Meteoriet koelde aarde snel af

Aan het eind van de IJstijd werd het ineens veel kouder. Een meteorietinslag was mogelijk de oorzaak.

De omstreden theorie dat de plotselinge afkoeling van de aarde circa 12.900 jaar geleden het gevolg was van een meteorietinslag, is verder onderbouwd. Dat vinden althans de auteurs die er gisteren over hebben gepubliceerd in het tijdschrift PNAS (early edition, online).

Over de oorzaak van die afkoeling loopt al bijna tien jaar een felle wetenschappelijke twist. Feit is dat de koude periode (het Jonge Dryas geheten) zo’n 1.200 jaar duurde en dat het de laatste koude periode was van het laatste glaciaal (het Weichselien: 116.000-11.700 jaar geleden). Het begin van dat Jonge Dryas valt samen met het verdwijnen van de Clovis-indianen, de oudst bekende prehistorische cultuur uit Noord-Amerika, en met het uitsterven van veel grote zoogdieren.

Volgens de oudste theorie is dit allemaal in gang gezet doordat de warme golfstroom in de Atlantische Oceaan in korte tijd blokkeerde door de instroom van een gigantisch volume koud, zoet water vanuit het Canadese gletsjermeer Agassiz.

Sinds 2006 is er een rivaliserende theorie: een meteorietinslag. Een dun aardlaagje (zwarte mat) met fragmenten gesmolten glas en nanodiamantjes is als bewijs voor die inslag aangevoerd. Maar, zo luidt de kritiek, een inslagkrater ontbreekt vooralsnog. Verder is gebleken dat de grote zoogdieren niet massaal, en al helemaal niet overal gelijktijdig uitstierven. En dateringen her en der van de laag met nanodiamantjes, lopen honderden jaren uiteen. „Nanodiamantjes worden ook bij bosbranden gevormd”, zegt natuurkundige Nick Schryvers van de Universiteit van Antwerpen. Ze zijn dus geen bewijs van een meteorietinslag. Dat zegt ook hoogleraar geologie Martyn Drury van de Universiteit Utrecht. Allebei hebben ze onderzoek gedaan naar de nanodiamantjes.

In het nu gepubliceerde artikel zijn eerdere dateringen van 23 locaties op 12 continenten opnieuw bekeken. Er is meer rekening gehouden met onzekerheden in die dateringen. Er is een statische analyse op losgelaten. Daaruit blijkt dat de zwarte matten met nanodiamantjes toch overal in min of meer dezelfde periode zijn gevormd: tussen 12.835 en 12.735 jaar geleden. Ook zagen de onderzoekers in ijskernen van Groenland een piek van het element platina, rond dezelfde tijd. De meest plausibele verklaring is volgens hen een meteorietinslag.

Geoloog Drury noemt het onderzoek „interessant” maar de selectie van de data „niet overtuigend”. Schryvers vindt het „geen bewijs van een meteorietinslag”.