Waarom iedereen, ook Nederland, Noorwegen wil zijn

Foto Bloomberg

Per dag pompt Noorwegen 1,6 miljoen vaten olie uit de grond. Een klein deel van de opbrengst zet de staat opzij en dat maakt Noren rijk. Heel rijk. Hoe rijk kan iedereen live zien op de site van Norges Bank Investment Management (NBIM), dat de oliebaten voor de ruim vijf miljoen Noren in een speciaal fonds beheert. Online loopt een teller met de actuele waarde van de Noorse miljarden-investeringen in aandelen, obligaties en vastgoed.

Een momentopname deze week: 7.202.659.310.556 NOK, omgerekend zo’n 810 miljard euro.

Topman Trond Grande leidt een fonds dat een voorbeeld voor velen is. Waarom?

1. Trendsetter qua duurzaamheid

Qua duurzaam beleggen zijn de Noren toonaangevend. Supermarktreus Wal-Mart deed het al in 2006 in de ban vanwege mensenrechtenschendingen. Ter vergelijking: bij het grootste pensioenfonds van Nederland ABP duurde dat tot 2012. Het Noorse uitsluiten van tabaksbeleggingen in 2010 volgden Nederlandse voorlopers als PFZW drie jaar later.

“Wat zij doen waait over”, zegt onderzoeker Frank Wagemans van de duurzame beleggersvereniging VBDO. “Ze vervullen een wereldwijde voortrekkersrol.” Dat betekent wat voor de meest recente baanbrekende uitsluiting. In juni besloot het Noorse parlement namelijk unaniem dat ook beleggingen in kolen uit den boze zijn.

2. Heel erg rijk

Ook in de financiële sector dwingt NBIM wereldwijd respect af als een van de grootste en machtigste beleggers. Wat begon met 46 miljard Noorse kronen in 1996 is door succesvol beleggen en het afromen van olie-inkomsten uitgegroeid tot zo’n 7.200 miljard kroon (810 miljard euro).

NBIM bezit miljarden aan vastgoed op toplocaties: van de Champs-Elysées, tot West End en Fifth Avenue. De portefeuille met staatsobligaties is goed voor enkele honderden miljarden en reikt van Japan tot de Verenigde Staten. En dan is het fonds ook nog eens aandeelhouder bij meer dan 9.000 bedrijven. Grande:

“We bezitten ongeveer 1,3 procent van alle aandelen wereldwijd en 2,5 procent van alle Europese aandelen. Dat maakt ons automatisch een van de grootste aandeelhouders bij ieder bedrijf.”

3. Geen last van de ‘Dutch Disease’

Het fonds heeft formeel als doel om de Noorse rijkdom te beschermen en uit te bouwen voor toekomstige generaties. En het kampt niet met de zogenaamde ‘Dutch Disease’: dat begrip, in 1977 bedacht door The Economist, is vermaard onder economen. De Hollandse Ziekte ontstaat door het direct in de economie pompen van royale aardgasexportbaten. Daardoor wordt de lokale munt duur, verslechtert de concurrentiepositie en ontstaan er begrotingstekorten die je weer moet vullen met aardgas.

Een fonds werkt volgens Martin Skancke, tot 2011 als directeur-generaal bij het ministerie van Financiën verantwoordelijk voor NBIM, alleen als een land aan bepaalde voorwaarden voldoet. Een begrotingsoverschot hebben bijvoorbeeld, zoals bij Noorwegen op drie jaar na al sinds de jaren zestig het geval is.

4. En het kan tegen een stootje

Politieke stabiliteit en vertrouwen zijn ook een must, zegt Skancke als hij wordt herinnerd aan horrorjaar 2008. Toen speelde de kredietcrisis. Maar door verkeerde keuzes, zoals het inslaan van extra aandelen Lehman Brothers, verloor het fonds beduidend meer dan de graadmeter waaraan het zich spiegelt. In een jaar tijd raakten de Noren 100 miljard dollar kwijt: 23 procent van de toenmalige waarde.

Maar tegelijkertijd kocht NBIM wereldwijd voor 150 miljard dollar aandelen in, vanwege de crisis voor bodemprijzen. Na een uitgebreid politiek proces was eerder namelijk besloten om de aandelenverhouding in het fonds van 40 naar 60 procent uit te breiden. Skancke:

“Die aankopen waren niet mogelijk geweest zonder politiek vertrouwen in die strategie. En dan hadden wij een grote kans gemist.”

Eén probleem: er is té veel geld

Er zit inmiddels zo veel geld in het fonds dat het steeds moeilijker wordt om investeringen te vinden. Al in 2010 werd besloten dat het fonds vijf procent van het vermogen in vastgoed moet beleggen. Ondanks aankopen in wereldsteden en een focus op logistieke investeringen (waaronder het pand van DHL op industrieterrein Vossenberg in Tilburg) is dat nu pas 2,2 procent.

“Dat komt door onze omvang. Investeren in vastgoed is arbeidsintensief. We kunnen niet zomaar blind studentenhuizen in Australië, bejaardenhuizen in Hongarije en pakhuizen in Nederland gaan kopen. Je moet wel een goede strategie hebben”, zegt Grande. En met een knipoog:

“Dat is ook de reden waarom we nog niet heel Nederland hebben opgekocht.”