Kunst om van te huilen

Als je tranen onder een microscoop legt, zie je veel patronen. Soms een zeester, of een diamant. Fotograaf Maurice Mikkers zoekt de verschillen voor je uit.

Dit zijn vier soorten tranen. Foto's Maurice Mikkels

Met een pipet zuigt fotograaf Maurice Mikkers de Maxima-traan op die over mijn wang rolt. Op een glasplaatje maakt hij negen druppels van 2 tot 4 mm doorsnede. De tranen hebben een kwartiertje nodig om te drogen, daarna kan hij de patronen ervan onder de microscoop bekijken. Mikkers is lichtelijk opgewonden: een nieuwe traan voor zijn collectie, hoe zal deze eruit zien?

In zijn appartement annex fotostudio annex laboratorium in Den Haag vertelt de 29-jarige fotograaf dat extreme close-ups hem al jaren fascineren. Als laborant bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) deed hij onderzoek en diagnostiek naar parasieten. Toen hij in 2013 door ziekte een paar maanden niet kon werken en uren op bed lag, dacht hij: hoe zien de pijnstillers die ik elke dag door mijn slokdarm jaag er precies uit? Van zijn spaargeld schafte hij een eigen microscoop aan; het was het begin van zijn fotoserie Micrograph Stories, waarin hij laat zien hoe de structuren van onder meer paracetamol, diclofenac en aspirine eruit zien. Van dichtbij bekeek en fotografeerde hij mdma, amfetamine, lsd en ghb.

Zijn eerste traan was van pijn

Maar nu richt hij zich op tranen. Begin 2014 legde hij voor het eerst een traan onder de microscoop. Een traan van pijn, vlak nadat hij zijn teen had gestoten. „Terwijl ik huilde popte de gedachte bij mij op: hoe ziet een traan er eigenlijk uit? Ik liep naar de spiegel en ving de traan op met mijn pipet.”

Turend door de microscooplens zag hij hoe de traan langzaam kristalliseerde. De patronen deden aan allerlei elementen uit de natuur denken: het heelal, een donkere zee, zoutkristallen, nerven van een blad of de vertakkingen van aderen. „Sommige mensen zien er zelfs een diamant in, of zeesterren. In elk geval ziet iedereen er iets moois in. Het beeld is betoverend.” Een paar weken later volgde een traan van irritatie door een chemische stof en in het voorjaar een traan van verdriet: hij moest huilen omdat de vader van een vriend van hem net was overleden. Hij vond alledrie zijn eigen tranen, ondanks dat de redenen voor de tranen verschillend waren, erg op elkaar lijken.

Benieuwd hoe de tranen van anderen eruit zien, nodigde hij een stel vrienden uit. Op een zondagmiddag ging zo’n tien man in zijn woonkamer tranen opwekken: de een kauwde op een rode peper, de ander luisterde naar een beladen liedje of ging met zijn gezicht voor een ventilator hangen. Tot twee uur ’s nachts bestudeerde Mikkers het tranendal van zijn vrienden en zag dat het beeld van elke traan uniek is, net als bij sneeuwvlokken.

Elke traan bestaat uit een cocktail van biologische stoffen, waaronder oliën, enzymen en antistoffen. Het patroon van een traan verschilt per persoon, maar wordt ook beïnvloed door omgevingsfactoren zoals temperatuur, luchtdruk, luchtvochtigheid en duur van het opdrogen.

De wetenschap beschrijft drie soorten tranen: basale tranen (om je ogen vochtig te houden), reflextranen (na het snijden van uien bijvoorbeeld) en emotionele (van verdriet of blijdschap).

Terug naar Mikkers’ lab: op zijn bureau liggen dekglaasjes, een pincet, pipet, reageerbuisjes, aceton en terpentine, plantjes en een waterspuit. Op zijn donkerveld-microscoop zit een spiegelreflexcamera gemonteerd. Mikkers legt zijn bril met dik zwart montuur op de tafel om goed door de lens te kunnen kijken. Hij fotografeert de druppel niet in zijn geheel, maar maakt ongeveer negen foto’s zodat hij zeker weet dat hij elk deel van de cirkel scherp in beeld heeft. In Photoshop „lijmt” hij de beelden aan elkaar.

Ook het idee van een kunstenaar

Hij is niet de enige die flink inzoomt op tranen. De Amerikaanse kunstenares Rose-Lynn Fischer fotografeerde honderd tranen, vooral haar eigen, om uit te zoeken of tranen van geluk er hetzelfde uitzien als van verdriet of frustratie.

En ook op Instagram is veel microfotografie te vinden, maar de meeste hebben meer een hobby-aanpak dan professioneel of wetenschappelijk. De meeste foto’s zijn gemaakt met een iPhone. „Leuk hoor”, zegt Mikkers, „maar die beelden kun je niet opblazen. Ik wil het zo maken dat de traan op posterformaat afgedrukt kan worden.”

De opmerking geeft aan hoe groots zijn plannen zijn: een digitale database van tranen. „Ik heb watervlooien, drugs, medicijnen, parasieten en straatvuil onder de microscoop gelegd en toch reageren mensen het meest op het project met de tranen. Als ik erover vertel, willen mensen meteen weten hoe hun traan eruit ziet. Dat wil ik faciliteren.”

De komende jaren wil hij zijn collectie ‘Imaginarium of Tears’ verder uitbreiden, een betere microscoop aanschaffen, de beelden exposeren en een reizend lab maken waar mensen hun traan kunnen afgeven en het complete proces van huilen tot en met het bewerken van de foto live meemaken.

Ook Mikkers benadrukt dat hij vooral fotograaf is, geen wetenschapper, maar het bevalt hem wel om die twee werelden te combineren.

Door in zo’n lab vele tranen te fotograferen onder exact dezelfde omstandigheden, hoopt hij ooit te kunnen laten zien of tranen van verdriet er anders uitzien dan tranen van geluk of van uien snijden.