Erken dat het Europese project eindig is

Na ‘n slechte deal over Griekenland is het tijd om Grexit en schuldsanering te accepteren, vindt Thomas von der Dunk.

Met het door veel media met een zucht van verlichting begroete dictaat van Brussel over Griekenland is Europa kapot. Het is, omdat het niets oplost en slechts uitstel van executie betekent, het slechtst denkbare flutakkoord dat gesloten had kunnen worden; een wurgcontract gebaseerd op volksverlakkerij en illusies met het doel om een onhoudbaar geworden idee-fixe te redden. De opgelegde bezuinigingen zijn economisch desastreus en de opgelegde hervormingen grotendeels onhaalbaar. Er wordt met alle obligate retoriek over nu aangegane verplichtingen om te ‘hervormen’ geen enkel structureel probleem opgelost omdat het onoplosbare karakter van de problemen hardnekkig wordt ontkend.

Een dictaat: de gang van zaken betekent het einde van de democratie in Griekenland. De uitkomst maakt duidelijk dat een EU-lidstaat in zware economische problemen elk recht op zelfbeschikking verliest. Brussel kan een complete uitverkoop van het nationale tafelzilver verlangen, waarover een volk zelf niets meer te zeggen heeft. Verkiezingen doen er niet toe; er wordt zelfs niet eens meer de schijn opgehouden dat dat wel zo zou zijn.

Europa kapot: de meest fundamentele les van twee wereldoorlogen was dat men geen landen en volkeren openlijk vernederen moet, omdat de wrok waarin dat resulteert de kiem legt voor nieuwe conflicten. Dat was de les van het vervolg op de Vrede van Versailles.

Een wurgcontract: van de Grieken wordt meer van hetzelfde verlangd, terwijl de vorige bezuinigingen de problemen alleen maar verder hebben vergroot. De staatsschuld is geëxplodeerd, het bruto binnenlands product met een kwart verminderd, de werkeloosheid verveelvoudigd, de armoede enorm gestegen. De pertinente onwil van de meeste Europese regeringen om op grond van de gebleken ineffectiviteit van het rigide neoliberale beleid van de afgelopen jaren de koers bij te stellen, zorgt ervoor dat uitvoering van het dictaat Griekenland nog verder zal ontwrichten, eerst sociaal, en dan politiek.

Volksverlakkerij: weliswaar moeten sommige politici, onder wie ook Nederlandse, nu eindelijk toegeven dat er nog heel wat geld naar de Grieken zal gaan, maar de door alle economen geconstateerde oninbaarheid van de steeds verder oplopende Griekse schuld durven zij nog niet publiekelijk te erkennen. Nog steeds houden zij stug vol dat die tot de laatste cent zal worden afbetaald. De waarheid van NRC-columnist Coen Teulings – met een schuld van duizend euro aan de bank heb jij een probleem; met een schuld van een miljoen heeft de bank een probleem – durft ook de Nederlandse regering niet aan de eigen kiezers te vertellen.

Illusies: de belofte van Tsipras dat Athene nu echt werk gaat maken van de hervormingen. Ruim twee eeuwen geleden zag men onder invloed van de Verlichting in dat onder dwang afgelegde bekentenissen een gering waarheidsgehalte bezitten; daarom is de gerechtelijke tortuur toen afgeschaft. Brussel heeft die voor politici weer ingevoerd. De beloftes van Athene zijn waardeloos, omdat Tsipras slechts de keuze had tussen vierendelen en de hongerdood.

De afgelopen tijd verschenen op tv voortdurend ‘deskundigen’ die hamerden op het feit dat Griekenland eindelijk eens moet willen hervormen. Geen van hen vroeg zich echter af waarom van alle eerdere beloofde hervormingen zo weinig terecht gekomen is. Niemand vroeg zich af of Griekenland überhaupt hervormen kan. Daar ligt namelijk het kernprobleem. De onmacht van premier Tsipras om hervormingen door te voeren die nodig zijn om Griekenland in een tweede Denemarken te herscheppen, is gelegen in potentiële obstructie binnen de overheid en de zwakte van het staatsapparaat. Dat komt omdat de meeste Grieken weinig loyaal aan hun eigen staat zijn, en de staat – als gevolg van langdurige Byzantijnse en Ottomaanse heerserspraktijken – eerder als tegenstander zien.

Wat Brussel van Athene eist is het ongedaan maken van een eeuwenoude cultuurkloof binnen een half jaar. Dat gaat niet. Kijk naar Italië. Dat land bestaat nu al 150 jaar, maar nog steeds is Milaan bijna Zwitserland en Palermo bijna Afrika. Niets is moeilijker en tijdrovender dan de transformatie van een corrupt cliëntelistisch systeem, omdat het ook een individuele mentaliteitsverandering van elke burger vergt.

In een corrupte samenleving moet namelijk iedereen een beetje corrupt zijn om te kunnen overleven. Iedereen kent wegen om buiten de wet via persoonlijke connecties iets te realiseren. Om een niet-corrupt systeem in het leven te roepen, moet iedere burger deze ondoorgrondelijke wegen opgeven in ruil voor blind vertrouwen in een abstract juridisch systeem, dat in zijn land nooit eerder heeft bestaan. Men kijkt dan liever de kat uit de boom: laat eerst anderen niet corrupt worden.

Daarom is corruptie zo hardnekkig. En daarom zijn, omdat samenlevingen oorspronkelijk niet op abstracte wetten maar op persoonlijke relaties waren gebouwd, niet-corrupte landen nog steeds in de minderheid. Het geloof in papier – regels zijn regels – is een uitgesproken (protestants) Noord-Europees en Noord-Amerikaans fenomeen, dat vrijwel door geen enkele andere cultuur met ons wordt gedeeld. Al niet eens in die mate door de (katholieke) Zuid-Europese landen. En zeker niet door landen op de Balkan. We dienen het onder ogen te zien: Griekenland is door zijn structureel zwakke economie en structureel zwakke overheid niet in staat binnen de euro met andere landen te concurreren en dus naar behoren te functioneren.

Dat brengt me op het Brusselse idee-fixe dat hier ten koste van alles gered moet worden – ook als afzonderlijke landen daaraan onderdoor gaan. De euro dwingt als een te nauw korset de deelnemende staten tot een economische politiek die de nationale regeringen thuis niet meer kunnen verkopen. In Brussel hebben de grootste pro-Europa-fanaten het ook doelbewust zo georganiseerd dat er geen weg terug mag zijn.

De Europese heilsgeschiedenis kent voor hen maar één richting, die van de ever closer union. Daar ligt misschien, bij alle taboes die met dit flutakkoord weer even gespaard moeten worden, het grootste taboe: dat het Europese eenwordingsproces niet onomkeerbaar is omdat het door de geschiedenis bepaalde grenzen kent. Topografische en inhoudelijke grenzen die niet ongestraft overschreden kunnen worden, omdat dan het Europese beleid juist die nationalistische krachten oproept die men er sinds 1945 mee beoogt te bestrijden. Een voor niemand pijnlijke en tegelijk reële uitkomst is er niet. De enig zinvolle oplossing waarmee de pijn redelijk wordt verdeeld, is een deal waarmee Griekenland zijn schulden (vrijwel) kwijtgescholden krijgt en zelf mag beslissen of het wil bezuinigen en hervormen. Op uitdrukkelijke voorwaarde dat het dan wel de euro opgeeft, waarna het binnen de EU met een schone lei verder kan. Dat betekent: Athene accepteert een geordende Grexit, Noord-Europa accepteert dat het geleende geld nooit terugkomt en Brussel accepteert dat het Europese project niet oneindig is.