Column

Je denkt dat je iemand helpt – en die is boos

De jonge vrouw die op een dag bericht krijgt van de vader die is weggegaan toen ze drie jaar was, is verrast. Ze gaat in op zijn verzoek om hem in Venetië te ontmoeten. Het blijkt geen uitnodiging te zijn voor een weekje Venetië, maar voor een reis per trein door Joegoslavië en Bulgarije naar Istanbul. Onderweg treedt de vader op met muzikale vrienden die hij overal heeft – hij speelt op allerlei snaarinstrumenten een mooi soort volksmuziek.

We zien het allemaal voor onze ogen in de nieuwe, mooie en subtiele film van Eddy Terstall, Meet me in Venice. Je krijgt het gevoel: zo zou het kunnen zijn, een vader en dochter die elkaar leren kennen op iets dat voor hem eigenlijk een soort herinneringsreis is. Want 31 jaar geleden heeft hij diezelfde reis met haar moeder gedaan. En die moeder was ‘the love of my life’.

Wat zijn er toch ontzaglijk veel dingen in een mensenleven die tot overdenken stemmen. De grote liefde is er één van. Is het iets romantisch dat we onszelf wijsmaken? Een onontkoombare gevoelswaarheid? De behoefte om trouw te blijven aan wat eens ons hele bestaan uitmaakte?

Of is het weer eens een mengeling van al die dingen en zul je nooit weten hoe het zit?

Aan het slot, als vader en dochter elkaar zeer veel nader zijn gekomen, blijkt dat de vader niet lang meer te leven heeft. Dat is een enorme klap voor zijn dochter. Nu heeft ze eindelijk een vader gekregen en dan gaat hij meteen alweer dood. Dat verwijt ze hem dan ook: je had me met rust moeten laten, je had het recht niet om dit te doen, het is allemaal alleen maar voor jou.

Daar zit iets in. De man zoekt iets uit voor zichzelf, hij zoekt in zijn dochter zijn geliefde van ooit (die jong gestorven is), hij wil nog iets terugzien of goedmaken. Maar wat dat voor zijn dochter betekent, dat hij haar een vader schenkt die hij haar meteen weer afneemt, daar heeft hij niet over nagedacht. Geen wonder dat ze boos en gewond vertrekt.

Toch dacht ik ook meteen: hoe Nederlands om het meteen zó te interpreteren, als dochter, dat je iets is aangedaan. Om niet te denken: in ieder geval heb ik mijn vader leren kennen, in ieder geval weet ik nu iets van hem, heb ik een beeld bij wie hij was. Dat is beter dan niets. Wat verwend om van jezelf dan meteen weer een slachtoffer te maken – al is het gevoel van immens verlies maar al te begrijpelijk.

Uiteindelijk blijkt de dochter wel iets wijzer te zijn dan dat.

Maar evenzogoed denk je ook: wat ziet de waarheid er toch totaal verschillend uit als je een ander standpunt kiest. Wat voor de vader een mooie afsluiting van zijn leven was, is voor haar een schokkende ingreep in háár leven. En dat is ook waar.

Zo gaat het in je eigen leven ook. De dingen die je zo vanzelfsprekend vindt om te voelen en te denken, zien er voor een ander heel anders uit. Je denkt dat je iemand helpt en die is boos om je betutteling of zelfs tirannie en voor beide standpunten valt iets te zeggen – door een buitenstaander. De betrokken partijen zien vooral hun eigen narigheid. Denk je eens in mijn situatie in! roepen we elkaar toe, smekend, verwijtend, terechtwijzend. Maar er zijn zoveel situaties en zoveel details. We moeten maar grootmoedig zijn. Ja. Dat moet.