Houterig accent? 1-0 achter

Een accent maakt je minder geloofwaardig. Niet zo handig bij zaken doen in het buitenland.

Een houterig accent werkt als Nederlander op zakenreis niet in je voordeel. Dat mensen meer moeite hebben je te verstaan, komt vast niet als een verrassing. Maar je toehoorders vinden je óók minder geloofwaardig en onthouden je verhaal minder goed, puur en alleen omdat je niet in je moedertaal spreekt. Dat blijkt uit het taalonderzoek van Shiri Lev-Ari van het Max Planck Instituut in Nijmegen.

Lev-Ari legde deelnemers aan een experiment verschillende stellingen voor, zoals ‘een giraffe kan langer zonder water dan een kameel’ en ‘mieren slapen niet’. Vervolgens vroeg ze of dit waar was.

Wat bleek? De deelnemers geloofden de stellingen vaker als ze door een native speaker, een moedertaalspreker, werden uitgesproken dan door iemand met een zwaar accent.

In een ander experiment liet ze mensen met en zonder accent hetzelfde verhaal voorlezen. Details uit het verhaal van de niet-moedertaalsprekers bleken vaker te worden vergeten.

Het gaat niet alleen om wát je zegt, maar ook om hoe je het zegt. En dat heeft voor Nederlanders, die gewend zijn snel over te schakelen op een vreemde taal, grote consequenties: je staat met je steenkolen-Engels aan het begin van een onderhandeling eigenlijk al 1-0 achter.

Dat komt bovendien steeds vaker voor, zegt Esther van Berkel, onderwijsdirecteur van taleninstituut Regina Coeli in Vught: „De economie globaliseert, dus doen we vaker zaken in een vreemde taal. Ik ken voorbeelden van Nederlandse bedrijven die Engels als voertaal hebben, omdat een paar collega’s uit het buitenland komen.”

Het aantal mensen dat voor taalcoaching bij het instituut aanklopt, stijgt dan ook, zegt Van Berkel: „Dat zijn vaak zakenmensen die een taal al goed beheersen, maar voor de finesses willen doorleren. Die komen bijvoorbeeld twee dagen naar Vught om een presentatie voor te bereiden die ze later die week aan een internationaal publiek moeten geven.”

Iedereen heeft een accent, legt Lev-Ari uit, maar accenten die we niet kennen zijn moeilijk te volgen. „Legt iemand de klemtoon op een vreemde plek, dan moet de luisteraar zijn best doen om daarvoor te corrigeren.”

Die extra inspanning is waarschijnlijk de reden dat we niet-moedertaalsprekers minder geloofwaardig vinden. „Mensen die lastig te volgen zijn worden over het algemeen minder geloofwaardig gevonden, dat gebeurt niet alleen bij accenten.”

Luisteren heeft veel te maken met verwachtingen, vertelt de onderzoekster. Bij niet-moedertaalsprekers verwachten we dat ze taalfouten maken, waardoor we ons meer concentreren op wat ze bedoelen dan op wat ze daadwerkelijk zeggen. Daarom onthouden we details uit hun verhalen minder goed. Opvallend genoeg kan dat ook in het voordeel werken van niet-moedertaalsprekers. „Die details leiden toch maar af. Daarom zien we dat de kernboodschap bij niet-moedertaalsprekers vaak beter overkomt.”

Onderwijsdirecteur Van Berkel vindt dat zakenmensen zich niet te veel moeten focussen op hun accent. „Als je er heel erg op gaat letten, word je onzeker en dan ga je hakkelen. Bovendien is de beheersing van een taal belangrijker dan een perfecte uitspraak. Je kunt iemand in perfect Oxford English vertellen dat zijn verhaal ‘quite interesting’ was. Voor een Nederlander is dat een compliment, maar een Brit heb je net verteld dat je het niks vindt.”

En mocht je het je afvragen: een giraffe kan daadwerkelijk langer zonder water dan een kameel en mieren slapen wel degelijk, met welk accent je het ook zegt.