De vijand is IS maar vooral ook de Koerden

Sinds de aanslag in Suruç is Turkije in één klap de Syrische burgeroorlog in getrokken. Turkse troepen voeren aanvallen uit in zowel Syrië als Irak. Maar wat zijn precies de bedoelingen van president Erdogan?

Het beeld vanuit een Turks gevechtsvliegtuig dat een IS-doelwit uitschakelt. Beeld Anadolu

Boven de poort van Cultureel Centrum Amara hangt een zwart doek waartegen 32 rode rozen zijn geplakt. Eén voor iedere activist die vorige week om het leven kwam toen een zelfmoordterrorist zichzelf opblies in de tuin van het centrum. Op de plek van de aanslag is een monument opgericht van knuffelberen, zakken met lego en voetballen, die de activisten hadden meegebracht voor de kinderen van de verwoeste Syrische grensstad Kobani. De tegels zijn nog rood van het gerulde bloed.

De aanslag in Suruç, een Koerdisch stadje aan de grens met Syrië, heeft Turkije in een klap de Syrische burgeroorlog in getrokken. Weg is de terughoudendheid die het betrachtte in de strijd met de Islamitische Staat (IS). Turkse tanks en gevechtsvliegtuigen bestookten de afgelopen dagen stellingen van de terreurgroep, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de aanslag. En Turkije gaf de internationale coalitie toestemming zijn luchtmachtbases te gebruiken voor bombardementen op IS.

Maar de laatste dagen zijn er ontwikkelingen die vragen oproepen over de bedoelingen van president Erdogan. De Turkse luchtmacht nam niet alleen IS in Syrië onder vuur, maar concentreerde zich tegelijk op stellingen van de Koerdische Arbeiderspartij PKK in Noord-Irak én van zijn zusterorganisatie in Noord-Syrië. Wie ziet de Turkse regering nu als belangrijkste vijand: de extremisten van IS of de Koerden?

Veel Koerden weten het antwoord wel. Ze verwijten de Turkse regering de strijd tegen IS te gebruiken als voorwendsel om hun volk aan te vallen. „De Turkse luchtaanvallen op IS zijn een lachertje”, zegt Mehmet Karakes, een Koerdische art director in de tuin van het cultureel centrum. „Alsof ze een kind een aai over zijn bol geven. De bombardementen op Rojava [de autonome Koerdische regio in Noord-Syrie, red] zijn vele malen erger.”

Aanslag op militairen niet opgeëist

Sinds de aanslagen in Suruç van vorige week is er bijna elke dag wel een nieuw incident in Turkije. Gisteravond vond in het zuiden een aanslag plaats, ditmaal bij Diyarbakir, een stad waar vooral veel Koerden wonen. Daarbij kwamen twee militairen om, vier anderen raakten gewond. Hoewel de aanval op het leger nog niet is opgeëist, heeft het er alle schijn van dat de aanslag het werk is van de PKK. In Ankara bleek bij demonstraties dit weekend de toegenomen spanningen tussen de Turken en de Koerden. Zo’n duizend demonstranten waren op de been uit protest tegen de luchtaanvallen. De politie dreef de menigte met traangas uiteen.

De Koerden, die vooral in Irak, Syrië en Turkije wonen, mogen onderling verdeeld zijn, door de samenwerking met westerse machten in de strijd tegen IS wordt hun positie sterker. Dat is voor de Turkse president Erdogan een onheilspellend scenario. De Turken hebben zich de afgelopen maanden grote zorgen gemaakt over de opmars van de Koerden in Syrië. De YPG, de strijdgroep van de Syrische Koerden, is nauw gelieerd aan de PKK, die de afgelopen decennia een bloedige terreurcampagne voerde. De Turken vrezen dat de autonome regio in Noord-Syrië, waar de Koerden zelfbestuur hebben gevestigd, de Koerdische opstand in eigen land aanwakkert. Kobani was in 2012 het eerste Koerdische kanton dat zich autonoom verklaarde van de regering in Damascus. IS probeerde de stad begin dit jaar in te nemen, maar de Koerden slaagden er met Amerikaanse luchtsteun in de extremisten te verdrijven. In de maanden daarna veroverden de Koerden tweederde van het grensgebied.

Witte pantservoertuigen in Suruç

Veel Koerden verdenken de Turkse regering van collaboratie met IS. Hoe konden die duizenden buitenlandse jihadisten anders ongehinderd de grens oversteken naar het kalifaat? „De Turkse regering was blij dat IS ons aanviel. Ze stonden erbij met hun armen over elkaar en lieten het gebeuren”, zegt art-director Karakes.

Bij wijze van waarschuwing vermoordde de Koerdische Arbeiderspartij PKK vorige week twee Turkse agenten, die met IS zouden hebben samengewerkt. Dit was de lont in het kruitvat: de Turkse regering opende ook de aanval op de PKK en zijn Syrische zusterorganisatie.

De spanning in Suruç is tastbaar. Overal staan witte pantservoertuigen van de politie. Het stadje wordt bestuurd door de pro-Koerdische partij HDP, die bij de verkiezingen in juni voor het eerst de kiesdrempel haalde. Veel inwoners vechten over de grens in Syrië tegen IS.

Die tijd lijkt voorbij. Tussen Kilis, de belangrijkste grensovergang richting Aleppo, en Suruç, is de bewaking opgevoerd. Legerkampen worden uitgebreid met extra barakken. Tussen de glooiende gele heuvels is hier en daar een tank of een militaire uitkijkpost te ontwaren. Legervoertuigen rijden af en aan.

De Turkse bombardementen op de Koerden in Syrie brengen het Westen in een lastig parket. Volgens de Turkse regering is de Syrisch-Koerdische militie YPG „een grotere bedreiging” dan IS. Maar de internationale coalitie heeft de YPG de afgelopen maanden juist luchtsteun gegeven in de strijd tegen IS, waardoor de extremisten enkele gevoelige nederlagen leden. Opmerkelijk genoeg houdt de Amerikaanse regering zich nu op de vlakte over het Turkse optreden.

Er wordt nu gespeculeerd dat de Amerikanen en de Turken een deal hebben gesloten. In ruil voor het gebruik van bases in Turkije om IS in Syrië aan te vallen, zouden de VS meewerken aan een „safe zone” in Noord-Syrië. Dat wil Turkije al lang – óók omdat het de bewegingsruimte van Koerdische strijders beperkt.