Brieven

Weinig geleerd over geloof

Een beetje teleurstellend, dat Zomeravondgesprek van Nourdin el Ouali en Beatrice de Graaf (25-26/7). Het gaat veel over geloof, maar veel wijzer dienaangaande word je niet. Zo stelt El Ouali dat ieder mens „een van God gekregen vrijheid” heeft om eigen keuzes te maken. En De Graaf ziet de rechtsstaat als „een echte gave Gods”. Hoe, waar en wanneer die God dan die cadeautjes heeft uitgedeeld, blijft duister. Wel leren we dat El Ouali en De Graaf hun geloof hebben meegekregen van hun ouders. Met andere ouders had dat dus ook een heel ander geloof, of misschien wel geen geloof kunnen opleveren. Aan wie of wat hadden we dan onze vrijheid en rechtsstaat te danken gehad?

Na religie was er niets meer

Mevrouw Beatrice De Graaf heeft een armoedig wereldbeeld: naast religie ligt er volgens haar niets op de maatschappelijke tafel. En dan de rechtsstaat een godsgeschenk noemen! Ze zal wel doordromen, maar toch een poging tot een wake-up call: er is geen enkel bewijs dat er een god bestaat of bestaan heeft en als we religie van de maatschappelijke tafel halen, wordt het zicht op die overvolle tafel eindelijk een stukje helderder.

Hajo M. Harts

Rassen bestaan niet

Politiek correct verhaal

Het artikel over ‘ras is een idee…’ (25/7) munt uit door politieke correctheid. Maar die gaat meestal ten koste van de wetenschappelijke waarde. Het begrip ‘ras’ wordt niet toegelicht of uitgelegd, er wordt alleen gezegd dat mensen één soort vormen. Verderop lezen we: na de oorlog werd het besmette begrip ras taboe. Taboeverklaring is geen wetenschap, daarom heb ik een vooroorlogse Winkler Prins (1932) erop nageslagen. Daarin staat bij variëteit: „Treedt een erfelijke variatie op in een bepaald gebied, die men niet als een aparte soort kan beschouwen, dan spreekt men van een ras. Ook door kweeken kan men rassen verkrijgen.”

Een eigenschap van rassen is dat ze zich onderling kunnen voortplanten. Zodoende kan men nieuwe appelrassen en hondenrassen kweken. Wanneer mevrouw Roede appels koopt, zal ze daar zeker op letten. Als een ijsbeer veel DNA-overeenkomst heeft met een bruine beer, toont dat aan dat ze genetisch verwant zijn, niet dat je er geen verschil tussen mag zien. Ongeacht wat de UNESCO (die over de politieke correctheid waakt) ervan zou vinden. Ook zijn er tussen mensenrassen meer dan alleen uiterlijke verschillen. Ras mag zeker niet gebruikt worden om anderen te stigmatiseren, maar dat zegt niets over het al dan niet bestaan van het concept ras.

Dr. D.E.Knibbe

Racisme pas bij connotatie

In een helder onderbouwd betoog legt Machteld Roede uit dat rassen niet bestaan. Er zijn immers geen scherpe grenzen te trekken qua uiterlijke kenmerken. Zij poneert het idee dat deze kennis een belangrijke pion zou kunnen zijn in de strijd tegen racisme. Iedere kennis die de strijd tegen racisme kan aangaan, is wat mij betreft meer dan welkom. Toch denk ik niet dat de theorie van Roede deze rol kan spelen, integendeel.

Wanneer ik door een winkelstraatje in een Turks stadje loop, word ik constant door de eigenaars van winkeltjes naar binnen geroepen, meestal in het Nederlands. Soms, maar niet vaak, ‘gokken’ ze verkeerd. In het geval dat ik niet als Nederlandse word herkend, word ik in het Engels, Duits of Zweeds aangesproken. Maar nooit in het Frans, Russisch of bijvoorbeeld Turks.

Ik ben lang, vrij slank en erg blond: West-Europees dus. Natuurlijk zien niet alle Nederlanders er zo uit als ik, maar er zijn duidelijk zoveel overeenkomsten dat de genoemde winkeleigenaren er maar heel weinig naast zitten.

Deze mannen gokken dus niet zomaar, maar doen een ‘educated guess’. En wanneer ik nu tegen deze winkeliers zou zeggen dat wat zij doen niet kan, omdat er nu eenmaal geen rassen zijn, we denk ik al heel snel uitgepraat zijn.

Volgens mij gaat racisme echter niet over onderscheid tussen het uiterlijk van mensen. Racisme gaat over het verbinden van eigenschappen aan deze uiterlijke kenmerken. Een valkuil hierin is dat het bij racisme zeker niet alleen om de verbintenis van uiterlijke kenmerken met slechte eigenschappen gaat, zoals de beruchte combi ‘negers zijn lui’. Ook het toeschrijven van ‘goede eigenschappen’ aan een ras is racistisch.

Ik citeer een Joodse vriend: „Veel mensen zijn ervan overtuigd dat Joden muzikaal zijn. Ik heb me lang een dubbele mislukking gevoeld. Ik was al Jood en speelde ook nog eens geen viool.” Iemand denken te kennen door zijn of haar ras is schadelijke onzin, niet doen dus.

Margreet van Schie MA Wijsgerige ethiek

Duurzame energie

Nederland slecht met geld

In Noorwegen hebben ze een spaarpotje met honderden miljarden en Nederland heeft dat niet (25/7). Toch hadden wij ook grote energievoorraden. Het verschil is dat wij de opbrengsten hebben uitgegeven en de Noren tot in lengte van jaren mooie dingen kunnen doen van de rente. Investeren in duurzamere energiebronnen en wereldwijd positieve invloed uitoefenen met hun investeringen. Al tientallen jaren zijn wij aan het potverteren en we verwijten de Grieken dat ze niet met geld kunnen omgaan.

Ondertussen zijn we in Nederland verrast dat onze gasvoorraad begint op te raken en dat Groningen last heeft van bodemdaling. Vooruit kijken is nooit ons sterkste punt geweest en verstandig met geld omgaan evenmin. We bezuinigen als het slecht gaat en investeren als het goed gaat maar niet in dingen waar volgende generaties plezier van kunnen hebben, zoals duurzame energie. Waar we wel in investeren, is het rondpompen van aardgas, met name van meneer Poetin.

We zijn handelaren en succesvolle boeren, maar vinden visies voor de toekomst maar lastig. Hoe zei onze premier dat ook alweer? „Visie is een olifant die het uitzicht belemmert.”

Pieter Parmentier

Correcties en aanvullingen

Sharon van Rouwendaal

In Sharon en haar dagelijkse kwelgeest (25/7, p. E26-27) staat in de intro dat Sharon van Rouwendaal marathonzwemster is. Dat klopt niet. Ze zwemt meerdere afstanden tot en met 10 kilometer.