Column

Kent u die grap van die Griekse banken?

Jammer van de moeite. Midden in de Griekse banken- en staatscrisis publiceerde de ‘bank voor centrale banken’, de Bank for International Settlements, twee weken geleden een handboek probleembanken. Hoe herken je ze? Hoe zorg je dat spaarders gered worden en burgers kalm blijven? Hoe los je de rommel weer op?

Maar helaas. Nationale én Europese bankentoezichthouders hebben in de Griekse crisis de beste instructies al aan hun laars gelapt. Zoals: snel ingrijpen voorkomt escalatie van narigheid. De Europese Centrale Bank, de ECB, zei ja tegen 90 miljard euro liquiditeitssteun voor de Griekse banken. Dat bestendigt de problemen.

De eerste hoofdstukken in Guidelines for identifying en dealing with weak banks kunnen de ‘financiële fiksers’ van de Griekse banken overslaan. Door naar de oplossingen. Hoe moet je de brokken van een probleembank wegwerken?

Vier opties. De bank verkopen aan een kapitaalkrachtige concurrent. Spaarders dwingen die kapitaalinjectie zelf te geven (zogeheten bail-in). Een nieuwe bank beginnen die gezonde delen van de probleembank koopt en de rest laten uitdoven. En als vierde, als er geen gezonde delen zijn: een beheerste opheffing.

Voor de eerste oplossing is geen belangstelling meer gezien de onzekerheden en slechte kredieten. Voor de derde en vierde is het nog te vroeg, want dan heeft de ECB een strop van jewelste op haar geldsteun.

Oplossing twee, de bail-in, brandt op ieders lip. Het is een keer eerder gedaan. Twee jaar geleden, in Cyprus. Met de kennis van nu was dat de generale repetitie voor de Griekse treurnis. De lokale banken én Cyprus dreigden pleite te gaan. Miljardensteun was nodig. Cyprus verzette zich tegen de voorwaarden. De Duitse minister van Financiën dreigde hen: meebetalen of anders Auf Wiedersehen.

Ja, dat was Schäuble. Bankruns dreigden. Geldopnames werden gelimiteerd op 100 euro per dag. Kapitaalrestricties ingevoerd. Allemaal herhaald in Griekenland, zoals collega Caroline de Gruyter zaterdag in deze krant uiteenzette. De ‘oplossing’: grote spaarders moesten meebetalen aan de kapitaalinjectie voor de banken. Dat waren toch vooral rijke Russen. Makkelijk doelwit.

Dat is nu ook de ‘oplossing’ voor de Griekse banken. Het is de officiële Europese norm. Ontzie de belastingbetalers, laat beleggers in bankobligaties en klanten met meer dan een ton op hun rekening opdraaien voor de redding van een bank.

De Tweede Kamer én minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) waren het dan ook roerend eens toen zij bijna twee weken geleden debatteerden over het steunpakket van mogelijk 86 miljard euro voor Griekenland. Eerst komt er een spoedtest hoe de banken ervoor staan. Dan volgt een bail-in (Dijsselbloem) of een „diepe bail-in” op „zijn Cypriotisch” (VVD-woordvoerder Mark Harbers).

Helaas. De ECB liet vorige week weten dat, ondanks de Griekse wetswijziging, een bail-in pas na 1 januari 2016 mogelijk is. Maar de tijd dringt. Niks doen kost kapitalen. Er is maximaal 25 miljard euro gereserveerd uit het nieuwe steunprogramma. Zonder geloofwaardige banken geen economisch herstel, geen vertrouwen, geen zicht op terugbetaling van Europese steun.

Politici en burgers in Europa en in Griekenland raken vermoeider. De eerdere opties komen gewoon weer op tafel te liggen. Wil Europa meer betalen voor de redding van Griekenland? Of toch die Grexit?