Ene Turkse front opent het andere

Turkije bombardeert IS-strijders en Koerden over de grens, maar zoekt de tegenstander ook ‘in eigen huis’.

Geweld aan Turkse grens met Irak en Syrië laait op

Turkije waagt zich plotseling in een strijd op vele fronten. Nadat Turkse F-16’s afgelopen vrijdag voor het eerst raketbeschietingen uitvoerden op kampen van Islamitische Staat (IS) in het uiterste noordwesten van Syrië, volgden zaterdag ook luchtaanvallen op bases van de Koerdische PKK in Noord-Irak.

Maar vrijdag markeerde eveneens het begin van een groot binnenlands offensief tegen de ‘vijand in eigen huis’. In heel Turkije is de afgelopen dagen jacht gemaakt op terreurverdachten. Gistermiddag waren al meer dan 1.050 mensen opgepakt, maakte het bureau van de Turkse premier Ahmet Davutoglu bekend.

Een van de tientallen verdachten die gisteren in Istanbul werden gearresteerd, is Halis Bayancuk. Hij wordt beschouwd als een belangrijke agent van IS in die stad. Samen met zijn in een boerka gehulde vrouw werd hij door agenten in burger weggeleid naar een politiebureau. Zijn aanhouding en die van vele andere IS-sympathisanten bevestigen de vrees van waarnemers dat IS er in is geslaagd om een uitgebreid netwerk in Turkije zelf op te bouwen, ter ondersteuning van de strijd in Syrië en Irak. De terreurorganisatie kon dat doen omdat de Turkse regering haar aanwezigheid op Turkse bodem tot dusver eigenlijk altijd heeft getolereerd.

Daarin is nu verandering gekomen. Maar nog steeds geldt dat IS niet de enige tegenstander is. Onder de honderden arrestanten van de afgelopen dagen behoren veel leden van de verboden Koerdische Arbeiderspartij (PKK), de gezworen vijand van de Turkse staat, en sympathisanten van de extreemlinkse ondergrondse groepering DHKP-C.

Vrijdag bij het begin van de grote anti-terreuroperatie zei premier Ahmet Davutoglu dat Turkije vastbesloten is om alle „terroristische” groepen aan te pakken „zonder onderscheid”. IS, maar zeker ook de PKK. Gisteren bevestigde de premier dat opnieuw door op televisie te zeggen dat de militaire operaties tegen PKK zullen doorgaan zolang die organisatie over wapens beschikt. Bij de Turkse aanvallen op de Koerden in Noord-Irak werden het afgelopen etmaal „schuilplaatsen, logistieke knooppunten en opslagplaatsen” bestookt, aldus de regering in Ankara.

De PKK, die vorige week al zei dat het twee jaar geleden gesloten bestand met de Turkse regering niet langer stand kan houden, reageerde gisteren met het opblazen van de gaspijpleiding die van Iran naar het oosten van Turkije loopt. En in de zuidoostelijke provincie Mus werd gisteravond een majoor van de Turkse militaire politie doodgeschoten in zijn auto. Ook het werk van de PKK, vermoeden de autoriteiten.

Cruciale vraag bij het uitwerken van het plan voor een bufferzone langs de Turks-Syrische grens is nu wat de positie daarin zal zijn van de Syrische Koerdische militie YPG. Zij geldt als een zusterorganisatie van de PKK, maar ze is ook de belangrijkste partner ‘met laarzen op de grond’ van de Verenigde Staten bij hun (lucht)aanvallen op IS. Dankzij Amerikaans luchtsteun is YPG succesvol gebleken in de strijd met IS. Afgelopen januari verdreef ze de laatste milities van IS uit de stad Kobani, en vorige maand nog veroverde ze de strategische grensstad Tal Abyad. Gisteren kwam daar de inname van de stad Sareen bij.

YPG controleert nu een groot deel van de Turks-Syrische grensstrook. Ze is daarmee een partij geworden waar ook Turkije niet omheen kan.