‘Ik verheug mij op gebrekkigheid’

Ouderenarts Joris Slaets (62) zette het debat over de prijs van een gewonnen levensjaar op de kaart. Nu zijn idee is omarmd, wil hij een nieuw thema belichten: „Veiligheid staat in dit land boven leefplezier. Zonde. Men vergeet hier vaak een goed einde aan het leven te maken.”

Foto Merlijn Doomernik

Een licht dementerende man springt in de vijver tegenover zijn verzorgingshuis en begint baantjes te trekken. Paniek onder het verplegend personeel. De verpleeghuisarts grijpt de telefoon en belt ouderenarts Joris Slaets van het UMC Groningen. Wat moeten ze met deze man?

Slaets: „Ik zei: is de man verdronken? Nee, nee, de man kon uitstekend zwemmen. Dat deed hij zijn hele leven al. Het mocht alleen nooit van het personeel. Hij zou kunnen verdrinken. Maar waarom heeft het verzorgingshuis die zwempartij niet gefaciliteerd?”

Het is een favoriete anekdote van hoogleraar ouderengeneeskunde Joris Slaets (62). Hij vertelt in zijn kantoor, een sobere kamer in een statig pand van het Leids Universitair Medisch Centrum. Hier huist een instituut dat vitaliteit en veroudering onderzoekt. Slaets is er directeur. Tot een jaar geleden was hij klinisch geriater in het UMC Groningen. Slaets was tot begin dit jaar ook projectleider van het Nationaal Programma Ouderenzorg, een initiatief van het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

In twee gesprekken laat Slaets zijn licht schijnen over de ouderenzorg. Een kritisch licht, want hij vindt dat ouderdom in Nederland fundamenteel verkeerd wordt benaderd. Als een ziekte die je moet uitroeien. Slaets: „Die man die ging zwemmen in de vijver, dat is tekenend voor dit land. Veiligheid staat boven leefplezier. Dat is zonde. Men vergeet hier vaak een goed einde aan het leven te maken.”

Slaets is een pionier. Vier jaar geleden kreeg hij de hoon van veel medisch specialisten over zich heen. In een interview met deze krant durfde hij, als een van de eersten, te zeggen dat je oudere patiënten soms níét meer moet behandelen. Dat je niet altijd alle operatietechnieken, medicatie en techniek moet inzetten om mensen een maand langer te laten leven. Dat viel slecht. De omgekeerde wereld, vonden veel artsen. We kunnen mensen steeds beter behandelen, en dan komt Slaets met het idee dat we niet alles moeten doen om iemand beter te maken.

Toch bleek zijn idee er één van een visionair. Zijn pleidooi is inmiddels omarmd in de publieke en politieke discussie. Doktoren die een paar jaar geleden woest waren, agendeerden het onderwerp dit jaar zelf. In het rapport Niet alles wat kan, hoeft van artsenfederatie KNMG stellen doktoren zichzelf de vraag: „Wanneer houdt medisch ingrijpen op zinvol te zijn?”

Nu Slaets het debat over keuzevrijheid op de weg richting dood op de kaart heeft gezet, vindt hij het tijd voor de volgende stap. Samengevat: schrijf ouderen niet af als ze zwakker worden, en laat hun leefplezier de belangrijkste factor zijn bij elke beslissing in het leven.

Slaets spreekt met Belgische tongval, volume laag. Hij groeide op in Belgisch Congo. Een groot gezin met vijf kinderen. Een leven van verhuizingen. Congo, Nottingham in het Verenigd Koninkrijk, Groningen, Den Haag. „Ik hecht aan een stabiele basis. Die zit meer in de mensen om me heen dan in de fysieke omgeving. Mijn vrouw, mijn dochter, mijn hobby’s. Helaas heb ik moeten constateren dat in de Nederlandse ouderenzorg weinig aandacht is voor de rol die de belangrijkste verwanten innemen.”

Waar maakt u uit op dat de ouderenzorg niet gericht is op leefplezier?

„Ik zie vaak dat de veiligheidsmaatregelen in zulke huizen draconisch zijn. Waarom geen zachtgekookt ei serveren als iemand dat wil? Waarom geen borrel in de vroege middag? Mensen die zich bijvoorbeeld bevinden in een vergevorderd stadium van dementie, wat hebben we hun eigenlijk te bieden? Moeten we afpakken wat zij klaarblijkelijk graag willen? Er is een heel grote angst dat een oudere dood zal gaan, maar dat is helemaal niet zo erg. Veiligheid moet secundair worden aan leefplezier.”

„Hetzelfde geldt voor langer thuis wonen. Als een dementerende oudere thuis wil blijven wonen, dan roept meteen iedereen: ‘Ho! Gevaarlijk!’ Maar ouderen zeggen vaak: ik wil graag hier, thuis, overlijden. Dat mág toch? Ook al kleven daar lichte risico’s aan. Deze ouderen kiezen daar zelf voor.”

De plannen van deze regering zijn er al op gericht om mensen, ook dementerenden, langer thuis te laten wonen. Mantelzorgers – vrienden, familie – vangen dan een deel van de zorg op.

„Mantelzorg is essentieel voor het leefplezier. Dat moet in alle plannen terugkomen, en dat zie je nu inderdaad gebeuren. Maar ik zie daar ook een groot gevaar. De mantelzorger moet zo min mogelijk echte zorgtaken uitvoeren, en vooral voor het plezier van de oudere zorgen. Je kunt je voorstellen wat het doet met je relatie als je een luier moet vervangen bij je moeder? Juist die persoonlijke relatie is het belangrijkste in de laatste jaren.”

