‘Hij nam de wereld op de schop’

Dick van Bekkum (1925-2015)Baanbrekend arts

Belangrijk pionier van beenmergtransplantaties en criticus van de industrie.

Op 89-jarige leeftijd is anderhalve week geleden Dick van Bekkum overleden. Van Bekkum is een van de grondleggers van de beenmergtransplantatie. Hij was ook bekend om zijn scherpe kritiek op de farmaceutische industrie, die met haar streven naar hoge winst de ontwikkeling van belangrijke nieuwe medicijnen frustreert.

Van Bekkum studeerde geneeskunde in Leiden en richtte in 1960 binnen TNO het Radiobiologisch Instituut (RBI) op. Dat werd al snel internationaal bekend om zijn vernieuwende onderzoek naar het effect van straling op beenberg, en naar toepassingen daarvan bij leukemie en andere bloedziekten. Van Bekkums team deed in het RBI ook baanbrekende experimenten met beenmergtransplantaties. In 1967 verrichtte hij samen met drie andere artsen de eerste succesvolle beenmergtransplantatie bij de mens.

Daarbij krijgt een patiënt bij wie het eigen beenmerg is afgestorven door straling, bijvoorbeeld na behandeling tegen kanker, beenmergcellen van een donor toegediend. Van Bekkum ontdekte hoe het komt dat zo’n behandeling aanslaat. Dat komt niet, zoals eerst werd vermoed, door bijvoorbeeld een hormoon in het beenmerg van de donor. Van Bekkum ontdekte dat de donorcellen zich nestelen in de beenderen van de patiënt en zich daar jarenlang vermenigvuldigen.

Hij ontdekte ook waarom veel patiënten daarna ernstig ziek werden. Afweercellen uit het beenmerg van de donor bleken na de transplantatie de lichaamscellen van de ontvanger aan te vallen – het omgekeerde van wat er gebeurt na bijvoorbeeld een niertransplantatie. Je kunt die afweerreactie voorkomen, zo ontdekte Van Bekkum, als je het donorbeenmerg vóór de transplantatie ontdoet van zijn afweercellen.

Van Bekkum werd hoogleraar in Rotterdam en Leiden. Hij was ook betrokken bij de oprichting van ‘integrale kankercentra’ en schreef lesmaterialen voor middelbare scholieren. En in 2010, inmiddels 85 jaar oud, startte hij het bedrijf Cinderella Therapeutics. Daarin doen wetenschappers belangeloos onderzoek naar ‘stiefkindgeneesmiddelen’: medicijnen die voor de industrie niet winstgevend genoeg zijn, maar wel belangrijk voor veel patiënten.

„Hij nam de wereld op de schop, met een tomeloze drive en strijdbaarheid”, zegt collega en hoogleraar Bob Löwenberg over hem.