Column

Afschuwmonumenten

Berlijn had er gewoon geen zin in. Toen de citadel van Spandau om een gigantisch granieten hoofd van Lenin vroeg dat de gemeente in 1991 ergens in een bos had begraven, zeiden de stadsautoriteiten dat de exacte locatie onbekend was. Het hoofd lag „ergens buiten de stad”. Zand erover.

Maar de plek werd verraden, nota bene door een Amerikaan, een filmmaker die het hoofd ooit gedeeltelijk had opgegraven. Om een lang bestuurlijk verhaal kort te vertellen: het metershoge ding is nu uit de grond en zal, met toestemming van de gemeente, vanaf 1 september te zien zijn op een expositie in de citadel.

Ooit gingen Leninbeelden zonder veel gemor bij het oud vuil. Een enkele belandde onder postmodern gegniffel in Oost-Groningen, maar controverses waren er eigenlijk nooit. Dat is de laatste jaren veranderd. Vooral in Oekraïne.

Het tv-programma Nieuwsuur liet al eens zien hoe het politieke conflict in die voormalige Sovjetrepubliek is uit te leggen aan de hand van een Leninbeeld: in Charkov wilden Oekraïense nationalisten het ding neerhalen, pro-Russische separatisten stonden op behoud. Beide kampen associëren Lenin met hernieuwd Russisch nationalisme.

In het eveneens Oost-Oekraïense Slavjansk ging het er dit voorjaar nog feller aan toe. Enkele weken nadat de gemeenteraad had gestemd vóór behoud van het beeld, kwam een team van de Rechtse Sector met enkele bulldozers, midden in de nacht. De confrontatie met burgers overdag durfden de paramilitairen niet aan. Dit terwijl de wet achter ze stond. In mei had het nationale parlement immers ingestemd met een algeheel verbod van symbolen die de Sovjet-Unie verheerlijken. Alles moet weg: iedere hamer en sikkel, Moskouster en verbeelde Sovjetheld.

Dat betekent dat in korte tijd meer dan honderd Leninbeelden tegen de grond zullen gaan. Begin jaren negentig verdwenen er al talloze, vooral in het westen van Oekraïne. Daaronder enkele bijzondere prominente, zoals die op het belangrijkste plein in Lviv. De onttakeling staat voor Polen in het geheugen gegrift, omdat het leidde tot de ontmanteling van een hardnekkig verhaal. In de gigantische Lviv-Lenin zou een beeld van de Heilige maagd Maria zijn verwerkt. Wie goed keek, zo vertelden Poolse reizigers bij thuiskomst, kon de lelies van Maria’s jurk zien, vlak onder Lenins jas. En dus projecteerden katholieke Polen hun slachtofferschap graag op het beeld: het Oekraïense Lviv was voor de Tweede Wereldoorlog immers het Poolse Lwów.

Dat verhaal viel in duigen. Wel bleek de sokkel gemaakt met grafstenen van een joodse begraafplaats. Hier werd geen Poolse maar Joodse ellende gemarkeerd.

Voor monumentenliefhebbers zit er iets moois aan al het onttakelen. Het bevestigt de macht van het beeld. Granieten Lenins wekken woede. Dat is iets. Tegelijk is het jammer dat er zo vaak niets in de plaats komt: de iconoclast neemt genoegen met eigen vernielzucht. Daarom is de Lenin van Kiev zo’n mooie uitzondering. In december 2013 haalden anti-regeringsactivisten het ding neer. Enkele dagen later stond op de sokkel plotseling een goudkleurige wc-pot. Iedereen begreep het: een aanklacht tegen de corruptie in het land. En een prachtig monument.

Sowieso: gedenktekens die aanklagen zijn bijna altijd beter dan monumenten die vieren. Helaas zijn die eerste veel schaarser. Ook de wc-pot was al weer snel verdwenen.