‘Ze komt nu wat neurotisch over, maar dat is ze niet hoor’

Marsha Bosma van Bemmel (33) en Kees van Bemmel (35) laten een huis bouwen in Tilburg. Marsha is zwanger van hun eerste kindje. Straks gaat ze wat minder werken. „We zijn wel traditioneel ingesteld nu ik het zo hoor.”

Marsha: „Ik vind het mooi dat alles straks helemaal nieuw is in ons huis. Daar heb ik zin in.” Foto David Galjaard

Terug naar Tilburg

Kees: „We zijn eigenlijk aan het wachten tot we in ons nieuwe huis terecht kunnen. Dat wordt pas Kerst volgend jaar, want het wordt nu nog gebouwd.”

Marsha: „We gaan terug naar Tilburg. Daar hebben we negen jaar in het centrum gewoond. Maar dat was echt een starterswoning, dus daar groeiden we uit. Dat huis hebben we alvast verkocht, en nu huren we zolang een huis.”

Kees: „We waren eigenlijk op zoek naar een jaren 30-woning in het centrum van Tilburg. Maar toen hoorden we over een nieuwbouwwijk net buiten het centrum in jaren 30-stijl. Daar gaan we nu wonen.”

Marsha: „Eigenlijk is het ideaal. Je hebt een beetje van beide: de rust en groen van buiten het centrum, maar als je de fiets pakt ben je zo in een cafeetje. Ik vind het ook wel mooi dat alles straks helemaal nieuw is in ons huis. Daar heb ik zin in.”

Kees: „We kunnen nu in de bouwfase nog alles zelf beslissen. Ik ben maandag bij de aannemer geweest, en dan leer je hoeveel keuzemogelijkheden je hebt. Van muren verplaatsen tot aan de keukendeurgreepjes. Ik hoop niet dat we over twee jaar denken: wat stom dat we deze keuze hebben gemaakt.”

De ideale babykamer

Kees: „We verwachten in januari ons eerste kindje, een meisje. Je merkt het wel aan Marsha, de laatste weken is ze wat moe.”

Marsha: „De eerste negen maanden dat de baby er is, wonen we dus nog in dit huurhuis.”

Kees: „Het was natuurlijk het mooiste geweest als we al in ons nieuwe huis konden. We hebben er wel over nagedacht dat het druk zou worden met een baby en een verbouwing, maar het gaat vast wel lukken. Als de baby er is, kunnen we mooi meubels uitzoeken.”

Marsha: „Ik wil in dit huis wel een babykamertje maken, en meubeltjes uitkiezen. Een likje verf tegen de muren hoort er wel bij, vind ik.”

Kees: „Maar het hoeft niet helemaal strak.”

Marsha: „Nee, het wordt nog niet mijn ideale babykamer, die komt in het nieuwe huis. Dan gaan we ook pas mooie spullen voor de keuken kopen. Een mooie keukenmachine staat al heel lang op mijn lijstje.”

Kees: „In dit huis eten we ook nog vaak op de bank, maar straks willen we aan tafel gaan eten. Het is hier allemaal een beetje onhandig. Er staan nog veel onuitgepakte dozen waardoor het een beetje een bende is.”

Samen in de kroeg

Kees: „Marsha’s broer is een goede vriend van me, dus we kennen elkaar al sinds we op de lagere school zitten. Dat ging jaren gewoon zo als vrienden, maar toen stonden we een keer samen in de kroeg, zo’n tien jaar geleden, en werden we verliefd.

Marsha: „In 2011 zijn we getrouwd. Als de baby er is ga ik drie dagen werken, en dan gaat ze twee dagen naar de opvang. Ik wil dat ze ook in aanraking komt met andere mensen. Waarom ik diegene ben die minder ga werken? Daar hebben we niet echt over gesproken, dat ging vanzelf zo. Daar hebben we niet lang over gepraat.”

Kees: „In 90 procent van alle belangrijke beslissingen lijkt dat gewoon vanzelf te gaan. En ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat ik niet part- time kan werken, want dat ga ik toch niet doen. Het enthousiasme waarmee ik nu werk, dat kan ik niet in drie dagen kwijt.”

Marsha: „Ik vind het ook wel een prima opzetje zo. Nog drie dagen werken als lerares, en de rest van de tijd fijn met mijn dochter. Ik ben ook diegene die kookt en het meeste schoonmaakwerk doet, nu ik er zo over nadenk. En als er dan technische dingen zijn, zoals dat de stofzuiger het niet doet, dan vraag ik Kees.

Kees: „Haha, ja dat doe ik. We zijn wel traditioneel ingesteld nu ik het zo hoor, inderdaad. Maar het is ook gewoon het meest praktisch: jij bent wat meer thuis dan ik, en je vindt koken ook leuk.”

Marsha: „Ja, lekker ontspannend.”

Ze neemt nooit haar telefoon op

Marsha: „Waar we nog wel eens verschillend over denken, is het opruimen na het eten. Als we hebben gegeten, wil ik altijd alles snel opruimen zodat de tafel schoon is, en we lekker op de bank kunnen ploffen. Van Kees hoeft dat niet zo, die kan dat rustig laten staan. Maar dan ga ik toch aan de slag om op te ruimen, en dan helpt hij uiteindelijk wel mee.”

Kees: „Ik heb niet die behoefte om het snel van de tafel te krijgen. Het mag van mij een kwartiertje later.”

Marsha: „Ik ben denk ik iets meer opgeruimd. Ik heb zo mijn vlagen, dan moet opeens alles recht liggen en heb ik behoefte aan structuur.”

Kees: „Ze komt nu wat neurotisch over, maar dat is ze niet hoor. Ik kan eigenlijk niks bedenken wat ik een beetje irritant vind aan haar.”

Marsha: „Het bellen.”

Kees: „O ja! Marsha neemt nooit haar telefoon op. Ze heeft de telefoon in een hoesje, en dan zit het geheel onder in haar tas. En ze neemt ’m nooit op! Ze hoort hem ook niet. Heb ik haar nodig, kan ik haar niet bereiken. Maar dat is dan ook het enige wat ik kan bedenken.”