‘Weidevogels ernstig bedreigd door koeienexplosie’

Dat zei de Vogelbescherming tegen de NOS

Illustratie Jet Peters Illustratie Jet Peters

De aanleiding

In Nederland hebben we tal van weidevogels, zoals de kievit, de grutto en de tureluur. Deze vogels worden volgens de Vogelbescherming ernstig bedreigd. De NOS besteedde er een item aan. De weidevogels worden bedreigd door de toename van het aantal koeien in Nederland, zo zegt de Vogelbescherming. Er wordt in de kop van het artikel zelfs gesproken van een ‘koeienexplosie’. Is de tureluur echt in gevaar door de koe? We checken het.

Waar is het op gebaseerd?

In het NOS-item wordt Kees de Pater van de Vogelbescherming geïnterviewd. Het woord koeienexplosie gebruikt hij niet tijdens het interview, maar De Pater waarschuwt wel voor de gevolgen van het afschaffen van het melkquotum. Sinds 1 april mogen melkboeren zoveel melk leveren als ze kunnen. Het aantal koeien is volgens De Pater het afgelopen jaar al met 100.000 gestegen. En deze koeien moeten kort gras eten, want dat is eiwitrijk. Terwijl weidevogels juist liever hoger gras hebben, waar meer bloemen en kruiden zijn. Dus met het stijgen van het aantal koeien en de intensivering van landbouw neemt de leefomgeving voor de weidevogels af.

En, klopt het?

Het gaat inderdaad niet goed met weidevogels als de grutto en de tureluur. Het verschilt een beetje per vogelsoort, maar van de meeste weidevogels neemt de populatie al sinds de jaren 60 af. Vanaf 2000 is de daling bij sommige vogels verder toegenomen. Afgaand op de cijfers van SOVON Vogelonderzoek Nederland daalt het aantal weidevogels, afhankelijk van de regio en het soort vogel, met een paar procent tot zelfs bijna 10 procent per jaar. Vooral de veldleeuwerik en ook de grutto hebben het de laatste jaren moeilijk.

Maar komt dit nou door een koeienexplosie? Dat lijkt onwaarschijnlijk, want er is helemaal geen sprake van een koeienexplosie. Voor de cijfers van het aantal melkkoeien in Nederland zijn twee bronnen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), waar boeren moeten aangeven hoeveel koeien ze hebben, en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Uit de cijfers van de RVO blijkt dat er nu 4.181.548 koeien in Nederland zijn, 79.025 meer dan vorig jaar. Dat is een toename van 1,9 procent.

Maar, de RVO telt alle koeien mee, dus ook vleeskoeien. Het CBS maakt wel onderscheid, alleen daar zijn de cijfers van 2015 nog niet bekend. In 2014 telde Nederland ruim 1,5 miljoen melkkoeien, 19.368 meer dan in 2013. Nederland heeft 18.581 melkveebedrijven, dus gemiddeld kwam er in 2014 per melkveebedrijf ongeveer 1 koe bij. Ook als je verder terug gaat in de tijd kan je moeilijk spreken van een koeienexplosie. In 2000 waren er iets meer dan 1,5 miljoen ‘werkende’ melkkoeien, ongeveer hetzelfde aantal als nu.

Het CBS houdt ook bij hoeveel jongvee er in Nederland is. Dat zijn kalveren die nog geen melk geven. Daarvan waren er in 2014 in totaal 1,3 miljoen, 5 procent meer dan in 2013. Per melkveebedrijf kwamen er ongeveer 3 kalveren bij. Maar in 2000 hadden melkveehouderijen in Nederland ruim 1,3 miljoen jongvee, zelfs iets meer dan in 2014.

Er is wel een ‘maar’ te plaatsen bij die cijfers. Het aantal koeien mag dan amper zijn toegenomen in de afgelopen 15 jaar, maar de melkproductie steeg tussen 2000 en 2014 wel met 16 procent. Dat duidt erop dat er intensiever gebruik wordt gemaakt van de koeien. En dus ook van het landschap, met meer bemesting, eerder maaien en een lagere grondwaterstand. Die factoren zijn nadelig voor weidevogels. En die ontwikkeling is al sinds de jaren 50 aan de gang. Tussen 1950 en 1980 verdubbelde de melkproductie.

Conclusie

Het gaat niet goed met de weidevogels, maar dat ligt niet aan een recente koeienexplosie. Waar het aantal weidevogels al jaren afneemt, is het aantal koeien de laatste jaren stabiel. Er zijn nu ongeveer evenveel melkkoeien als in 2000. De melkproductie steeg sindsdien wel met 16 procent. De weiden worden dus intensiever gebruikt en daardoor minder geschikt voor weidevogels. We beoordelen de stelling als grotendeels onwaar.