Brusselaars zijn de dictatuur van Koning Auto zat

Een nauw straatje in hartje Brussel is het toneel van Europa’s grootste handel in tweedehands auto’s.

Dag en nacht dendert zwaar transport door de nauwe Heyvaertstraat, vroeger het domein van beenhouwers en leerlooiers. Foto Franky Verdickt

Op een kwartier lopen van de mondaine modebuurt Dansaert loeit de kakofonie van Oost-Europese en Afrikaanse talen aan. Welkom in de Brusselse Heyvaertstraat: draaischijf voor de mondiale handel in tweedehands auto’s.

Afrikaanse mannen hangen er in groepjes rond, in afwachting van de volgende Oost-Europese vrachtwagen die auto’s komt afleveren. Met moeite maken de dubbeldekse opleggers de scherpe bocht bij de Slachthuizen. De ‘Heyvaert’ is nauw. Hier zaten ooit beenhouwers en leerlooiers. Nu dendert dag en nacht zwaar transport door het straatje. Vanuit de luxe bistro La Paix op de hoek – populair bij Europese ambtenaren die er genieten van het ruige, volkse schouwspel op straat – leeft iedereen mee: gaat de Slowaakse chauffeur het redden of schampt hij de gevel?

Maar het is niet voor iedereen vermaak. „Deze terreur moet weg uit de binnenstad”, zegt Annalisa Gadaleta, wethouder van de Brusselse gemeente Molenbeek. „Stel je voor dat je dit aantreft op vijf minuten lopen van het Leidseplein in Amsterdam? Bewoners zijn de overlast zat en snakken naar adem.”

De poging van de groene politica om de Heyvaert-handel te stoppen is onderdeel van een pas opgelaaide strijd tegen ‘Koning Auto’, zoals het in de Brusselse volksmond heet. Al een halve eeuw doorkruisen snelwegen het Brusselse gewest. De binnenstad werd volgebouwd met parkings. Voetgangers en fietsers komen op de tweede en derde plaats.

Maar voor het eerst is er sprake van een kentering. Dat hopen althans actiegroepen als Pic Nic The Streets, die ijveren voor autovrije zones in het centrum. Met succes: op het kruispunt voor het Beursgebouw en in de omliggende straten is sinds vorige maand de auto verbannen. Op het asfalt verschenen petanquebanen en tafeltennistafels.

Het is een pril begin, volgens Pic Nic The Streets. De geplande bouw van nieuwe parkeergarages aan de rand van het stadshart is volgens de actiegroep minder hoopgevend. „Helaas blíjft de boodschap van de stad: kom vooral met de auto naar Brussel.” Wethouder Gadaleta zegt het zo: „In de wedstrijd van Koning Auto versus Brussel staat de Brusselaar nog altijd flink op verlies.”

In de Heyvaertstraat staan op een bord aan de gevel van Karim Export de bestemmingen waarnaar het bedrijf auto’s vervoert: Dakar, Conakry, Libreville, Mombasa, Djibouti. Een Poolse oplegger staat op de stoep geparkeerd, tegenover een geldtransferkantoor van Western Union. Verderop in de straat houden Afrikaanse commissionnaires, tussenhandelaren, pauze rond een tafel met literflessen bier.

„Nu wil men ons weg, maar Brussel verwelkomde ons destijds met open armen”, zegt autohandelaar Pierre Hajjar, wiens Libanese familie ruim veertig jaar geleden neerstreek in de Heyvaert. „Deze buurt verpauperde, er was geen enkele economische activiteit meer.”

Hajjars familiebedrijf, de Socar Shipping Agency, is een van de twee grote spelers, samen met Karim Export. Hun politieke invloed in de buurt is groot, zeggen omwonenden. Die reikt tot in de Antwerpse haven, waar de auto’s na een verkoopovereenkomst in Brussel belanden voor inscheping. Socar Shipping en Karim Export voeren de regie over de uitvoer van jaarlijks een miljoen auto’s naar Afrika.

Hajjar, een vlotte prater, zit achter een enorm bureau in zijn kantoor, een donkere kelderruimte onder zijn autogarage aan de Heyvaert. Zijn zus, ook actief in het familiebedrijf, staat naast hem en zwijgt als haar broer een vurig pleidooi afsteekt over het economisch belang van de autohandel. „Wij zorgen hier voor banen. De autohandel trekt ook nevenactiviteiten aan.” Afrikaanse handelaren stouwen de in Brussel aangekochte auto’s vol met elektronica, balen meel en andere voedingsproducten. Hajjar: “En ze steken zich goed in de kleren en overnachten in hotels. Die doen hier dankzij ons goede zaken.”

De Heyvaert is altijd een buurt van nijverheid geweest, en dat moet zo blijven, vindt schrijver en Heyvaert-kenner Hans Vandecandelaere, die in zijn boek In Brussel een hoofdstuk aan de buurt wijdt. Hij neemt het op voor de autohandelaren.

„Natuurlijk is er overlast. Het zou wellicht een idee zijn de handel te verplaatsen naar een betere locatie, maar dan wel bínnen de stad. Brussel heeft dit soort laaggeschoolde werkgelegenheid hard nodig.”

„Zelfs in Timboektoe kennen ze de Heyvaert”, zegt Hajjar. Hij omschrijft zijn buurt als een „thermometer voor de wereldeconomie”. Tien jaar geleden namen Afrikanen hier nog genoegen met roestige afdankertjes uit Nederland of Duitsland. „Nu komen ze voor middenklassers. Dat Afrika boomt wisten wij in de Heyvaert eerder dan de allerslimste economen.”

Maar voor wethouder Gadaleta is de maat vol. „Wij vechten met het enige wapen dat we hebben: elk nieuw verzoek om een vereiste milieuvergunning wijzen we af.” Veel helpt het niet, geeft ze toe. De autohandelaren vechten de afwijzing aan op hoger niveau – bij de politiek van het Brusselse gewest of bij de Raad van State. „En daar halen ze hun gelijk, zolang de wetgeving niet verandert”, zegt Gadaleta. „De autolobby is machtig. En politici zeggen: ‘Dit is een welkome miljoenenbusiness.’ Ze moesten zich schamen.”