderniseren of infrastructuur te verbeteren.” Nu is het moeilijk om met boeren elders in de EU te concurreren. „We lopen dertig jaar achter.”