Zwarte tandjes

In Nederland hebben ongeveer 20.000 kinderen een slecht gebit. Ik zag het in een korte reportage op het televisienieuws. De tandarts neemt een paar kleine patiënten onder handen. Ze hebben allemaal nog een melkgebit. De eerste kreunt hartverscheurend en probeert zich los te wringen, van de volgende zien we een panorama van bruine stompjes, van de derde ontbreken een paar voortandjes. Wat is de oorzaak van al die ellende? Ze eten te veel zoetigheid, sommigen nemen een flesje frisdrank mee naar bed. Ze poetsen niet goed en in sommige gevallen helemaal niet.

Het kwam me allemaal bekend voor. Meer dan tachtig jaar geleden hebben mijn vader en moeder me leren poetsen, een verplichting die gelijk stond aan het bidden van gelovige kinderen. Ons merk tandpasta was Kolynos. Televisie was er nog niet, radioreclame evenmin. Advertenties in de krant brachten je aan je verstand wat je moest doen om gezond en aantrekkelijk te blijven. Zo zag je een vrouw die zich vol walging van een man afkeerde. ‘Zou het B.O. zijn?’ Die afkorting stond voor Body Odour. Om ervan af te komen moest je je met Rexona wassen.

In deze tijd hebben we over voorlichting via de reclame niet te klagen. Ieder reclameblok heeft wel een paar spotjes waarop je een knappe jonge vrouw ziet die in een verleidelijke glimlach haar parelwitte tanden toont. Die onweerstaanbaarheid heeft ze te danken aan Poladont, Oraldine, Pladinos. Uit tandpastamerken kun je langzamerhand een aparte taal samenstellen. Maar nooit zie je het verrotte mondje van een kind dat nog nooit gepoladonteert heeft. Reclame bestaat uit het laten zien hoe benijdenswaardig het is, op de een of andere manier in het bezit van een voordeel te zijn. Er wordt nooit vermeld wat daar allemaal aan vooraf gaat.

Nadat we het hagelwitte en gave gebit van deze jonge vrouw hebben bewonderd en overwegen op Pladidont over te gaan, komt er een reclame voor een bijzonder mierzoet nagerecht en daar zien we de volgende betoverende vrouw haar eerste hapje nemen en met half gesloten ogen een verzaligd gezicht trekken. Nog meer reclame voor een variatie van zoetigheden, en dan begint het nieuws. Daar komen de kinderen met hun rotte bekjes.

We leven in een tijd van vrijwel alzijdige voorlichting en bescherming. Woon je in een gevaarlijke buurt dan leert de overheid je hoe je je deur op slot moet doen. Oversteken mag alleen bij groen licht. Overal staan elektronische poortjes. Mijn computer wordt bewaakt door McAfee die me tegen virussen beschermt. Een speciaal, in Rotterdam gevestigd kantoor, behoedt me voor spam, mail die me een grote bonus van Kruidvat of Albert Heijn belooft, meldt dat mijn ABN-banknummer is verlopen en dat tien Russinnen staan te trappelen om me beter te leren kennen. Maak ik zo’n spambericht open dan is de volgende dag mijn bankrekening leeg.

Herinnert u zich nog het begin van de campagne tegen het roken? Op de openbare weg, tramhaltes, stationspleinen verschenen bordjes met de tekst; ‘Roken? Dat lossen we samen wel op.’ Toen verdwenen in de treinen de rookcoupés. Er werd eerst een gedeeltelijk, tenslotte een totaal rookverbod voor cafés en restaurants afgekondigd. In openbare ruimten was het al streng verboden. En hoe je het ook wendt of keert, het roken is al jaren definitief op zijn retour. Heel vroeger mocht je roken in de bijwagen van lijn twee, het achterste deel. Probeer nu in de tram eens een sigaret op te steken. Het antiroken is de enige geslaagde revolutie in ons dagelijks leven.

Goed beschouwd is het een ongelofelijk gemene streek, kleine kinderen tot het slachtoffer van onze gemakzucht, luiheid, onverschilligheid te maken. We weten wat de gevolgen van snoepen en niet borstelen zijn en alsof het de gewoonste zaak van de wereld is tolereren we dat we op deze manier op z’n minst 20.000 totaal onschuldigen mismaakt aan hun volwassenheid beginnen. Want zo is het. Met een geruïneerd gebit ben je mismaakt.