NAVO: ‘oproep aan Turkije om niet excessief geweld te gebruiken’

Secretaris-generaal van de NAVO, Jens Stoltenberg Foto AP/ Geert van den Wijngaert

Tijdens de spoedzitting van de NAVO is er een beroep gedaan op Turkije om niet “excessief geweld te gebruiken”. Dat meldt persbureau AP op basis van bronnen binnen de militaire alliantie. In de afsluitende toespraak benadrukte de NAVO vooral de onderlinge solidariteit.

Volgens de bron die anoniem opgevoerd wordt door het persbureau hebben NAVO-lidstaten Turkije opgeroepen om door te gaan met vredesonderhandelingen met de Koerdische minderheid in het land. Deze liggen stil vanwege het oplopende geweld tussen de Koerdische PKK en de Turkse staat.

Niet gevraagd om extra NAVO-troepen

In de afsluitende speech liet de secretaris-generaal van de NAVO, Jens Stoltenberg zich niet uit over de Koerdische kwestie. Hij benadrukte dat alle NAVO-bondgenoten “solidair zijn met Turkije” en alle vormen van terrorisme afwijzen. Tijdens de spoedzitting heeft Turkije niet gevraagd om extra troepen van de NAVO.

De militaire alliantie is ook niet betrokken bij een veiligheidszone die Turkije met Amerikaanse hulp wil creëren langs de Turks-Syrische grens, zo liet Stoltenberg weten. Deze bufferzone moet er voor zorgen dat jihadistische groepen als IS en Al-Nusra dit gebied niet betreden.

Een woordvoerder van de Syrische-Koerdische strijdgroep YPG liet vanmiddag aan AP weten dat de plannen voor een veiligheidszone geen bedreiging vormen voor de Koerden. Zij controleren het grootste gedeelte rond de Turks-Syrische grens en hebben een grote mate van zelfbestuur ontwikkeld in dit gebied.

Geen gesloten front

Turkije had afgelopen zondag om deze spoedzitting gevraagd om te overleggen over “de afschuwelijke terreuraanvallen van de afgelopen dagen”. Turkije viel stellingen van IS en de Koerdische PKK aan in Syrië en Irak na een reeks aanslagen op Turks grondgebied.

In een analyse op de voorpagina schrijft nrc-buitenlandredacteur Juurd Eijsvoogel dat de alliantie weliswaar solidair is met Turkije, maar zeer verdeeld over de Turkse aanpak van de crisis. Vooral omdat Turkije geen onderscheid maakt tussen IS en de Koerdische PKK terwijl de Koerden juist samenwerken met het westen in de oorlog tegen IS.

“In Syrië functioneren ze in de praktijk als een soort grondtroepen bij het Amerikaanse luchtoffensief. En vanuit Irak helpt de PKK, die in Europa en de VS op de lijst van terroristische organisaties staat, ook bij de strijd tegen IS. Het ene NAVO-land, Turkije, bombardeert zo de partners van andere NAVO-landen, waaronder de VS.

Toenemende politieke spanning tussen Koerden en Turkse regering

De Turkse bombardementen op PKK-strijders in Noord-Syrië en het Noorden van Irak heeft een voorlopig einde gemaakt aan het vredesproces tussen de Koerdische guerrillabeweging en de Turkse overheid. Dat liet de Turkse president Erdogan vanochtend weten.

Erdogan beschuldigde ook de partijleiders van de pro-Koerdische HDP van banden met “terroristische groepen” waarmee hij doelde op de PKK. In het parlement reageerde de leider van de HDP, Selahattin Demirtas op deze beschuldigingen.

“We hebben geen enkele onvergeeflijke misdaad begaan. Onze enige misdaad was het winnen van 13 procent van de stemmen”.

Begin juni haalde de HDP een grote verkiezingsoverwinning waardoor voor het eerst in tien jaar de islamitisch-conservatieve AKP van president Erdogan geen meerderheid meer heeft in het parlement. Door de politieke instabiliteit in Turkije is de vorming van een nieuwe regering nog ver weg, Turkse media suggereren dat AKP nieuwe verkiezingen wil uit schrijven. Een harde opstelling richting Koerdische ‘terroristen’ kan dan ook een binnenlandse strategie zijn van Erdogan om meer stemmen te winnen.