Zomer of niet, gewoon elke dag 400 berichten

Persbureau ANP is de nieuwsmotor van Nederland. „Als er geen nieuws is, moet je zoeken.”

Illustratie Inge Trienekens Illustratie Inge Trienekens

In een onopvallende kantoorruimte in Rijswijk zitten zo’n zeventig mensen achter een scherm. Ze bellen en ze tikken. Een klantenservice van een telecombedrijf, zou je gokken. Maar dit is persbureau ANP, de grootste nieuwsmaker van Nederland. In een half uur zijn hier acht berichten, veertig nieuwsfoto’s en een aantal radiobulletins verstuurd.

Alle grote nieuwsorganisaties in Nederland maken gebruik van de nieuws- en fotodienst van ANP: de NOS, RTL, de grote kranten en commerciële radiostations. ANP-berichten dienen als signalering, inspiratie of worden in kortkolommen of op internetsites letterlijk overgenomen. „Wij zijn als gas, water en licht”, zegt hoofdredacteur Marcel van Lingen. „De nieuwsstroom loopt altijd door.”

Net als veel andere journalistieke organisaties heeft het ANP het moeilijk. ANP heeft last van sites die de berichten zonder bronvermelding overnemen. De omzet daalde vorig jaar met 4 procent, naar 25 miljoen euro. Kranten en omroepen zijn momenteel in gesprek met de eigenaar van het ANP, de investeringstak van Vereniging Veronica, om weer (gedeeltelijk) aandeelhouder te worden.

Zonder ANP valt er een belangrijke bodem onder de nieuwsvoorziening in Nederland weg: tien miljoen Nederlanders krijgen regelmatig een ANP-bericht onder ogen. Persbureaus zijn de motor van het nieuws op de wereld. Wereldwijd zijn Reuters en AP de grootste spelers, waarbij van Reuters bekend is dat ze 2,2 miljoen nieuwsberichten per jaar versturen.

Veel persbureaus werken met targets. Bij het ANP moeten er minstens vierhonderd berichten per dag uit. De klanten – de nieuwsorganisaties – willen geen stilte, zegt Van Lingen. De motor moet altijd draaien.

Om die operatie goed te laten verlopen, zijn er harde afspraken. Groot nieuws moet binnen een minuut naar buiten, al is het maar een kop – de aanvullingen komen later. Het moet gecheckt en langs een eindredacteur. Die controleert alle berichten op spelling en brongebruik: twee bronnen is de norm. Uit een afstudeeronderzoek van een student van de Universiteit Leiden blijkt dat die norm desondanks niet wordt gehaald: ANP-redacteuren gebruiken gemiddeld 1,8 bron per bericht. Van Lingen is daar trots op; hij denkt niet dat andere mediaorganisaties het beter doen.

Er werken zo’n zeventig redacteuren ‘op de vloer’ bij het ANP en nog eens zeventig freelancers, plus tientallen correspondenten. Ook staan er altijd tien verslaggevers paraat om in het vliegtuig te stappen. „De ramp met MH17 is een voorbeeld van hoe snel we moeten schakelen”, zegt Van Lingen. We moesten iemand licenseren, er moesten verslaggevers en een fotograaf naartoe. Het moest veilig zijn. De urgentie was hoog.” Binnen een dag zaten er vijf mensen voor ANP in Donetsk.

Natuurlijk gaat er ook weleens wat mis. Zo noemde een ANP-redacteur de Amsterdamse fractievoorzitter van D66 na een vergadering tot diep in de nacht per abuis Bas in plaats van Jan Paternotte, naar een journalist van GeenStijl. Het gevolg: vrijwel alle Nederlandse nieuwssites hadden de volgende ochtend zijn naam verkeerd. Na een fout stuurt het ANP daarom direct een herstelbericht uit.

Het ANP doet niet aan komkommertijd, zegt Van Lingen. Ja, in bepaalde periodes is nieuws vinden lastiger. De mensen die je hebben wilt, zijn met vakantie; de politiek ligt stil, onderzoeksbureaus zijn dicht, er is minder sport. „Dan moet je dus op een andere manier nieuwsgaren. Als het zich niet voordoet, moet je zoeken.” Er wordt voor de zomerperiode door ANP vergaderd, om „een buffer” aan onderwerpen en invalshoeken te bedenken. Maar wie oplet, ziet de komkommerperiode heus wel in het aanbod terug. Een greep uit het ‘komkommernieuws’ van deze zomer:

Python bij grofvuil (20-7)

Fietser kritiek na val over tramrails (20-7)

Autodief verstopt zich in mobiele wc (19-7)

Politie redt hond uit auto, baasje boos (17-7)

Man op Schiphol bijt marechaussee (17-7)

Vanaf volgende maand wil het ANP anders gaan werken: redacties moeten meer worden betrokken bij het nieuws door ze middels een app op de hoogte te stellen van de plannen. Redacties kunnen daar dan op inspelen door bijvoorbeeld een verslaggever ergens anders naartoe sturen, of een kolom in de krant nog even open laten. Een continue „open lijn”, noemt Van Lingen het.

Maar de kern van het ANP blijft hetzelfde. Van Lingen: „Wij zijn de hartslag van het nieuws.”

Ook van het komkommernieuws.