Handelaars in mislukte ambities

Veilinghuis Troostwijk veilt de inboedels van failliete bedrijven. En soms een bos.

Foto Koen van Weel/ANP

Tien naakte dames, hutje mutje bij elkaar. Sommigen hebben de armen over elkaar gevouwen. Anderen hebben een uitdagende pose: handen op de heupen, het ene been licht naar voren gedraaid. Schouders naar achteren, borst vooruit. Eentje zit. Allemaal hebben ze een strakke blik op het gelaat.

De paspoppen maken deel uit van de inventaris van de Miss Etam-winkel in Hoofddorp en zijn afgelopen week verkocht. Samen met kledingrekken, paskamergordijnen, kledinghangers en Senseoapparaten.

Na het faillissement in april is de Etam Groep, het moederbedrijf van Miss Etam en Promiss, weliswaar overgenomen en doorgestart, maar niet alle tweehonderd winkels blijven open. En dus is de inventaris van circa zeventig winkels afgelopen week geveild. Het is niet mogelijk om alléén de paspoppen te veilen, om maar wat te noemen. De klant koopt de inventaris van een héle winkel.

Het bedrijf achter die veilingen is de firma Troostwijk. Als een bedrijf failliet gaat, wordt het veilinghuis benaderd door de curator of door de bank. Werknemers van Troostwijk zoeken de inventaris uit, stallen het netjes uit en taxeren de boel. Vervolgens plaatsen zij de goederen in kavels op de website.

Daarna benadert Troostwijk potentiële kopers en zijn er kijkdagen, waarop de inventaris in het echt te zien is. „Op zo’n dag kán het heel druk zijn”, zegt veilingmeester Jeroen Bolweg van Troostwijk. „Maar soms is er vrijwel niemand. Mensen beslissen steeds vaker op basis van de foto op de site of ze een bod uitbrengen.”

Houten olifantenkoppen

Van een traditionele veiling waarbij goederen bij opbod worden geveild is bij Troostwijk geen sprake; geïnteresseerden brengen online hun bod uit. De klanten van het veilinghuis bestaan voor 55 procent uit bedrijven en voor 45 procent uit particulieren (al horen bij die laatste groep ook de eenmanszaken). Troostwijk krijgt een vast percentage van de verkoopprijs. In Nederland is dat 16 procent.

Op het hoofdkantoor van de Etam Groep in Zoetermeer verdwijnen niet alleen 75 van de 200 banen, maar ook de borden in de keukenkastjes en de luxe bureaustoelen (openingsbod: 1.800 euro per stuk). Hoeveel de goederen uiteindelijk opbrengen is niet meer te zien zodra de veiling sluit.

Vlak voor de sluiting bedroeg het bod op de ‘nostalgische kassa’s’ 250 euro per stuk. Datzelfde gold voor de ‘houten olifantenkoppen’ op standaard. Op het whiteboard was 100 euro geboden, op de hoge jaloeziedeurkast 270 euro en op de vaatwasser 60 euro.

Het in 1930 opgerichte veilinghuis Troostwijk telt tweehonderd werknemers en vijftien vestigingen in Europa. Hoeveel de omzet bedraagt wil directeur Veilingen Nederland, Arnold Feenstra, niet zeggen, maar de „hameromzet” – „wat wij per jaar weg veilen” – bedraagt 200 miljoen euro. Als Troostwijk hier grofweg 16 procent van overhoudt, komt de omzet dus uit op zo’n 32 miljoen euro? Feenstra: „Iedereen kan de rekenmachine erbij pakken, maar wíj doen daar geen uitspraken over.”

De aandelen van Troostwijk zijn in handen van een onbekende minderheidsaandeelhouder – géén private equity-partij, stelt Feenstra met klem – en van de voormalig directeur Wim Dieker en diens zoon, nu algemeen directeur. De concurrenten van Troostwijk zijn onder meer Daan Auctions en BVA Auctions.

Dit weekeinde zou Troostwijk duizenden cd’s, dvd’s en games van de failliete Amsterdamse platenzaak Fame veilen, maar dat ging op het laatste moment niet door. MediaMarkt heeft de volledige voorraad van Fame opgekocht. Troostwijk verkocht onder meer de inventaris van muziekwinkelketen Free Record Shop, modeketen Mexx, adviesbureau BoerCroon en reisorganisatie Oad.

Soms verkoopt Troostwijk ook heel andere zaken, zoals 4,5 hectare bos in Overijssel voor Staatsbosbeheer, dat van het kabinet grond moet verkopen. Of collecties van fervente verzamelaars. Geweren uit de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld, of bijzondere postzegels.

Potentieel liquide middelen

Het veilinghuis deed goede zaken in de crisisjaren, die gepaard gingen met hoge faillissementcijfers. In 2013 ging een recordaantal van bijna 8.400 bedrijven failliet. Maar, benadrukt Feenstra: „Het ligt genuanceerd. Ja, wij verdienen geld aan faillissementen. Maar dat is maar 15 procent van onze totale omzet.”

De insolventiemarkt is gehalveerd ten opzichte van 2013, vertelt hij. Toen kwam 30 procent van de omzet van faillissementen. Sindsdien richt het veilinghuis zich vooral op vrijwillige veilingen en handelaren die bedrijfsinboedels hebben opgekocht en die willen laten veilen.

En Troostwijk stapt ook proactief op kwakkelende bedrijven af. „Liquiditeit is voor bedrijven in nood vaak het grootste probleem”, zegt Feenstra. „Ze hebben wel potentieel liquide middelen in hun bedrijf, maar dat geld zit vast in voorraden of in machines die stilstaan. Dan zeggen wij: ‘Zullen we er samen eens doorheen lopen en kijken wat het oplevert?’ ”