Frankrijk staat al dertig jaar droog, geduld raakt op

Geen Tourzege meer na Hinault in 1985. „Een genetisch probleem.” Of wat anders?

Als Warren Barguil na de slotetappe bij de Giant-teambus arriveert, klinkt een ovationeel applaus van de omstanders. Terwijl de meeste renners inmiddels in de armen van hun vriendinnen en moeders hangen, moet de Franse hoop in bange dagen nog een reeks interviews afwerken. Even verderop op Place de la Concorde, bij de teambus van AG2R, is het niet anders. Romain Bardet, uitgeroepen tot meest strijdlustige renner, krijgt van alle verslaggevers dezelfde vraag: „Wanneer ga je de Tour winnen?”

Want de Fransen beginnen ongeduldig te worden. „We zitten in dezelfde positie als Nederland”, zei Tour-baas Christian Prudhomme nog voor het Grand Départ in Utrecht. „Zoetemelk was jullie laatste winnaar in 1980, Bernard Hinault is onze laatste in 1985.” Dat Bardet en Thibaut Pinot dit jaar belangrijke Alpen-etappes wonnen en Alexis Vuillermoz op de Muur van Bretagne er met de hoofdprijs vandoor ging, telt nauwelijks. ‘Bleu, Blanc, Blues’, somberde Libération vandaag op de voorpagina. Met daaronder: ‘In dertig jaar geen winnaar: zijn Fransen niet in staat de Tour te winnen?’

De krant draagt een reeks verklaringen aan. Laurent Fignon (winnaar in 1983 en 1984) en Hinault waren „complete renners”, zegt ploegleider Sean Yates van Tinkoff-Saxo. „Bardet, Barguil en zelfs Pinot zijn te beperkt in hun tijdritten”, meent hij. Fransen hebben, volgens manager Marc Madiot van de zeer Franse ploeg FDJ een „genetisch” probleem. „We hebben geen onbetwistbare kampioen.” Dat lijkt Bardet, gevraagd naar die aanstaande Tourwinst, bij de bus onbedoeld te bevestigen. „Mijn doel is niet te winnen, maar ik wil ieder jaar beter worden”, zegt hij zuinigjes.

Het verdriet over het uitblijven van een waardig opvolger van Hinault, verklaart voor een deel de Franse twijfels over de eerlijkheid van de rest. Speelt geld een rol? Het budget van Sky (30 miljoen euro op jaarbasis) is drie keer zo groot als dat van FDJ. Of is er toch weer doping in het spel? Na de rit naar La Pierre Saint-Martin, waar Froome met ogenschijnlijk gemak omhoog stoomde, namen de insinuaties toe. Oud-renner Cédric Vasseur , tegenwoordig commentator van de Franse televisie, verklaarde zijn geheim: „We hebben de indruk dat de fiets vanzelf trapt”, zei hij tot woede van de Sky-ploeg.

Alle grote Franse kranten hebben sindsdien uitgebreid gerapporteerd over motortjes die onzichtbaar in fietsen gemonteerd kunnen worden. Le Monde probeerde te achterhalen hoe de jury op eventuele mechanische doping controleerde, maar ving bot. De krant kreeg van de internationale wielerunie UCI de bevestiging dat op Neeltje Jans de eerste fietscontroles hadden plaatsgehad, maar alleen op die van mindere goden. De Pinarello van Froome werd pas afgelopen donderdag onderzocht. Dat alles in orde was „had op de voorpagina’s moeten staan”, vond de krant La Croix na alle twijfels. „Maar zoals bekend is niemand geïnteresseerd in treinen die op tijd rijden.”

Franse renners winnen niet - en zijn dus ook niet verdacht. Sinds de Festina-affaire in 1998 zou er in Frankrijk een ‘zero tolerance’-houding zijn, meent destijds ploegbaas van Festina, Michel Gros. „Dat is niet het geval in het buitenland”, zegt hij onomwonden. „We zijn in de wielersport op twee snelheden gebleven.”

Terwijl gisteren het peloton naar Parijs peddelde, verdedigde directeur Daniel Bilalian van France TV Sport Vasseur, Laurent Jalabert en zijn andere selectief kritische commentatoren. „We zijn journalisten”, zei hij. „Dus hoe mooi de koers ook is, we blijven vragen stellen.”

Maar de verdenkingen blijven. Na Froomes zege in de Pyreneeën „hebben we hem nooit meer op dat niveau gezien”, analyseert L’Équipe vandaag. „Het is alsof er twee Froomes zijn”, meent de sportkrant. Want op Alpe d’Huez fietste hij als „een biechteling”, die „zonder slagen” probeerde de „heerser” uit de Pyreneeën te doen vergeten.