U klinkt ineens fel, als u spreekt over leefplezier.

„Normaal ben ik erg rustig, hè. Maar dit doet me wat. Er is op dit gebied nog zoveel te winnen, maar weinig mensen zien dat. Dat frustreert me zo nu en dan.”

„Als je oud wordt verslijt alles. Dat is zo, dat blijft zo. De reparatiemechanismen van de mens zijn gebrekkig. Maar dan kunnen we toch proberen de levenslust te vergroten tegen het einde van het leven? Het is zonde om de rafels die ontstaan te ontkennen. We zijn in de zorg heel goed in het tegengaan van gevaar, maar niet in het creëren van welbevinden. Dat begint al met aan ouderen vragen wat ze eigenlijk zelf willen.”

Klinkt simpel, luisteren naar de patiënt.

„Het gaat erom de goede vragen te stellen. De belangrijkste: wat zou u als mens nog willen? Ik heb gemerkt dat er dan verrassende antwoorden komen. ‘Ik wil vooral nog oma zijn’, of ‘ik wil nog voor mijn huisdier zorgen’. Bijna altijd willen mensen in hun laatste jaren nog zoveel mogelijk goede tijd doorbrengen met geliefden. Dat klinkt eenvoudig, maar ons zorgsysteem is er niet op ingericht om dat te faciliteren.”

Gaat we in dit land kil om met ouderen?

Slaets valt even stil. „Kil? Dat zou ik zo niet zeggen, maar...”

Bij wijze van antwoord komt hij met een voorbeeld. Slaets was op een cursus in Indonesië en werd meegenomen naar een verpleeghuis in Soerabaya. Geld was er bijna niet. Eens in de zoveel tijd kwam er een arts langs die iedereen controleerde. Het huis lag in een volkswijkje. Een paar slaapkamers met een afdakje rond een dorpsplein. Maar wat gebeurde er wel? Mensen uit de buurt kwamen eten brengen, kinderen speelden op het pleintje. Er liep een hond rond, die iedereen kon aaien.

Slaets: „Er was eigenlijk niets. Geen medicijnen, vieze matrassen, nauwelijks medische hulp. Maar de sociale omgeving was zo warm. Die mensen waren echt gelukkig, omdat ze onderdeel bleven van de gemeenschap. Dat vond ik mooi.”

Vergelijkt u dat eens met Nederland.

„Hier staan schotten tussen de samenleving en de verpleeghuizen. Vaak weet personeel niet eens of de patiënt kinderen heeft, een partner, wat voor werk diegene vroeger deed. Daar kan het personeel niets aan doen, zij staan vaak onder grote tijdsdruk. Het uitgangspunt wanneer een oudere in een verpleeghuis komt zou moeten zijn: hoe maken we deze persoon gelukkig? Dat ontbreekt nu.”

In verpleeg- en verzorgingshuizen wordt toch al veel gedaan om leefplezier te vergroten? Bingomiddagen, muziekkapellen, kaartavonden...

„Professionals die proberen ouderen weer vrolijk te maken. Waar zijn we in vredesnaam terecht gekomen? Leefplezier ontstaat altijd in relatie tot anderen, en dat zijn vaker familie of vrienden dan professionals. Je wil niet dat familie op bezoek komt in een instituut. Op bezoek! Bij je geliefden. In Nederland worden mensen verleid om er niet op te anticiperen dat geliefden oud worden.”

Beangstigt het idee om ouder te worden u?

„Kwetsbaarheid drukt je in een hoek waarin je sociaal en betrokken moet zijn. Je kwetsbaar opstellen brengt je dichter bij belangrijke anderen. Door jaren dit vak te beoefenen kan ik nu zien dat kwetsbaarheid niet erg is. Als je pallet kleiner wordt, kun je nog steeds een mooi schilderij maken.”

Veel ouderen vinden het juist het belangrijkst niet te kwetsbaar te worden, om hun autonomie te behouden.

„Autonomie heeft geen zin zonder belangrijke anderen om je heen. Hoe minder autonoom je wordt, hoe belangrijker de verantwoordelijkheid van anderen wordt. Onze dwaze framing is: succesvol oud worden is jong blijven. Daar moeten we vanaf. Succesvol oud worden betekent je waardigheid behouden, ondanks slijtage.”

„Er zitten heel mooie dingen in oud worden. Angst voor de dood, dat is toch eigenlijk dwaas. Dorian Gray, hoofdpersoon in een roman van Oscar Wilde, liet een portret van zichzelf schilderen. Toen het af was, zei hij: ‘Vanaf nu is dit portret altijd mooier dan ik nu ben.’ Dat vind ik heel triest.”

U verheugt zich op gebrekkigheid?

„Ja. Volmondig ja. Succesvol leven is loslaten. Als je dat niet kunt, kun je niet gelukkig oud worden. Mijn strijd voor leefplezier zal met mijn pensioen niet zijn afgerond. Dat is niet erg. Mijn wereld wordt over een paar jaar kleiner. In het centrum van je leven sta je in een kleurenfoto, er gebeurt zoveel dat je het bijna niet uit elkaar kan houden. Straks trek ik me terug in een foto met grijstinten, waar steeds minder mensen op staan. Mijn echtgenote, mijn dochter. Ik verheug me daarop, het eenvoudiger maken.”