Niet eerder zag je de Tour van zo dichtbij

Het was een Tour vol lijdenswegen, valpartijen en een paar keer stevig noodweer. En dankzij de kleine cameraatjes op de helmen zaten we als kijkers echt ‘in’ de Tour.

In tranen stond Wout Poels op de top van Alpe d’Huez, een beetje als vanouds ‘de Hollandse berg’. Resoluut Nairo Quintana ingerekend na de eerste aanval en bij de tweede poging van de Colombiaan kilometers lang op kop gesleurd, zodat kopman Chris Froome niet te veel verloor. Tourzege veiliggesteld, met dank aan de Limburgse meesterknecht. „Dit is heel mooi”, snikte Poels aan de finish. „We hebben er samen hard voor gewerkt, het is zo mooi dat het is gelukt. Alle emoties komen nu samen.”

Was Poels de Nederlandse uitblinker in de Tour, of de klassementsrenners Robert Gesink en Bauke Mollema? „Alle favorieten hebben de Tour uitgereden en ik sta er net achter”, sprak Gesink nadat hij in de laatste Alpenrit met pijn, moeite en de hulp van ploeggenoot Steven Kruijswijk de zesde plaats in het eindklassement had veiliggesteld. Prachtige aanval in de eerste Pyreneeënrit, na zware tegenslagen eindelijk terug op de plaats waar hij al in 2010 eindigde. „Dit is echt top, al besef ik het nog niet helemaal.”

Fab Four? Mwa, maar twee waren Fab

Direct achter hem klom Mollema ten koste van de Zwitser Mathias Frank naar de zevende plaats. Na dagen van amechtig aanklampen richtte de kopman van Trek zich in de laatste twee Alpenritten toch weer op, om één plek lager te eindigen dan zijn beste resultaat in 2013. „De zes mannen die voor me staan, waren deze Tour beter dan ik”, concludeerde hij realistisch. De Nederlanders hadden vijf renners voor zich die al een of meerdere grote rondes hebben gewonnen.

De ‘Fab Four’ heetten ze bij de start in Utrecht, maar waar Froome en Quintana die status waarmaakten, konden Alberto Contador en Vincenzo Nibali nooit meedoen om de eindzege. De Italiaanse titelverdediger begon matig, na dopingrumoer rond zijn ploeg Astana in het voorseizoen en in Utrecht rond Lars Boom. Contador was na zijn Girozege wel goed, maar beschikte niet meer over de versnelling die hem tot winnaar maakt. Daardoor bereikte Alejandro Valverde voor het eerst het podium, achter Froome en Quintana. De Colombiaan hield naar Pra Loup zelfs zijn aanval in om de derde plaats van zijn ploeggenoot niet in gevaar te brengen.

Puur cijfermatig bekeken verloor Quintana de Tour in de tweede etappe naar Neeltje Jans, waar de lichtgewicht de eerste waaier miste en op 1.28 minuut van Froome finishte. Het was de eerste van een reeks spijkerharde finales, waarin ook de klassementsrenners elke dag tot het uiterste moesten gaan. En dat met extreme hitte en een paar keer stevig noodweer. „Vraag elke renner en hij zal zeggen dat dit de zwaarste Tour ooit is”, sprak winnaar Froome, die zelf na de tweede rustdag ook met lichte klachten kampte. „Het was echt een struggle.”

Lijden, valpartijen en bloedstollende afdalingen werden zelden beter op tv gebracht dan in deze Tour. Met als extraatje voor de fans beelden ‘van binnenuit’ met kleine cameraatjes van GoPro, die renners en teams meedroegen. Intussen zijn de omstandigheden waaronder de hoofdrolspelers hun kunstjes moeten vertonen niet wezenlijk verbeterd. „Zij slapen in de kamers met airco en wij zonder”, constateerde Tom Leezer droog op de rustdag in Gap, toen Lotto-Jumbo het hotel deelde met Tourorganisator ASO. Maar renners klagen niet. Tour gedaan, op naar Boxmeer, Surhuisterveen en Acht van Chaam.