Teva dankzij generieke medicijnen opgerukt naar farma-toptien

Met de overname van Allergan Generics nestelt het tamelijk onbekende Israëlische Teva zich onder de grootste producenten van geneesmiddelen ter wereld.

De hoofdvestiging van farmabedrijf Teva in Jeruzalem

Dat had Haim Salomon vast niet gedacht. In 1901 stichtte de toen 23-jarige inwoner van Jeruzalem een farmaceutische groothandel, die na talloze fusies en overnames zou uitgroeien tot het grootste bedrijf van Israël. Het bedrijf zou zich vestigen in het centraal gelegen Petah Tikva – tegenwoordig een Zoetermeer-achtige voorstad van Tel Aviv, maar eind negentiende eeuw de eerste landbouwnederzetting gesticht door Joodse pioniers in het toenmalige Palestina. Een van hen was Salomons vader.

Gisteren werd bekend dat Teva – Hebreeuws voor ‘natuur’ – de wereldwijde toptien van farmaceuten binnenstormt met de overname van Allergan Generics, de tak met generieke geneesmiddelen van het Amerikaanse Allergan. Teva betaalt 40,5 miljard dollar (36,6 miljard euro).

Na de overname van Allergan Generics is Teva met een omzet van 26 miljard dollar (23,5 miljard euro) de grootste fabrikant ter wereld van generieke medicijnen. Dat zijn merkloze varianten op bestaande geneesmiddelen. Al voor de overname zat Teva in zestig landen, met 43.000 werknemers en 65 fabrieken. De omzet bedroeg vorig jaar 20,3 miljard dollar (18,3 miljard euro).

De meeste grote farmaceutische bedrijven verdienen hun geld vooral met merkgeneesmiddelen. Omdat ze hier een patent op hebben, kunnen zij daar flink op verdienen. Ook Teva heeft enkele merkgeneesmiddelen, waarvan Copaxone (tegen multiple sclerose) de bekendste is. Met dit medicijn alleen al verdient Teva 4 miljard dollar per jaar.

Die merkmedicijnen dragen ongeveer de helft bij aan de omzet van het Israëlische bedrijf. De andere helft komt van generieke medicijnen. Daar zit een lagere winstmarge op, doordat de concurrentie toeneemt als een patent verloopt. Generieke geneesmiddelen zijn in de regel ook goedkoper: de fabrikanten hoeven het kostbare proces van productontwikkeling en testen niet meer te doorlopen.

Grote onbekende

De meeste mensen hebben nog nooit van Teva gehoord. Vergeleken met farmaciebedrijven van gelijke grootte geeft Teva bijvoorbeeld weinig geld uit aan reclamespotjes. Toch is een op de zes medicijnen in het Verenigd Koninkrijk, een op de acht in de Verenigde Staten en een op de vijf in Israël afkomstig van Teva.

Generieke medicijnen worden vaak geprezen omdat ze voor arme landen betaalbaar zijn. Dit geldt niet voor de medicijnen van Teva; het bedrijf is bijvoorbeeld niet actief in Afrika, Midden-Amerika en Zuidoost-Azië. Dat wil Teva wel, maar „die markten zijn moeilijk te penetreren”, zegt communicatiedirecteur Yonatan Beker van Teva Israel.

Teva heeft de generieke industrie min of meer uitgevonden, zegt Beker op het hoofdkantoor in Petah Tikva, waar 1.100 mensen werken. Vooral in de VS heeft het bedrijf hier veel geld mee verdiend, toen in de jaren tachtig de markt voor deze middelen werd opengegooid.

Beker: „Voor wij ermee begonnen, bestond het niet in de VS. Als je de eerste bent die een generieke variant op een medicijn ontwikkelt, mag je die zes maanden exclusief aanbieden. Wij waren de eerste die dat deden. Dat kan tientallen miljoenen dollars waard zijn. Bedrijven stonden letterlijk in een rij om de hoek bij de Food and Drug Administration (FDA) om een generieke variant goedgekeurd te krijgen.”

Op generieke varianten van ‘eenvoudige’ medicijnen als pijnstillers is niet veel te verdienen. Daarom investeert Teva in ‘moeilijke’ medicijnen, die niet iedereen zomaar kan namaken. „Zo verdienen we er toch wat aan”, zegt Beker.

Namaakmedicijnen

Paradoxaal genoeg staat de winstmarge van Teva zelf onder druk nu het patent op Copaxone over twee maanden afloopt. Waar het bedrijf vaak de eerste is om te profiteren van een verlopen patent, doet het er nu juist alles aan om het eigen merkmedicijn te beschermen tegen namakers.

Zo claimde Teva tot aan het Amerikaanse Hooggerechtshof dat het patent op Copaxone ‘oneindig’ was; die zaak heeft Teva verloren. Ook brengt Teva zijn zorgen over aan de Amerikaanse toezichthouder op geneesmiddelen, de FDA, over de kwaliteit van de namaak-Copaxone. Volgens het Israëlische bedrijf loopt de gezondheid van de MS-patiënten hierdoor gevaar.

En ten derde heeft Teva een nieuw product ontwikkeld, waardoor MS-patiënten nog maar drie keer per week in plaats van elke dag Copaxone hoeven te injecteren. „Tweederde van de patiënten is al overgestapt”, zegt Beker. Teva hoopt dat zij Copaxone trouw zullen blijven als er een goedkopere generieke versie komt.

Beker ontkent dat Teva er een dubbele standaard op nahoudt met betrekking tot verlopen patenten. „We zijn niet tegen generieke medicijnen. Maar we geloven dat de generieke varianten van Copaxone niet goed genoeg zijn.”

Correcties en aanvullingen

Teva

Bij Teva dankzij generieke medicijnen opgerukt naar farma-toptien (28/7, p. E4) staat een toptien van de grootste farmaciebedrijven in 2014. Deze toptien was slechts gebaseerd op de omzet uit voorgeschreven medicijnen, niet op de totale omzet.