Overheid moet buiten islam blijven

Dit kan de staat maar beter niet doen: flirten met de inhoud van een godsdienst, meent Sebastien Valkenberg.

Illustratie Emad Hajjaj illustratie emad hajjaj

Nog even en de multiculturele samenleving is terug – terug van nooit helemaal weggeweest. Een paar jaar geleden hoorde je de ene na de andere Europese regeringsleider zeggen dat dit maatschappijtype mislukt was. De trendbreuk was van korte duur. Onvriendelijker geformuleerd: de ferme taal was slechts retoriek, hoofdzakelijk bedoeld voor de bühne.

Zeggen dat mensen uiteenlopende achtergronden hebben, is een open deur intrappen. Dit is dan ook niet wat er bedoeld wordt met de multiculturele samenleving. De vraag is hoe beleidsmakers omgaan met die verschillen. Spreek je iemand in de eerste plaats aan als burger van een land met rechten en plichten? Of is hij toch vooral lid van een cultuur (lees: zijn religie)?

Dat laatste, als het aan de Britse premier Cameron ligt. Begin 2011 benadrukte hij nog het failliet van „the doctrine of state multiculturalism”. Het belette hem echter niet om zich te bemoeien met de juiste interpretatie van de Islam. „Ik wil dat de BBC zou stoppen om het [de terreurgroep IS, SV] Islamitische Staat te noemen,” zei hij eind juni in het televisieprogramma Today, „omdat het geen islamitische staat is.”

Waarom geeft een premier richtlijnen voor het taalgebruik van de publieke omroep? Hoezo is een politicus toegerust om theologische vraagstukken te behandelen? Doet zich hier de politieke correctheid gelden, die aan de andere kant van de Noordzee – zie de recente heksenjacht op biochemicus en Nobelprijswinnaar Tim Hunt – nog een tandje erger is dan hier? Er is zoveel mis met de woorden van Cameron dat je nauwelijks weet waar te beginnen met de weerlegging ervan. Maar meest twijfelachtig is de strategie die er aan ten grondslag ligt. Het komt er op neer dat in een echte islamitische staat geen IS-achtige praktijken plaatsvinden. Om die reden zouden moslims af moeten zien van zulke geweld. Hiermee handelen ze in strijd met de islam.

In Nederland is de situatie nauwelijks beter. Ook hier denken beleidsmakers dat je moslims via hun religie bij de samenleving moet betrekken. Radicalisering ga je tegen door ze te wijzen op liberale interpretaties van de islam. Zodra ze die maar gaan aanhangen, is de integratie weldra een feit. Onlangs waanden we ons weer in 2002. In dat jaar sprake Job Cohen de Leidse Cleveringalezing uit. De integratie van de migranten in de Nederlandse samenleving, betoogde de toenmalige burgemeester van Amsterdam, zou het beste via hun geloof kunnen verlopen. „Dat is immers vrijwel het enige ankerpunt dat zij hebben wanneer zij de Nederlandse samenleving van de 21e eeuw betreden.”

Alsof er sindsdien geen dertien jaar zijn versteken, stonden er afgelopen juni 53 Marokkaanse imams op Schiphol. Tijdens de ramadan zouden ze een tournee langs moskeeën maken. Het was de bedoeling dat zij potentiële Syriëgangers van eventuele reisplannen doen afzien.

De aankomst in Nederland haalde het journaal en kon op instemming rekenen van vicepremier Asscher. Ook zijn collega in het kabinet, minister van Buitenlandse Zaken Koenders, filosofeerde over de mogelijkheden die in het verschiet liggen. Misschien kon de opleiding voor polderimams alsnog van de grond komen.

De redenering is een wolf in schaapskleren. Op het eerste gezicht ogen de pleidooien voor een light-versie van de islam voor de hand liggend. Wie verkiest deze nu niet boven de stellige leefregels en fatwa’s van religieuze hardliners? Nou dan.

Juist in de aannemelijkheid ervan zit het venijn van deze argumentatie. Stel dat overspel of blasfemie worden bestraft met 200 zweepslagen. Een vrijzinniger prediker zou dat aantal wellicht tot de helft kunnen terugbrengen of kunnen omzetten in een andersoortige straf. Je moet wel een echte boekhouder zijn – liever 100 dan 200 zweepslagen – om in deze correctie een teken van vooruitgang te ontwaren.

Natuurlijk is het denkbaar dat importimams meer in lijn met de grondwet preken. De recente ervaring biedt echter weinig aanleiding tot optimisme. Helmond, Groningen, Rijswijk. De afgelopen maanden hebben moskeeën uit deze plaatsen buitenlandse imams uitgenodigd om te komen spreken. Importimam bleek telkens weer een ander woord voor haatimam.

Niet alleen is toezicht houden nauwelijks te doen, de overheid moet dit niet eens willen. Theologische disputen houden over de islam is gedoemd zijn deze te verliezen. Maar er is een fundamenteler bezwaar tegen zulk geflirt met de inhoud van een godsdienst. Het is in strijd met de neutrale staat. Staat en kerk – herstel: moskee – dienen in beginsel gescheiden te zijn.

Laat politici hun geld niet zetten op de vestiging van een liberale islam die het accent legt op aaibare passages uit de heilige teksten. Waarom wil je dat iemand geen aanslagen pleegt? Omdat het bij nader inzien niet conform zijn geloof is en hij anders geen goede moslim zou zijn? Echt overtuigend is zo’n bekering niet. Dit pacifisme duurt slechts totdat zich weer een strijdvaardiger interpretatie aandient van de islam. De deradicalisering is niet van principiële maar van tijdelijk aard.

In plaats daarvan moet de overheid ijveren voor een seculiere islam. Dat wil zeggen: een religie die de grenzen van de rechtsstaat respecteert. Zo hoeven beleidsmakers zich niet te wagen op de glibberige pad van de theologie. Ze richten zich tot burgers wier loyaliteit in de eerste plaats bij de wet ligt. Het geharrewar over welke religieuze interpretatie de boventoon moet voeren, is in één klap irrelevant geworden.

Gelukkig heeft de PvdA ook iemand in de gelederen die wel langs deze lijn argumenteert. Zijn naam? Ahmed Aboutaleb. Begin dit jaar reageerde hij op ‘Charlie Hebdo’. Jawel, ook hij was volgens eigen zeggen woedend als moslim, maar vergis je niet. Hier was geen multiculturalist aan het woord.

Daarvoor was zijn verdediging van de vrijheid te hartstochtelijk. „Als je die vrijheid niet zit zitten, in hemelsnaam, pak je koffer en vertrek.” Critici waren boos over de toon die Aboutaleb aansloeg. Hij zou polariseren en zich schuldig maken aan exclusief denken of zoiets. Zo bleef onzichtbaar dat hier een overtuigd republikein aan het woord was, die de rechtsstaat als referentiekader hanteert – en zo vaak gebeurt dat niet.

Goed dat hij eergisteravond de eerste Zomergast was.