Een literaire thriller? Of...

Het houdt Marion Pauw bezig: die voortslepende discussie over ‘literaire thrillers’. Dat label staat sinds het succes van Nicci French vaker op het omslag van boeken met suspense die óók over de psyche gaan. Vooral recensenten en schrijvers vragen zich af of boeken met ‘literaire thriller’ op het omslag literatuur zijn. In We moeten je iets vertellen probeert hoofdpersoon en schrijfster Kathelijne het op te helderen: ‘‘Literaire thriller’ wil zeggen dat een boek tussen het klassieke thrillergenre en een roman in zit. Niets meer of niets minder. Daarom kan ook een kutboek nog steeds een literaire thriller zijn. Capisce?’

Het levensgeluk van (een naar het aanziet op Franca Treur gebaseerd personage) Kathelijne wordt door van alles bedreigd: de strenge kerk uit haar jeugd, waar ze een bestseller over schreef, liefde (getrouwde man), abortus. Pauw schrijft soepel als altijd. Soms zijn de dialogen wat langdradig en in de laatste pagina’s wordt alles heel thrillerachtig gehaast opgelost. Maar interessanter is dat We moeten je iets vertellen óók een onderzoek is naar de regels van de literatuur, thrillers, lectuur; hoe je het ook wilt noemen. In voetnoten becommentarieert de schrijfster haar werkwijze.

Ze spreekt de recensent ook aan. Dat doet ze vinnig en grappig: ‘Mocht je een recensent zijn en je besluit om uitgerekend deze zin uit het boek te lichten en daar een hele lullige recensie omheen te schrijven, dan hoop ik van harte dat je de rest van je leven gordelroos krijgt.’ De zin in kwestie: ‘Het enige wat ik wil is toestemming om mijzelf te zijn.’

Misschien is ook Pauw in haar voorlopig laatste boek ook helemaal zichzelf. In ieder geval is ze lekker dwars. Ze houdt zich expliciet niet aan de schrijfregels en geeft een eerlijke inkijk in het schrijverschap. Je kunt het boek moeilijk labelen, en dat is ook de bedoeling. In ieder geval is het label ‘kutboek’ onjuist.