Teklehaimanot, onze nummer één

Eritreërs uit asielzoekerscentrum op de fiets naar hun Tour-held. „Komt hij echt?”

Daniel Teklehaimanot, hier met fans in Boxmeer, droeg tijdens de Tour de France korte tijd de bolletjestrui en verwierf daarmee met zijn Zuid-Afrikaanse ploeg MTN-Qhubeka wereldwijde bekendheid. Foto Vincent Jannink/EPA

Twee Eritrese jongens staren naar hun smartphone, terwijl ze wachten voor de informatiebalie in het asielzoekerscentrum van Overloon. Ze kijken naar een filmpje van een opstijgend vliegtuig. Ergens in een hoek van de wachtruimte ligt een flyer van het wielercriterium Daags na de Tour in Boxmeer. Niemand kijkt ernaar. Op dat moment, gistermiddag, weten de bewoners nog niet dat ze hun wielerheld Daniel Teklehaimanot die avond zullen ontmoeten.

Een paar kinderen crossen op een fietsje over het hoofdterrein van het azc. Als ze een stunt uithalen in een regenplas worden ze vermanend toegesproken door het personeel. Een volwassene verlaat op dat moment het terrein met achterop zijn fiets een lege krat bier. Er wonen voornamelijk Syriërs en Eritreërs in de voormalige gevangenis van het Brabantse dorp. Ze komen hier met vrijwel niets. Een fiets is een van de eerste dingen die ze kopen van gespaard geld. De dichtstbijzijnde supermarkt ligt drie kilometer verderop.

„In Eritrea fietsten we ook veel”, vertelt David. Hij draagt een hoed en hippe kleding. De gevluchte Eritreër woont bijna anderhalf jaar in Nederland en doet zijn best om te laten zien hoe goed hij al Nederlands kan. Als het gesprek dan over de Tour de France gaat, verschijnt er een lach op zijn gezicht. „Daniel Teklehaimanot”, roept hij opgewekt. Zijn landgenoot was deze Tour de eerste Afrikaan die de bolletjestrui in het bergklassement droeg. Als David hoort dat Teklehaimanot die avond naar Boxmeer komt voor het criterium, valt zijn mond open van ongeloof. Hij rent meteen naar zijn vrienden.

Via Eurosport alles gevolgd

Van de ongeveer 250 Eritreërs in het azc is Habteab aanspreekpunt voor het personeel. Hij kent iedereen en zit in de bewonerscommissie. Wanneer hem het nieuws van de komst van hun held bereikt, slaat hij zijn handen voor zijn ogen. Een paar andere jongens laten op hun smartphone foto’s zien van Teklehaimanot in de bolletjestrui. Alsof ze willen checken of het niet over iemand anders gaat. „Ik ben zo blij”, zegt Habteab. „Wij zijn trots op hem. Luister, wij zijn gevlucht om politieke redenen. We konden in Eritrea niet zeggen wat we wilden. Het liefst willen we terug, maar dat kan niet. We missen ons land en onze familie heel erg. But Teklehaimanot makes us proud. Iedereen heeft hier een tv op z’n kamer, via Eurosport hebben we alles van hem gevolgd. Komt hij echt?”

Het nieuws verspreidt zich snel, maar het is te laat voor de medewerkers om een bus te regelen voor deze fans. Een groep van ongeveer veertig Eritreërs fietst die avond naar Boxmeer. De mannen hebben foto’s van Teklehaimanot geprint. Onderweg kopen ze nog een zilverkleurig lijstje bij de Action om een foto in te doen. Op dat moment drinkt de wielrenner al een kop koffie in de sporthal van Boxmeer. Hij is nog beduusd van alle kinderen die even daarvoor met hem op de foto wilden. „En daar hoefde ik alleen maar drie weken voor te fietsen”, zegt Teklehaimanot nuchter. „Ik ben hier om alle fans te bedanken voor alle steun. Het is natuurlijk wel speciaal wat ik allemaal heb meegemaakt. Het leeft heel erg in mijn land.”

Teklehaimanot vliegt donderdag naar Eritrea waar hij een ontvangst verwacht „zoals het Nederlands voetbalteam”. Wielrennen is één van de grootste sporten in zijn land. Dat merkt hij ook als de groep uit het azc op hem afrent. Teklehaimanot wordt omhelsd alsof ze een oude vriend weer zien. Er worden groepsfoto’s gemaakt en hij wordt toegezongen in het kleine sportcafé. „Zie je”, zegt hij dan. „Ook in Eritrea kun je de Tour volgen op televisie, maar mensen willen graag samen zijn. Daarom gaan ze naar de bioscoop om de etappe te bekijken. Hier zorgt het ook voor saamhorigheid.”

Toegezongen in de taal Tigrinya

Supporter Kfle staat erbij alsof hij een wonder zich heeft zien voltrekken. „Oh my friend”, stamelt hij. „Dit is zo’n grote eer. Kijk om je heen, dit brengt liefde. Dit is mijn mooiste dag in Nederland.” Tijdens de ‘rondjes om de kerk’ nemen de fans plaats op de tribune bij de finish. Ze maken er een groot Afrikaans feest van met zang en dans. Iedere keer als Teklehaimanot voorbij sjeest wordt hij in de lokale taal Tigrinya toegezongen. Dat Wout Poels uiteindelijk Daags na de Tour wint en Teklehaimanot achtste wordt, vinden ze niet interessant. „He's our number one.”