Heftig weer is het nieuwe normaal

De kans op extreem weer neemt toe door klimaatverandering. Vooral neerslag leidt tot meer schade. Stormen blijven grillig.

Een golf van opwinding trok dit weekend door Nederland: het land beleefde zaterdag een heftige en ontregelende zomerstorm. Rijkswaterstaat waarschuwde automobilisten niet de weg op te gaan, openbaar vervoer werd stilgelegd, evenementen afgelast. Het regende beelden van omgewaaide bomen, ingezakte autodaken, verregende mensen. Uitzonderlijk, klonk het alom.

Maar, was niet voorspeld dat door klimaatverandering extreem weer vaker voor zou komen? Moeten we gaan wennen aan ‘uitzonderlijke’ stormen?

Eerst de feiten: ja, het was een bijzondere storm. Want: de zwaarste zomerstorm sinds het begin van de metingen in 1901. Er werd meerdere malen gemiddeld windkracht 10 gemeten door het KNMI. Ook de gevolgen waren stevig. Er viel één dode en een onbekend aantal gewonden. Daarnaast was er veel schade aan huizen, wegen, en spoor- en tramlijnen. Verzekeringsmaatschappijen verwachten vandaag met een schadeprognose te komen.

Dan de trend. Extreem weer gaat vaker voorkomen, voorspelt het KNMI. In 2014 bracht het weerinstituut een rapport uit met klimaatscenario’s tot en met 2085.

Dat ‘extreem weer’ houdt onder meer in dat de zomers meer zomerse en tropische dagen gaan tellen. In 2050 zijn er 70 procent meer zomerse dagen (dagen waarop de temperatuur boven de 25 graden komt). Nu gaat het om 21 dagen per jaar, in 2050 om 36 dagen. Daarbij neemt ook het aantal dagen met smogvorming toe en zal er in totaal minder regen vallen in de zomer.

En ‘slecht’ weer? In het KNMI-rapport staat dat extreme regenbuien vaker zullen voorkomen. Buien zoals die in 2010, toen in een aantal steden de straten blank kwamen te staan, zullen geen uitzondering meer zijn. Nu valt in een hevige bui 15 mm neerslag per uur, in 2050 zal dat 20 mm zijn. Ook de kans op hagel en onweer neemt flink toe. Tegen 2050 is het aantal hagelbuien verdubbeld, voorziet het KNMI.

Maar harde regen is geen storm. Toenemende wind speelt in in het rapport geen hoofdrol. Integendeel. „Veranderingen van de gemiddelde windsnelheid door het jaar heen en tijdens stormen in de winter vallen binnen de natuurlijke variabiliteit”, staat er relativerend. „Het wind- en stormklimaat vertoont grote natuurlijke variaties”. En die variabiliteit neemt volgens het KNMI in de komende vijftien jaar licht toe.

Extreem weer in de zomer is niet uniek, al komen zomerstormen in Nederland niet vaak voor. Soms bereikt de wind in de zomer korte tijd kracht 9, zoals op 22 en 24 juli 2007. Een storm van die kracht die een aantal uren aanhoudt, zoals zaterdag, is zeldzamer. De laatste zware zomerstorm met zelfs een uurgemiddelde van windkracht 10 was er op 28 mei 2000. Toen volgden twee zomerstormen kort na elkaar die drie mensen het leven kostten en veel schade aanrichtten.

Hagel kost meer dan storm

Naar aanleiding van de voorspellingen van het KNMI berekende het Verbond van Verzekeraars de kosten van de weerscenario’s. De schade, mede door veranderingen in het klimaat, zal de komende jaren fors toenemen, verwacht het Verbond.

In het ongunstigste scenario, met hete zomers en zachte natte winters, krijgen we het vaakst te maken met schade door regen – en vooral ook door een voorspelde verdubbeling van hagel. In Nederland valt gemiddeld 5 keer per jaar een hagelbui met hagelstenen met een doorsnede van meer dan 2 centimeter. Hagel veroorzaakt jaarlijks gemiddeld voor 35 miljoen euro schade. Storm komt vaker voor, en is daardoor voorlopig duurder: gemiddeld jaarlijks rond de 50 miljoen.

Maar dat kan veranderen. Tegen 2085 zullen de totale kosten als gevolg van weersomstandigheden (regen, hagel en storm) bijna verdubbeld zijn. Tot 315 miljoen euro – nu inventariseren verzekeraars jaarlijks zo’n 175 miljoen euro.

Maar het aandeel van stormschade wordt relatief kleiner. Volgens de verzekeraars heeft klimaatverandering „weinig tot geen invloed op de effecten van stormen.” De verwachte stormschade tot 2085 groeit niet vergeleken met de periode 2000-2013, aldus de verzekeraars. Voor neerslag zit dat anders. Ook in het minst negatieve klimaatscenario loopt de neerslagschade op: 93 miljoen in 2050 en 109 miljoen euro in 2085. In het ongunstigste scenario lopen de kosten door regenschade in 2085 op tot 215 miljoen euro per jaar. Op dit moment bedraagt de schade door regen jaarlijks 90 miljoen euro. Overstromingen worden overigens niet meegerekend. Die sluiten de meeste verzekeringen uit.

Meer schade betekent meer claims voor verzekeraars en dat betekent weer dat de premies omhoog zullen gaan. Rudi Buis, woordvoerder van het Verbond van Verzekeraars, zegt dat er ook andere oplossingen bijkomen: meer voorlichting en preventie, in overleg met overheden, waterschappen en ingenieursbureaus. Volgens Buis moet er ook opnieuw gekeken worden naar bouwvoorschriften. „Moet er bijvoorbeeld slimmer gebouwd worden, met andere materialen?”