‘Much Ado’ pakt groots en komisch uit in Bostheater

Dragan Bakema (links)

Met drie bewakers zigzaggen ze op één scootmobiel over het plein. Voorop schuurt agent Annie als een loops teefje tegen het stuur aan, waardoor ze meermaals gevaarlijk op het publiek afstevenen. In het midden verhaspelt hoofdagent Kor de taken van de „warkeerpachters anno beveiligingsbeambtenaren”. Achterop kan stagiaire Koel er ieder moment afdonderen.

Much Ado About Nothing van het Amsterdamse Bostheater, het Noord Nederlands Toneel en de Eef van Breen Groep stapelt kolder als deze. Voor het eerst coproduceren de gezelschappen een zomerproductie en kregen zo een zeldzaam sterk ensemble komedieacteurs bij elkaar. De spelers schmieren er op los met veel fysieke grappen. Na negen voorstellingen op Oerol zijn ze daarbij al behoorlijk op elkaar ingespeeld.

Verrassende opperclown is acteur Dragan Bakema. Als een tot karatekid gemuteerde bonobo speelt hij Bennie, een van de geliefden uit Shakespeares romcom die pas na veel gedoe kunnen trouwen. Om de vrouwtjes te imponeren springt hij hoog in de lucht, tuimelt over auto’s en demonstreert belachelijke dansjes. Zijn tegenspeelster Maartje van de Wetering doet als Bea dan weer aan dramaqueens als Karin Bloemen en Marilyn Monroe denken.

Regisseur Ingejan Ligthart Schenk en vertaler Erik Bindervoet verhuisden de personages van een Siciliaans hof naar een desolaat terrein aan de rand van de samenleving. De door Shakespeare voorgeschreven woning en landerijen van gouverneur Leonato verving ontwerper André Joosten (NNT) door een walmende hotdog-gyros-tosti-kraam van Leo, omringd door een afgeleefde caravan, woonwagen, dixi-toilet en autobanden. De muzikanten van de Eef van Breen Groep en de acteurs dragen excentrieke kostuums met kleurrijke bloemenprints, waarmee ontwerpster Johanna Trudzinski (NNT) chique prachtig combineert met trailer trash.

Much Ado pakt groots en vermakelijk uit, tot aan een indrukwekkend voertuigenballet met toetersymfonie aan toe. Voor verstilling en breekbaarheid is minder ruimte, maar daarvoor moet je misschien ook niet bij Shakespeares kluchten en het openluchttheater zijn.

De clownerie schuurt soms wel spannend tegen tragedie aan. Als in het eerste bedrijf de jonge mannen in een pick-uptruck met geïmproviseerde legeruniformen opgefokt het plein oprijden, lijken ze op gedrogeerde soldaten uit een Afrikaanse burgeroorlog. Later blijven agenten zo verbeten op een op heterdaad betrapte inbreker inslaan, dat hilariteit omslaat in ongemak.