Schepper van een gevarieerd, weerbarstig en vitaal oeuvre

Sybren Polet in 2008 (Foto Keke Keukelaar)

De vorige week overleden Sybren Polet rekte de grenzen op van begrippen als persoonlijkheid en identiteit. Mr. X komt veel voor in zijn gedichten en verhalen.

Sybren Polet (1924-2015) omschreef zichzelf ooit als een monter ochtendmens die nooit het ontbijt oversloeg en gretig aan elke nieuwe dag begon. Zonder “aapachtig getreuzel”, zoals hij dat zelf noemde. Maar tegelijk moest hij toch ook vaststellen dat hij niet alleen fluitend door het leven kon gaan. Hij was ook een neurotische en bij vlagen depressieve tobber. “Tegenover levensaanvaarding heeft bij mij altijd een grote angst gestaan voor de dood en een zo mogelijk nog grotere weerzin tegen het ouderworden.” Als kind lag hij soms huilend in bed omdat hij vond hij dat het leven veel te snel ging. Uit de memoires die hij publiceerde (de reeks Een geschreven leven, in drie afzonderlijke delen) rijst een vergelijkbaar beeld op. Aan de ene kant is er de creatieve geest die ijverig doorwerkt aan het oeuvre dat hem voor ogen staat. Aan de andere kant is er ook de eenzelvige mopperaar die zich beklaagt over het gebrek aan respons bij de lezers, of over hun onbegrip.

Hij verdroeg het niet goed om de wet voorgeschreven te krijgen, door andere mensen of door de natuur. Als schrijver zette hij dood en ouderdom naar eigen hand door alles en iedereen voortdurend te verjongen of te veranderen. Ook rekte hij de grenzen op van begrippen als persoonlijkheid en identiteit. Mr. X komt veel voor in zijn gedichten en verhalen. In zijn boeken ondergaan de personages regelmatig metamorfoses. Een holbewoner klimt, na een korte, zelfbedachte inburgeringscursus, op tot een links georiënteerde leraar en vervolgens tot fabrieksdirecteur. Een geschiedenisleraar vervalt juist tot steuntrekker. Vaders worden door hun zonen in de wieg gelegd. Oudere heren worden opnieuw geboren. En ook laat Polet in een van romans bij een man die hevige buikpijn heeft een zwangerschap constateren.

Verleden, heden en toekomst zijn bij Polet rekkelijke grootheden. “Alles is nu”, heet het in een van de gedichten in Taalfiguren 1 en 2 (1984). In een van zijn romans, Dader gezocht. Play in (2006) wordt gezocht naar een misdadiger die zijn moord nog niet eens heeft beraamd. Polet experimenteerde van het begin tot het eind van zijn schrijverschap met begrippen als tijd en werkelijkheid. In zijn laatste dichtbundel, Het aaahh en ooohh van de verbonaut (2014), voerde hij zichzelf op als verbonaut, als taalreiziger, die vooral leeft in een “subatomaire” wereld, bevolkt door snarks, eonen en minuskels. Tussen de abstractere zaken door is er af en toe tijd voor melancholie, voor gedachten over leven en dood, voor “de klaagzangen van lege pyjama’s”, onder de grond.

In 1975 stelde hij een bloemlezing samen uit het Nederlandse experimentele proza “van Theo van Doesburg tot heden”. Die eigenzinnige bloemlezing kreeg als titel: Ander proza. Sindsdien stond ook zijn eigen werk als experimenteel en daarmee als “anders” te boek. Het ís ook altijd anders geweest. Zijn gedichten, verhalen en romans zijn wispelturig van inhoud, afwijkend van typografie, eigenzinnig van spelling en springerig van vorm. Ook zijn roemruchte essays, waarin hij andere dan de gebruikelijke lees- en denkwijzen verdedigde, zijn duidelijk anders van vorm en opzet.

Man zonder eigenschappen

Het bekendste en steeds opnieuw opduikende personage van Polet is Lokien Perdok: een man zonder eigenschappen, al lijkt hij soms toch ook wel een beetje op zijn schepper. Rondom dit veranderlijke alter ego schreef hij zijn belangrijkste werk: de Lokienreeks, die uit elf meer of minder samenhangende romans bestaat. Daarin vierde hij niet alleen op een speelse en lichtvoetige manier zijn experimenteerlust bot, maar besteedde hij ook aandacht aan wetenschap, politiek en geschiedenis. Een puur autonoom schrijver is Polet nooit geweest. Het ging hem niet alleen om literatuur, of “liternatuur”, zoals hij het zelf noemde. Zijn proza-experimenten, gedichten, toneelstukken, sprookjes, essays en zijn oratorium geven ook altijd blijk van maatschappelijke betrokkenheid. In zijn kleine roman Bedenktijd (2007), sprak hij, bij monde van nog steeds Lokien, zijn afschuw uit over het mondiale geweld dat elk jaar miljoenen mensenlevens kost. “Wat we elkaar aangedaan hebben grenst aan het ondenkbare. Zo is martelen een specialiteit van onze soort, niet van het dier; het is de eeuwen door geweest: van een veroordeelde levend gaarkoken, tot vierendelen en doodhongeren.” En als hij zich dan inbeeldt dat hij een chirurg is die een van die moordlustige dictatoren te opereren krijgt, dan laat hij zijn hand uitschieten, zodat de dictator het niet gaat overleven. “Zou de wereld zich nu alsnog in een andere richting ontwikkelen?”, vraagt hij zich dan af.

Bijna zeventig jaar lang werkte Sybren Polet aan een gevarieerd, weerbarstig en vitaal oeuvre waarin hij een hommage bracht aan het leven zoals hij dat zag: een onophoudelijk sterven en weer geboren worden. Hoe zal de wereld eruitzien nu Sybren Polet zichzelf niet meer tot leven kan wekken? “Zou de wereld zich nu alsnog in een andere richting ontwikkelen?” Eén ding lijkt me wel duidelijk: het zal in elk geval anders zijn.