Hannah wist: op elke school in Bel Air kun je heroïne kopen

Het aantal heroïnedoden in de Verenigde Staten is de laatste tien jaar verviervoudigd. Vooral aan de Amerikaanse oostkust is heroïne de drugs geworden van blanke, hogeropgeleide vrouwen.

Begin vorig jaar reed Hannah McLaughlin (19) naar een vuilcontainer in de buurt. Ze deed het luik open en gooide al haar injectienaalden weg. Ze had, voor de zoveelste keer, besloten te stoppen met de heroïne. De volgende dag had ze spijt. Hannah reed terug, doorzocht de container. Naalden onvindbaar. Ontroostbaar ging ze op de grond zitten, maar toen las ze de graffiti die op de zijkant gespoten was: ‘Everything Will Be Okay’. Het troostte haar, zegt haar vader Craig McLaughlin. Alsof iemand haar wilde opbeuren. Ze liet zich fotograferen bij de container.

Een paar weken later, op 24 maart 2014, vonden haar ouders Hannah knielend in haar kamer. Ze was bewusteloos na een overdosis heroïne, en overleed diezelfde dag.

Bel Air is een groen stadje in Maryland. Vrijstaande huizen, strip malls, een hoogopgeleide, blanke bevolking – dit is klassiek Suburbia. Veel inwoners werken in Baltimore, op een half uur rijden. Maar in de jaren tachtig, toen in Baltimore de crackepidemie echt begon, trokken welgestelde inwoners naar niets-aan-de-hand-voorsteden zoals Bel Air.

Maar ook Bel Air ontkomt niet aan de plotse toename van heroïneverslaving in de Verenigde Staten. Het aantal heroïnedoden in de VS is de laatste tien jaar verviervoudigd. En juist in gegoede voorsteden zoals Bel Air is de grootste stijging te zien. In 2013 stierven 8.200 Amerikanen aan een overdosis heroïne, bijna een verdubbeling ten opzichte van twee jaar daarvoor. Volgens sheriff Lee Dunbar van het district Harford (240.000 inwoners), waar Bel Air onder valt, stierven hier vorig jaar 22 inwoners aan een overdosis heroïne. In 2010 ging het om twaalf mensen.

Volgens een recent onderzoek, gepubliceerd in het Journal of the American Medical Association (JAMA), „verandert het gezicht van de heroïneverslaafde drastisch”. De nieuwe verslaafde is steeds minder vaak een zwarte, laagopgeleide stedeling. Het gaat nu in toenemende mate om blanke hogeropgeleiden, vaak vrouwen, in de voorsteden. Dit is vooral een probleem aan de Amerikaanse oostkust. In het dunbevolkte westen is metamfetamine populairder.

Wij wisten niets van drugs

Craig McLaughlin is de dominee van Mt. Zion United Methodist Church. Craig en zijn vrouw Lisa hoorden in de jaren negentig voor het eerst van heroïneproblemen in Bel Air. Toen bleek een jong stel dat muziek speelde in de kerk al lange tijd verslaafd. Drie maanden later wandelde een heroïneverslaafde de kerk binnen. Hij is altijd gebleven. „Ik wist niets van drugs”, zegt Craig. „Maar sinds die tijd was er geen ontkennen meer aan.”

De heroïne kwam nog veel dichterbij in het domineesgezin. Hannah McLaughlin, de jongste van hun vier kinderen, experimenteerde als twaalfjarige met alcohol en softdrugs. „Ze leefde wat teruggetrokken”, zegt Lisa McLaughlin. „Pas veel later hoorden we dat ze tussen haar zevende en elfde jaar seksueel was misbruikt door een kennis.” Toen ze veertien was, zeggen haar ouders, begon ze pillen te slikken. Op een dag kreeg ze methadon aangeboden, ze was meteen verslaafd.

Amerika’s pillenverslaving ligt aan de wortel van het heroïneprobleem, betoogde New York Times-journalist Barry Meier in zijn recente boek A World of Hurt. De laatste jaren probeert de overheid de toegang tot pijnstillers moeilijker te maken, met name tot het zwaar verslavende oxycodon.

Dit heeft voor een zwarte markt van pijnstillers gezorgd. Probleem is alleen, schrijft Meier: de pillen zijn duur, gauw dertig dollar per stuk. Heroïne, dat veel goedkoper is, is het makkelijkste alternatief. Sinds enkele jaren wordt de markt overspoeld met relatief goedkope heroïne uit Mexico. Sinds de Mexicaanse drugskartels heroïne ontdekten als markt, is de prijs met zo’n 80 procent gedaald.

Een zakje heb je voor vijf dollar

Zo ging het ook met Hannah. Ze werd opgenomen in een afkickkliniek, om van haar pillenverslaving af te komen. Toen ze terugkwam, begon ze meteen aan de heroïne. „Het is geen enkel probleem om daaraan te komen, zegt Craig McLaughlin. „Op iedere middelbare school in Bel Air wordt heroïne verkocht. Een zakje heb je al voor vijf dollar.”

Voor het gezin McLaughlin begon een periode van ‘zelfmoord in slow-motion’, zoals vader Craig het noemt. Hannah werd naar 22 afkickklinieken gestuurd, en viel iedere keer terug in haar verslaving. Ze vervalste cheques, verkocht haar spullen, en werd prostituee. Op de stoep bij het gezin reed die dagen van alles voor: auto’s met dealers, busjes met pooiers. Lisa McLaughlin: „In het begin werd ik kwaad, en ging ik foto’s nemen van iedereen die haar ophaalde. De gekte van haar verslaving kreeg ook vat op mij, en de rest van het gezin. We wilden iemand helpen die niet meer te helpen was.”

Craig en Lisa McLaughlin zijn een gespreksgroep voor familieleden van verslaafden begonnen in hun kerk. Craig McLaughlin helpt sheriff Dunbar met preventieprogramma’s. Maar, zegt hij, de enige kans om heroïneverslaving tegen te gaan, is de vraag naar pijnstillers te stoppen. Bijna de helft van alle verslaafden aan heroïne was eerder verslaafd aan pillen.

Hannah McLaughlin is haar verslaving nooit de baas geworden. Haar ouders Craig en Lisa hebben haar niet kunnen redden, zeggen ze. Dat besef zal altijd blijven knagen, besluit vader Craig McLaughlin. „Een hulpverlener zei: u staat voor een verschrikkelijke keuze. U kunt haar in huis houden, en ze gaat zeker dood. Of u kunt haar het huis uitschoppen, en ze heeft nog een kleine kans. Dan krijgt ze misschien een prikkel om nog iets te proberen. Dat hebben we nooit gekund.”