Doe-het-zelfcomputer loopt vast – en dat is leerzaam

Zelden verliep een review zo moeizaam als met de Kano. Even bedreigde dit doe-het-zelf-computertje mijn algehele levensvreugde.

Kano is een pakket om zelf een computer te bouwen in twee delen: hardware en software. Met behulp van een Ikea-achtig instructieboekje zet je eerst de computer in elkaar. Die bestaat uit een Raspberry Pi-moederbord met allerlei in- en uitgangen waar je een speaker en een knaloranje keyboard op aansluit. Klik, klak, een kind kan de ict doen.

Dat is precies de bedoeling. Want wie weet nog hoe een computer in elkaar zit? De Kano is makkelijk genoeg voor een kind van een jaar of acht, dat zo in grote lijnen leert hoe een pc er vanbinnen uitziet en hoe het functioneert. Dat is nuttig, nu kinderen met niet te openen tablets en smartphones opgroeien.

Dan deel twee, de software. De Kano gaat aan en de introductie werkt, maar dan gaat het mis. Een lange update stokt zonder duidelijke reden. De geboden oplossingen op de site van Kano werken ook niet. Na veel gepiel raak ik de wanhoop nabij. Een nieuwe SD-kaart en een update op een andere computer bieden uiteindelijk soelaas.

Perfect werkt het dan nog niet. Het toetsenbordje is een beetje eigenwijs, en de Kano zelf is niet zo snel. Een YouTubefilmpje kijken blijkt te veel gevraagd. Zo presteert de Kano naar huidige standaarden waarschijnlijk niet genoeg om een kind lang geboeid te houden.

Spelletjes als Pong, Snake en Minecraft, die je met software naar eigen inzicht kunt ombouwen, zijn wél erg leuk. Met simpele bouwblok-code, verpakt in uitdagingen en opdrachten, pas je zo alles aan.

Zodra mijn dochter oud genoeg is, zie ik ons zo een hele middag met de Kano prutsen, in de hoop dat dit de nieuwe Steve Jobs of Bill Gates oplevert.

Dat vastlopen is frustrerend, maar hoort er ook een beetje bij als je zelf een computer bouwt: iets werkt niet, je zoekt een oplossing en je bent blij en trots als het ineens wel werkt. Dat is misschien wel de belangrijkste les van Kano.