Beurs als beleidsinstrument

Na de klap van gisteren was het vanmorgen opnieuw raak: de aandelenkoersen in Shanghai daalden met een kleine 2 procent, na eerder al met 8,5 procent te zijn gekelderd. Alle steunmaatregelen van de Chinese autoriteiten ten spijt – en dat zijn er nogal wat – lukt het Beijing niet om de zwaartekracht te trotseren. De hemelhoge stijging van de koersen moest een keer een correctie ondergaan. En hoe langer zoiets niet wordt toegestaan, hoe harder de val is. De wet van vraag en aanbod laat zich niet ideologiseren.

China maakt een wankele tijd door. Het groeimodel op basis van grootschalige, vaak met schulden gefinancierde investeringen in industrie, woningbouw en infrastructuur loopt op zijn laatste benen. De versterking van de binnenlandse markt, met consumentenbestedingen als drijvende kracht, is de toekomst. Maar de overgang van het ene model naar het volgende is lastig. Het gebruik van stijgende aandelenkoersen kan daarbij goed uitkomen. Het maakt beleggende burgers welvarender en brengt hun bestedingen op gang. Het kan ook helpen bij de balansversterking van bedrijven, die op een stijgende beurs goedkoper aan eigen vermogen kunnen komen en hun door schulden beladen balans kunnen opschonen.

Wellicht dat nieuwe ingrepen een verdere koersval in China uitstellen. Maar dat is, per definitie, tijdelijk.

De overgang naar een nieuw groeimodel voor de Chinese economie is hoogst complex en niet zonder risico’s. Het proces is gezien de sterk gegroeide omvang van de Chinese economie ook niet zonder gevolgen voor de rest van de wereld. Voor veel grondstoffen, met name voor metalen, was de groeispurt van China de afgelopen vijftien jaar de belangrijkste factor achter de prijsstijging die zij doormaakten. Ook hier eisen ontwikkelingen in vraag en aanbod nu hun tol. Wereldwijde investeringen in extra productiecapaciteit leiden tot een groter aanbod, net nu de Chinese vraag terugvalt.

Het resultaat is een flinke malaise in de grondstoffenmarkt. Voor veel ontwikkelings- en opkomende landen die grondstoffen produceren is dat slecht. Voor Europa is het op het eerste gezicht juist gunstig. Maar die winst is betrekkelijk. Dalende prijzen van grondstoffen drukken de al lage inflatie verder.

Die lage inflatie wordt hier bestreden door het opkopen van grote hoeveelheden staatsleningen door de Europese Centrale Bank, hetgeen de koersen opdrijft en de effectieve rentes verlaagt. Deze bedenkelijke strategie maakt nu kans langer en heviger te worden voortgezet. Beurskoersen kunnen echter alleen een resultaat zijn van beleid, geen instrument daarvan. Dat geldt voor China, maar evengoed voor Europa zelf.