Vogels zingen mee in de stilte

Drie dagen à la Lowlands maar dan met klassieke muziek. Hoewel de zaterdag door het slechte weer uitviel, was de eerste editie van het festival een succes.

Raszanger/verteller Marco Beasley, zondag op Wonderfeel Foto Maurice Boyer

Twee bomen omgewaaid, een tentdak door regenwater kromgebogen: de fysieke schade na de zomerstorm viel relatief mee voor Wonderfeel. Dit driedaagse festival pionierde afgelopen weekend met een blokkenschema vol klassieke en aanverwante muziek in de open lucht, maar moest het terrein Schaep en Burgh in ’s-Graveland zaterdag sluiten wegens code rood.

De financiële afwikkeling na het geheel annuleren van de tweede festivaldag is een ander verhaal. Met gedupeerde artiesten wordt onderhandeld. „We waren hier niet voor verzekerd”, zegt organisator Georges Mutsaerts. „We hopen op de goodwill van het publiek dat zaterdag een kaart had gekocht en niet ter compensatie zondag kon komen. We bieden hun een gratis dagkaart voor 2016 aan.”

Want ja, Mutsaerts zet „alles op alles” om een tweede editie van het festival mogelijk te maken. Daar heeft hij goede reden toe. Vrijdag bleek reeds het succes van de combinatie natuur en overwegend akoestische muziek, nog onderstreept door het Nederlands Kamerkoor dat op de late avond 4’33” van John Cage uitvoerde: een stiltecompositie van ietsje meer dan viereneenhalve minuut, opgevuld door vogelgezang.

Zondagmiddag was het – ook door de annulering zaterdag – aanvankelijk veel drukker op het 25 hectare grote landgoed nabij Hilversum. Zo’n 2.400 man hoorde middeleeuwse muziek, modern experiment en jazz in een van de vijf concerttenten met prima akoestiek. De bankjes binnenin waren veelal bezet, in het gras liggen luisteren bleek populair. Voor de klassieke musici was het soms wennen aan het achtergrondlawaai uit andere tenten, voor musici uit de pophoek moet het zittende en doodstil geconcentreerde publiek verbazingwekkend zijn geweest.

Echt grote verrassingen in de line-up ontbraken. Het waren vooral de prettig gestoorde kleine ensembles die het best tot hun recht kwamen. Stargaze presenteerde een reeks eigen werken, mede geïnspireerd door indiepop: weinig complexe maar funky ritmes en licht ontregelende solo’s voor hoorn, gitaar of viool. Mede door de balans- en intonatieproblemen van twee zangeressen voelden de meeste nummers een beetje onaf; wel imponeerde een psychedelische quasi-improvisatie voor hobo en synthesizer.

Nog veel vreemder was Odd Pearls, dat een soort jazzcombo met barokke basso continuo vormde. „We weten zelf ook niet precies wat we doen”, zei trompettist Diederik Rijpstra, waarna een neuzelend maar hypnotiserend exposé volgde vol parelende kerkorgeltonen, YouTube-teksten en Bachfragmenten in de overdrive, met glansrol voor de barokcelliste die aangevuurd door het drumstel een hyperactieve Bachviolist imiteerde.

Wegens bomen op de rails was klarinettist Joris Roelofs verlaat. Zangeres Nora Fischer, toch al ter plekke, sprong gitarist Reinier Baas en contrabassist Clemens van der Feen te hulp met een teder breekbare versie van Purcells Dido’s Lament. Daarna nam Roelofs het met zijn klarinet alsnog over in de laatmiddeleeuwse Machaut, eerst origineel tweestemmig ingezet en via gitaarimprovisaties naar kabbelende jazz geleid.

Vanaf vier uur werd het zondagmiddag nat en koud op het terrein. Pianiste Nino Gvetadze speelde in een halfopen tent Schumann en Debussy adequaat en onsentimenteel, maar zal zeker wel eens betere concertomstandigheden hebben meegemaakt. De Duitse pianist Hauschka (Volker Bertelmann), een van de grotere namen, wist het grote publiek niet vast te houden met zijn gelaagde en dreigende muziek op geprepareerde piano. Toch waren de pingpongballetjes op de pianosnaren meer dan een gimmick: ze voorzagen de duistere akkoorden van een zilveren resonantie.

Ras-entertainer Marco Beasley deed op Het Veld zijn vertrouwde ding met oude zang uit Mediterrane streken, maar kon niet verhinderen dat steeds meer mensen met paraplu’s en poncho’s vroeg vertrokken. Warm en druk was het wel in de Strijkkwartettentent, waar vanaf tien uur ’s avonds jazztrio Kapok de aanstekelijke combinatie toonde van een vonkende gitaar-drumstel en romantisch galmende hoorn.

Wonderfeel is uniek in de wereld. Dat vindt onder meer Floris Kortie, programmeur van de tent Weeshuis van de Hits waar zitruimte is voor vierhonderd man. „In Noorwegen heb je een operafestival waar je net als hier kunt kamperen. Maar onze meerdaagse opzet middenin de natuur met meerdere podia, gelijktijdige klassieke concerten en alleen kaarten voor het gehele evenement, dat vind je nergens anders ter wereld.”

Dat je klassieke concerten ongestraft in en uit mag lopen wanneer je wilt, werkt laagdrempeligheid in de hand. Hopelijk gaat Wonderfeel inderdaad door, bij warmer weer en met een groter programmeringsbudget: de unieke vorm was de eerste grote verrassing, de volgende stap is een inhoudelijke.