Kabinet in hoger beroep om afluisteren advocaten door AIVD

Minister Plasterk wil een „onafhankelijke toetsing” of de inlichtingendiensten gesprekken tussen advocaten en verdachten mogen afluisteren, maar gaat intussen door met het afluisteren als hij dat nodig acht. Relevante informatie uit die gesprekken zal hij voorlopig niet meer met het Openbaar Ministerie delen.

Dat blijkt uit een brief die de minister gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) reageert hiermee op een uitspraak van een kort geding op 1 juli. De rechter verbood het afluisteren van advocatengesprekken zonder onafhankelijke toetsing vooraf. Ook droeg de rechter de regering op binnen zes maanden een onafhankelijk toetsend orgaan op te richten en tot die tijd geen informatie uit advocatentaps aan het OM door te spelen.

Het advocatenbureau Prakken d’Oliveira, dat onder anderen terrorismeverdachten bijstaat, vroeg om een rechterlijke uitspraak nadat in december was gebleken dat het al jaren door de AIVD werd afgeluisterd. Volgens de rechter blijkt uit Europese jurisprudentie dat het wettelijke verschoningsrecht voor advocaten in de praktijk van het afluisteren door de AIVD niet voldoende wordt beschermd.

De staat gaat nu tegen deze uitspraak in hoger beroep. De reden is dat het wettelijk regelen van het onafhankelijk orgaan volgens het kabinet langer zal duren dan de zes maanden die de rechter daarvoor had bedacht. Het kabinet vraagt om een „spoedappèl”, omdat het zo snel mogelijk weer wil beginnen met het doorgeven van relevante informatie aan het OM. Plasterk: „Mocht immers in de komende tijd mede uit een gesprek met een advocaat informatie komen die leidt tot het vermoeden dat een aanslag wordt gepleegd, dan zou adequaat optreden in de huidige omstandigheden onmogelijk zijn. In het belang van de nationale veiligheid acht de staat dit onverantwoord.”

Het is nog maar de vraag of de onafhankelijke instantie zal voldoen aan de opdracht van de rechter. Die wil dat de instantie het afluisteren vooraf kan verbieden, maar Plasterk laat expliciet in het midden of de door hem aangekondigde instantie zo’n vetorecht krijgt.

Prakken d’Oliveira wilde niet reageren op de Kamerbrief van de minister.