‘We krijgen een sciencefiction- economie’

Robots zullen zorgen voor een wereld van overvloed, denkt de Amerikaanse hoogleraar digitale economie. Maar hoe kunnen mensen voorkomen dat ze straks door de technologie van de arbeidsmarkt worden geknikkerd? Door vooral mens te blijven.

„De protesten tegen de Uber in Parijs zijn een voorbeeld van mensen die het verleden tegen de toekomst willen beschermen”, zegt Andrew McAfee. Foto Hollandse Hoogte

‘Ik ben de simplistische versie van de discussie over robots helemaal zat. ‘Gaan ze al onze banen opeten?’ Dat is helemaal niet het punt!” Andrew McAfee is er klaar mee. De hoogleraar digitale economie van de Amerikaanse universiteit MIT vindt dat te vaak een karikatuur wordt gemaakt van het debat over robotisering – dat hij zelf aanzwengelde. McAfee schreef vorig jaar met Erik Brynjolfsson, ook hoogleraar digitale economie aan MIT, een van de invloedrijkste economische boeken van de laatste tijd: The Second Machine Age. „De grootste misvatting over ons boek is dat technologische verandering iets slechts is dat we moeten tegenhouden.”

Volgens McAfee en Brynjolfsson gaan ontwikkelingen in kunstmatige intelligentie en robottechnologie sneller dan ooit. Computers en machines kunnen mensen daardoor steeds meer werk uit handen nemen, en dat heeft grote gevolgen voor de manier waarop de maatschappij functioneert. Ja, aan de ene kant zullen veel mensen ander werk moeten doen dan nu. Maar aan de andere kant gaat robotisering volgens de onderzoekers leiden tot een ongeëvenaarde groei in productiviteit. De welvaart zal sterk toenemen. De negatieve gevolgen zijn niet los te zien van de positieve, vinden ze. Al ligt de nadruk in de discussie over robotisering vaak alleen op de bedreiging voor banen.

„Het is wel heel bijzonder om te zien hoe breed ons boek is opgepikt”, zegt hij aan de telefoon vanuit Boston. Ook in Nederland staat het onderwerp hoog op de agenda. Het Centraal Planbureau en het Rathenau Instituut publiceerden de afgelopen maand rapporten over het effect van robots op de economie, dit najaar debatteert de Tweede Kamer erover.

'Wat is volgens u het belangrijkste gevolg van robotisering?

„We gaan naar een wereld van overvloed. Kijk naar de allerarmsten en hoe snel hun levensstandaard de laatste jaren is gestegen door technologische vooruitgang. Kijk naar de enorme verbeteringen in gezondheid, welvaart, levensverwachting. De productiviteitsexplosie van álles: van fabrieken tot landbouw. Over het geheel genomen is technologie zo goed geweest voor mensen. Schaarste aan voedsel en goederen is heel snel aan het verdwijnen.”

Maar technologie is niet de oplossing voor alle problemen.

„Nee, want tegelijkertijd ontstaan allerlei nieuwe uitdagingen. De belangrijkste is: hoe verdelen we alle rijkdom die robots genereren? De klassieke manier om welvaart te verdelen is via arbeid. En juist arbeid wordt voor een deel door robots overgenomen. Dat verandert niet morgen, maar wel op termijn.”

U schrijft dat de recente golf van digitalisering en automatisering anders is dan alle voorgaande technologische veranderingen, is dat wel zo?

„Al twee eeuwen wordt geroepen dat technologie werk overbodig maakt. En telkens hebben we dat niet zien gebeuren. Er kwamen altijd veel meer banen bij dan er verloren gingen: een wonderbaarlijk patroon.

„Dan is het nogal een claim om te zeggen dat het dit keer anders is. En we weten het simpelweg niet helemaal zeker omdat het gaat over de toekomst. Maar als je kijkt naar de stagnatie van lonen in ontwikkelde landen, die al ongeveer twintig jaar aan de gang is, dan zie je wel degelijk dat de situatie verandert. Na de crisis duurt het herstel van lonen en werkgelegenheid veel langer dan gehoopt. Automatisering is zeker één van de belangrijkste factoren; het is logisch dat lonen en banen onder druk komen als computers tegen lagere kosten meer werk kunnen doen. Als je vervolgens kijkt naar de recente sprongen in robotica en kunstmatige intelligentie: die gaan veel sneller dan de meeste mensen denken. Ik ben ervan overtuigd dat we een interessante nieuwe tijd tegemoet gaan.”

Hoe lang duurt het voordat robots en kunstmatige intelligentie op grote schaal doordringen tot ons dagelijks leven?

„Het is natuurlijk heel lastig om te voorspellen wanneer dat de overhand krijgt. Stel dat ik nog 50 jaar leef. Ik geloof echt dat ik zal meemaken dat we in een sciencefictioneconomie leven. Een geavanceerde, welvarende, productieve, overvloedige maatschappij die veel minder menselijke arbeid nodig heeft dan nu. We hebben nu nog tijd om te bedenken hoe we onze maatschappij dan willen inrichten.”

Wat kunnen mensen doen om toegevoegde waarde te houden ten opzichte van robots?

