Kabinet in hoger beroep om afluisteren advocaten

Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken (PvdA) maakte bekend dat het kabinet in hoger beroep gaat. Foto: ANP / Jerry Lampen

Het kabinet vindt dat de inlichtingendiensten niet onrechtmatig handelden door advocaten af te luisteren in het belang van de nationale veiligheid. Daarom gaat het in beroep tegen de uitspraak die de voorzieningenrechter begin juli deed.

De rechter in Den Haag bepaalde toen dat de inlichtingendiensten moeten stoppen met het aftappen van vertrouwelijke gesprekken tussen advocaten en hun cliënten. Een onafhankelijk orgaan moet de bevoegdheid krijgen om het afluisteren vooraf te toetsen en tegen te houden. Als het beleid niet binnen zes maanden zou worden gewijzigd, dan moet de staat deze praktijken staken.

Onafhankelijke toetsing geïntroduceerd

Ook gaat het kabinet in beroep tegen de inhoudelijke uitspraak van de rechter over hoe de toetsing eruit zou moeten zien. Volgens Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken is de rechter daarmee op de stoel van parlement en regering gaan zitten.

De minister maakte vandaag bekend dat de onafhankelijke toetsing er toch komt. Dit is volgens Platerk wettelijk gezien niet verplicht, waardoor er een wetswijziging nodig is. De wijziging zal waarschijnlijk langer dan zes maanden duren. Hoe de toetsing wordt ingericht is nog niet bekend.

Daarbij gaat de staat er ook niet mee akkoord dat het informatie uit afgeluisterde gesprekken niet mag gebruiken, totdat er een onafhankelijke toets is. De veiligheidsdiensten geven deze informatie nu door aan het Openbaar Ministerie en zouden daar volgens de rechter onmiddellijk mee moeten stoppen.

Aanleiding voor het kort geding was het feit dat de AIVD al jaren advocaten van Prakken d’Oliveira, het bekende mensenrechtenkantoor dat onder anderen terrorismeverdachten bijstaat, afluistert. Dat bleek in december uit het antwoord dat minister Plasterk stuurde na een klacht die het kantoor erover had ingediend.