Zoek naar vervreemding en experimenteer

Straatbeeld, Amsterdam (1899) . Foto: J.E. Rombouts, collectie Nederlands Fotomuseum

“Ik zie veel mensen die aan klassieke straatfotografie refereren. Zwart-wit foto’s, bijna vierkante of vaak staande afbeeldingen. Dat zag je ook veel in de jaren ’60,” zegt Loes van Harrevelt, conservator van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, terwijl ze de inzendingen van de NRC’s fotowedstrijd van juli bekijkt.

“Bijvoorbeeld de zwart-witfoto van een oude man die voor een etalage zit, gemaakt door Dennis Olthof. Die foto doet me denken aan de Nederlandse fotograaf Cas Oorthuys.”

Van Harrevelt krijgt als conservator vaker straatfotografie onder ogen: afgelopen jaar nog toen het fotomuseum een schenking ontving van de kleinkinderen van amateurfotograaf J.E. Rombouts. Tussen de gedoneerde foto’s uit eind 19e eeuw zaten veel beelden van Amsterdam, in die tijd net mogelijk door de opkomst van de draagbare camera. “Rombouts was een amateur, maar heel bedreven. Hij schreef een fotografiehandboek en promoveerde zelfs op wetenschappelijke micro-fotografie,” aldus Van Harrevelt.

Foto: J.E. Rombouts, collectie Nederlands Fotomuseum

Wandelaars op Hogesluisbrug, Amsterdam (ca. 1900). Foto: J.E. Rombouts, collectie Nederlands Fotomuseum

Overeenkomsten tussen toen en nu ziet ze genoeg. “Mensen staan nog steeds centraal. Toen fotografeerde Rombouts schaaphandelaren of flanerende, rijke mensen. Tegenwoordig zie je een vader die zijn kind negeert omdat hij telefoneert of feestende travestieten.”

Het werkt als de kijker jouw humor begrijpt

Waar is Van Harrevelt als conservator naar op zoek in een goede straatfoto? Het draait, na al die jaren, nog steeds om het juiste moment. “We kunnen tegenwoordig digitaal zo snel een foto maken, dat niet altijd het juiste moment ertussen zit. Klik wat sneller en vaker achter elkaar door. Ik zie in de inzendingen vaak ook nog afstandelijkheid. Maak contact met mensen. Neem een voorbeeld aan fotograaf Ed van der Elsken: mensen op zijn foto’s kijken je recht in de ogen aan.”

“Het werkt ook als de kijker jouw humor begrijpt. Zoals de foto met hondenpoep aan een fietswiel of een klein jongetje dat een net zo klein autootje bestuurt. En fotografeer een onderwerp dat staat voor deze tijd. Ik zou bijvoorbeeld een serie foto’s maken waarop iedereen op zijn telefoon kijkt.”

Zoek naar vervreemding en experimenteer nog meer, geeft Van Harrevelt als laatste tip. “Zoals de foto van Maria Arends, met een boodschappenkar vol etalagepoppen met een zak over hun hoofd. Daar moet je wel naar kijken. Of de foto van Alyssa van Heyst, die de weerspiegeling van gebouwen in water fotografeerde. Dan denk ik: draai die foto eens om. Dat zou hem nog spannender maken.”

Zelf foto’s bekijken en inzenden kan op foto.nrc.nl. Het thema van de maand juli is Straatfotografie.