„Je moet je richten op vaardigheden waarbij je iets toevoegt aan wat machines en computers kunnen doen, vaardigheden die typisch menselijk zijn. Zorgen dat je vasthoudend bent, consciëntieus, een originele denker, een goede onderhandelaar. Dat je goed in een team werkt, mensen weet te overtuigen, goede ideeën krijgt uit de mensen met wie je werkt. Die vaardigheden zijn de komende jaren denk ik nog belangrijker dan de meer voor de hand liggende: met digitale data kunnen omgaan en computers kunnen programmeren.”

Dat is niet heel anders dan wat nu belangrijk is, toch?

„Klopt, maar helaas leren we onze kinderen iets heel anders op scholen. Routinematig instructies opvolgen, basale dingen als lezen, schrijven, rekenen. Computers doen al die dingen nu al beter dan mensen. Het is de vraag of er over een tijd nog zoveel boekhouders nodig zijn als nu. Maar een goede coach of een empathische therapeut zullen we ook in de toekomst nog steeds nodig hebben.

„In veel landen gaat het de laatste decennia over minder fysieke arbeid, en meer kenniswerk. Een grote vergissing. Robots lopen nog heel ver op ons achter wat betreft een huis bouwen, haren knippen of een machine repareren. Fysiek voortbewegen door de wereld is iets wat wij goed kunnen, en robots voorlopig nog niet. Een verpleegster die bij je thuis komt; die moet trappen op en af, door gangen lopen en de weg vinden. Dat doen mensen probleemloos. Robots nog lang niet.”

Wat kunnen politici doen om de samenleving klaar te maken voor de gevolgen van digitalisering en robotisering?

„Op korte termijn moeten ze zaken stimuleren die de dynamiek in een economie verhogen, die zorgen voor vernieuwing. Immigratie, infrastructuur, onderwijs, ondernemerschap en onderzoek. Die zaken worden te weinig gestimuleerd in veel landen. Dat vind ik enorm frustrerend omdat het economisch gezien zo overduidelijk de weg is die we op moeten, er is veel onderzoek dat dit ondersteunt.

„Op langere termijn stellen wij een negatieve inkomstenbelasting voor. Daarbij krijgen mensen onder een bepaalde inkomensgrens hun loon automatisch door de overheid aangevuld.”

In dit systeem, bedacht door de econoom Milton Friedman, is iedereen verzekerd van een minimuminkomen. Ook leidt elke stijging in het bruto-inkomen ook tot een stijging in het netto-inkomen. „Dat vind ik elegant omdat het een aansporing bevat om te werken. Er is veel onderzoek dat bewijst dat het hebben van werk cruciaal is voor het geluk van mensen. Dat is een van de belangrijkste factoren die welzijn bepalen, iemands leven betekenis geven. Werken moet je in elk systeem stimuleren.”

Uw boek wordt vaak gebruikt als argument voor meer herverdeling van inkomen, bijvoorbeeld via een universeel basisinkomen. Wat vindt u daarvan?

„Mensen die alleen de herverdeling uit ons boek halen, lezen het te beperkt. Maar ik ben niet per se tegen een basisinkomen. In veel landen doet de overheid allerlei testen voordat je in aanmerking komt voor uitkering, je moet allerlei formulieren invullen en loketten langs. Dat is paternalistisch en bureaucratisch. Het mooie aan een universeel basisinkomen is dat het totaal niet veroordelend is: iedereen krijgt geld van de overheid.

„Maar een universeel basisinkomen krijg je ook als je dat niet nodig hebt, en er zit geen aansporing in om te werken. Het ontbreekt aan een directe impuls om wat bij te dragen en werk te zoeken. Dat zijn tekortkomingen. ”

Zijn landen die veel doen aan inkomensherverdeling, zoals Nederland, in het voordeel om de gevolgen van robotisering op te vangen?

„Dat weet ik zo net nog niet. Een economisch systeem moet én initiatief belonen, én zorgen voor de mensen die te ver achterblijven. Wat het belangrijkst is, is dat je economie ervoor zorgt dat er krachtige ideeën, nieuwe bedrijven, innovatieve technologieën komen. Je moet als land ook zorgen dat er welvaart gecreëerd wordt, niet alleen dat die herverdeeld wordt.

„Als ik gedwongen zou worden om te kiezen tussen óf technologisch vooroplopen, óf herverdelen, zou ik gaan voor vooroplopen. Volgens mij kun je het allebei doen, maar vooruitgang moet wel van íemand komen. Als je de vernieuwing leidt, houd je de toekomst in eigen hand.”

Welke landen doen dat volgens u het best?

„Landen die de transitie omarmen en vooroplopen, doen het veel beter dan de landen die zich ertegen verzetten en wensen dat de wereld hetzelfde wordt als gisteren, zoals wel gebeurt in sommige Europese landen. Niet om op te scheppen, maar de Verenigde Staten zijn de duidelijke leider in de digitale revolutie. China is de grootste markt ter wereld voor industriële robots. In Israël gebeuren gave dingen met robots.

„Maar van sommige Europese landen krijg ik de indruk dat ze liever hadden dat dit hele gedoe niet gebeurde. De gewelddadige protesten laatst tegen de taxi-app Uber in Parijs zijn een helder voorbeeld van mensen die het verleden tegen de toekomst willen beschermen. Ik zou eerder de toekomst tegen het heden willen beschermen.”