Wij zijn bijna het meest vieze land van Europa

Rechts en ‘groen’ gaan in Scandinavië wél goed samen, aldus Marijn Bosman en Jan Paternotte.

Even schrikken: Nederland dénkt een schoon land te zijn, maar we zijn bijna het meest vieze land van Europa. Op de kaart van het Europees Milieuagentschap hangt de zwarte vlek met de meeste luchtverontreiniging precies boven Nederland. Zonnepanelen dekken hier slechts iets meer dan een half procent van het elektriciteitsverbruik. Van de ruim acht miljoen auto’s die Nederland telt, rijdt één promille – achtduizend auto’s – volledig elektrisch. 94 procent van onze energie wordt via vervuilende verbranding van kolen, gas en olie opgewekt. Binnen de EU doen alleen Malta en Luxemburg dat relatief slechter.

Een kwart minder CO2? Zo gefikst, kopte NRC op 8 juli. Energiedeskundigen geven aan dat met enkele belastingmaatregelen Nederland snel en betaalbaar flinke sprongen kan maken. Alleen die maatregelen zijn ver weg. Waarom kunnen andere landen wél vergroenen? Zie Scandinavië. Onze samenleving lijkt sterk op die van landen als Noorwegen en Zweden. Die landen veranderden hun energievoorziening wel. De oorzaak ligt in de politiek: Scandinavisch rechts omarmt groene energie, maar VVD en CDA verzetten zich er al decennia tegen.

Neem Denemarken. Het politieke landschap daar lijkt op dat van Nederland: van D66 (Radikale Venstre) tot de PVV (Danske Folkeparti), elke Nederlandse partij heeft een Deense evenknie. Maar het land ziet er totaal anders uit. Nu al gebruikt geen huis in Kopenhagen nog aardgas, maar verwarmen ze de stad met restwarmte van fabrieken. Langs de kust en rivieren staan windmolens en waterkrachtcentrales, waar gemeenten zelf in mogen investeren. Het Deense eiland Samsø fungeert als lab voor nieuwe duurzame technieken en werd zo de eerste volledig zelfvoorzienende plaats in Europa.

Denemarken maakt keuzes: elektriciteit wordt minder belast dan gas, en er is een aparte belasting voor CO2-vervuiling. Gemeenten zijn er verantwoordelijk voor hun energie, wekken zelf de elektriciteit op met een offshore windpark. Maar ook Duitsland en het VK hebben conservatieve leiders die duurzame energie omarmen. De Energiewende van Merkel is inmiddels wereldberoemd. Even markant is dat de conservatieve Cameron, Ruttes geestverwant, een CO2-belasting invoerde. Hij wil bovendien álle kolencentrales de komende tien jaar sluiten. En zelfs in Nederlandse gemeenten zijn conservatieve partijen vergroend. De Amsterdamse VVD-wethouder Litjens weert vervuilende bestelbusjes uit de binnenstad en investeert in elektrisch ov.

Alleen in Den Haag blijven de conservatieve partijen roepen dat investeringen in duurzaamheid leiden tot hogere energieprijzen, of tot een minder betrouwbare energievoorziening. Denemarken ontkracht deze bangmakerij. Het land staat fier in de top-5 van de Energy Sustainability Index die landen beoordeelt op zekerheid, betaalbaarheid én duurzaamheid. Nederland staat op 14.

De noodzaak van duurzame energie wordt daar niet ter discussie gesteld. De zusterpartij van de VVD is er de enige regeringspartij, gesteund door een rechtse meerderheid. Stelt u zich eens voor dat in Nederland de VVD álle ministers levert. Dan kan elk energieakkoord direct de prullenbak in. Immers: „Windmolens draaien op subsidie, niet op wind”, is de gevleugelde uitspraak van Rutte. Daarentegen wordt in Denemarken de wens voor lokale duurzame energie breed gedeeld. Zelfs de Deense zuster van de PVV staat er volledig achter. Voor hen betekent meer windmolens ook minder brandstoffen importeren uit Rusland en het Midden-Oosten.

Terwijl de rest van Europa inzette op windmolens en zonnepanelen, hebben het CDA en de VVD de energievoorziening in Nederland het laatste decennium zo vervuilend mogelijk gehouden. De VVD praat alleen over schone energie in afkeurende, kekke oneliners die het – voorzien van dikke oranje strepen – goed doen op een poster. Sybrand Buma pleitte dit jaar nog voor kerncentrales in plaats van windmolens. Voormalig premier Balkenende en minister Verhagen stelden als innovatietrekkers in de sectoren Energie en Chemie twee oud-Shell topmannen aan. Behoud van verouderde verworven rechten die verduurzaming tegenwerken waren het resultaat. Zo bleven veelrijders, zoals taxibedrijven, vrijgesteld van belasting van personenauto’s en motorrijtuigen (BPM) en betalen kolencentrales nog steeds geen belasting over hun energie of vervuiling.

Het is voor CDA en VVD tot nog toe lastig geweest de 21e eeuw in te stappen. Maar de electorale noodzaak voor Sybrand Buma en Mark Rutte om zich te blijven keren tegen vergroening ontbreekt. Een zomertrip naar Denemarken zou de heren goed doen. Daar kunnen ze zien dat je conservatief kan zijn zonder verslaving aan fossiele brandstoffen.