Hij nam de regie en gaf die niet meer weg

Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam was gisteren de eerste Zomergast. Bijna 800.000 kijkers zagen een boeiend essay.

Foto ANP / Robin Utrecht

Zagen we nu ‘de mens Aboutaleb’? In elk geval zagen we in de eerste aflevering van het nieuwe seizoen Zomergasten iemand die „niet alleen de wet en de Grondwet als referentie heeft om te doen en te laten”, maar ook zijn geweten en zijn persoonlijkheid. Zo introduceerde de huidige burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb zelf de avond: hij nam vanaf het eerste moment de regie en gaf die niet meer weg.

Dat is hoe Zomergasten tegenwoordig werkt: meer dan een lang interview aan de hand van fragmenten is het een secuur gecomponeerd, persoonlijk essay. Een pamflet soms, als een politicus te gast is. Dat is niet per se een bezwaar. Niet als je het doet als Aboutaleb: dit was een boeiend essay, waarbij presentator Wilfried de Jong als dienstbaar aangever fungeerde.

De zorgvuldige compositie kon je zien aan de thematische volgorde van de fragmenten: het begon met een blokje ‘geïmmigreerde jongen uit Marokko’, dat overliep in het blokje ‘visionaire Nederlandse politicus’, toen ‘natuurlijk leiderschap’ en tot slot ‘Arabische wereld’, waarmee de cirkel rond werd. Twee fragmenten aan het begin van de avond maakten bovendien meteen Aboutalebs rode draad duidelijk.

De ene was een reportage uit 1969 over Marokkaanse mannen die op auditie kwamen voor het gastarbeiderschap. De Nederlandse ambtenaar had meestal slechts seconden nodig om iemand ongeschikt te verklaren. Aboutaleb was er „stil van, zo schandalig”.

Het andere fragment ging over de dichter Adonis, met wie Aboutaleb naar eigen zeggen „grote parallellen” vertoonde: ook hij was van eenvoudige komaf en werd gedreven door zijn „drang om te zeggen wat je wilt zeggen”. Onbescheiden vergelijking, maar interessant: een politicus die zich verwant voelt met een dichter.

De underdog en de poëzie: die draden verbonden alle fragmenten, zoals die over de Marokkaanse verzetsstrijder Abdelkrim el Khattabi, de symboolpolitiek van Gandhi en de opkomst van de profeet Mohammed in de film The Message (Ar-Risalah, 1976).

Ze kwamen ook samen in het Arabische Prince of Poets, een Idols voor poëten – een intrigerend programma. Manahel, een gestudeerde en gesluierde vrouw uit Noord-Soedan, droeg er een eigen gedicht voor. Dit was de poëzie waarvan Aboutaleb houdt, die is grootgebracht in de maatschappelijk geëngageerde Arabische poëzietraditie. Het was een ondubbelzinnige smeekbede voor vrouwenemancipatie, en toonde zo, net als de muziek van de Arabische chansonnières Fairouz en Oum Kalsoum (‘geef me mijn vrijheid en maak mijn handen los’), Aboutalebs geweten en inspiratie.

De kracht van Manahel, zei hij, was een „zachte kracht”: haar woorden waren als de waterdruppels die langdurig op een steen vallen. Op den duur erodeert de steen weg – Aboutalebs eigen staaltje Arabische poëzie. Dat hij die „zachte kracht” zo aan vrouwelijkheid koppelde, was voor de westerse vrouw wel erg rolpatroonbevestigend, maar hij doelde vooral op een vertrouwen in de (niet per se vrouwelijke) kracht van menselijkheid en woorden.

Bij dat woord voegde hij een daad toen de uitzending even echt politiek pamflettistisch werd, toen Aboutaleb inging op de ‘minder Marokkanen’-toespraak van Geert Wilders, vorig jaar. Wilders moest open zijn, eiste Aboutaleb, over hóe hij dan voor minder Marokkanen wilde zorgen: wanneer kom je mijn ouders weghalen?

Dat was – persoonlijk, fel en vertrouwend op de kracht van woorden – misschien wel de sterkste reactie die een politicus op de toespraak van Wilders heeft gegeven. En passend bij het ‘natuurlijk leiderschap’ dat Aboutaleb in Gandhi en Mandela bewonderde, maar waarmee hij zich niet wilde vereenzelvigen: hij was een leider „in functie”. Wat dat verschil uitmaakte? Die vraag liet De Jong helaas liggen.

Een belangrijke vraag stelde die wél na Aboutalebs visionaire uiteenzetting over de opkomst van de stad en de gevolgen die dat voor de staatspolitiek zou (moeten) hebben. Ambieerde Aboutaleb ooit het premierschap?

„Ik heb mijn leven nooit gepland.”

Daar had je de poëzie weer.

Lees ook ons stuk over de hoogtepunten van de uitzending