Gemeudelijk brommerskieken en racen – nu ook populair onder randstedelingen

Wat begon met een biertent en de band Jovink, is nu het grootste betaalde festival van Nederland. Is er daar in de Achterhoek nog wel plek voor de echte Zwarte Crossers?

De groep bezoekt de Zwarte Cross al tien jaar. ’s Ochtends hebben ze samen ontbeten. Vervolgens zijn ze traditiegetrouw op de fiets gestapt naar het festival rond crossbaan De Schans in Lievelde. Twee van hen doen mee in de brommerklasse op de crossbaan. Gelukkig is het nog droog.

Onder de crossdeelnemers zijn veel Brabanders, zegt Michael Ars (31), één van de twee crossers. „Heel gezellige mensen, al versta ik soms niks van wat ze zeggen.”

Het verschil zit, volgens de groep uit Winterswijk, niet tussen Achterhoekers en niet-Achterhoekers, maar tussen ‘stadsen’ en boeren. En de stadsen begrijpen het soms niet helemaal.

„Ik heb wel eens het idee dat mensen hierheen komen om compleet los te gaan en rotzooi te trappen”, zegt Ars. „De Zwarte Cross als een soort uitlaatklep. Maar er zijn echt wel grenzen. Als iemand je ergens op aanspreekt, luister je. Wij Achterhoekers zijn misschien lomp, maar niet met een hoofdletter.”

Volgens de politie bij het evenement wil de organisatie ook van het imago ‘alles mag’ af. Tegelijkertijd willen ze de ongedwongenheid van de Zwarte Cross vasthouden. De bezoekers moeten het idee hebben dat alles kan, maar ondertussen worden ze goed in de gaten gehouden.

De politie is slechts op de achtergrond aanwezig. Op het terrein lopen 300 beveiligers en handhavers rond. De laatste groep is het meest zichtbaar en noemen zich het ‘Sfeerbeheer’. Het motto? Mee-ouwehoeren als het kan, aanpakken als het moet gebeuren. En pas bij strafbare feiten, zoals mishandeling, wordt de politie ingeschakeld.

Het valt niet te ontkennen dat elk jaar minder mag op de Zwarte Cross. Het festivalterrein is door het slechte weer veranderd in een modderpoel, maar het is streng verboden om daarin te rollen of ermee te gooien. Wat ook niet meer kan: een plastic bierglas meenemen naar de toiletten, wildplassen, ergens in klimmen. Vaak wordt niet eens meer gewaarschuwd.

Erik Rave (31) vertelt hoe hij drie jaar geleden ineens zonder pardon van het terrein werd verwijderd toen hij in een paal klom. Een ‘sorry’ was niet meer genoeg. Dat was hem nog nooit gebeurd.

„Vroeger was de cross een groot grijs gebied qua regels, alles was prima”, zegt Rave. „Iedereen wist wel ongeveer wat de ongeschreven regels waren. Mensen hielden elkaar in toom. Met gezond boerenverstand werd een goed feestje gehouden.” De toename van het aantal bezoekers, vooral uit de Randstad, heeft volgens hem gezorgd voor een toename van het aantal regels.

„Gelukkig mogen we nog bierdrinken”, vult Frank Huiskamp (31) lachend aan. „Ben benieuwd hoe het over tien jaar is.”

Tot 2006 was de cross op een ander terrein, in het plaatsje Halle. Daar bestond de omheining van de crossbaan slechts uit een houten hekje. Huiskamp vertelt hoe ze daar als bezoekers op zaten, met de voeten in het zand van de crossbaan. „Af en toe moest je je benen heel snel intrekken. Mijn zus is zelfs een keer geraakt door een crossmotor.”

Een situatie die tegenwoordig nauwelijks meer is voor te stellen. Als gevolg van het ongeluk met de monstertruck in Haaksbergen afgelopen najaar, wordt het publiek van de Zwarte Cross bij sommige plekken op extra afstand gehouden van de crossbaan. Achter de hekken zijn dit jaar speciaal greppels gegraven en aarden wallen aangelegd.

„De echte Zwarte Crossers klagen nog steeds dat het in Halle veel leuker was”, zegt Huiskamp. „Veel gemeudelijker.” Dat is hét begrip van de Zwarte Cross: gemoedelijkheid. Gezellig, relaxt, verdraagzaam. Geen ruzies of vechtpartijen. Gewoon blijven lachen als je per ongeluk een plens bier over je heen krijgt.

Bezoekers die ook uit de provincie komen, begrijpen dat vaak. Die worden daarom gastvrij ontvangen door de Achterhoekers. De Zwarte Cross heeft volgens Rave hiermee de instelling van de band Normaal een beetje overgenomen. „Die zijn pro-boer, Achterhoeks of niet.”

Maar de Achterhoekers hebben het niet op ‘pillenslikkers’ en ‘cokehoofden’. Opgefokte bezoekers of mensen die compleet in trance zijn, vinden ze niet passen op de Zwarte Cross. En helaas zien ze juist die bezoekers elk jaar meer. Jammer. Maar eigenlijk willen ze niet klagen, want ze zijn het over één ding eens. „De Zwarte Cross is nog steeds het mooiste festival van Nederland.” Ook met noodweer.