Tien jaar cel voor een steen

Iedere vrijdag is het raak. Palestijnse jongens gooien stenen naar Israëlische militairen. De straf wordt nu flink verhoogd. Een stenengooier kan tien tot twintig jaar de cel in gaan. Waarom? En zal dat het gooien stoppen?

Als stenengooiers na het uitzitten van hun straf in het dorp terugkomen, wordt er een feest gegeven. Foto Mohamad Torokman / Reuters

Ze waren het gezicht van de Eerste en Tweede Intifada: jonge jongens met een keffiyeh om hun hoofd geknoopt, die stenen gooien naar Israëlische militairen. Maar ook zonder intifada vliegen de stenen door de lucht. Israël heeft vorig jaar duizend Palestijnen aangeklaagd voor het gooien van stenen, onder wie kinderen van twaalf jaar oud.

Meer dan 99 procent van de stenengooiers wordt ook veroordeeld. Anders dan Joodse kolonisten, die zich moeten verantwoorden bij civiele rechtbanken in Israël, vallen de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever onder militair recht.

Op de Westelijke Jordaanoever, exclusief Oost-Jeruzalem, golden al hoge straffen voor stenengooiers. Nu worden ook binnen Israël de straffen voor stenengooien drastisch verhoogd. De Israëlische Knesset stemde deze week in met een wetsvoorstel waarmee tien jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd, of zelfs twintig als bewezen wordt dat het de intentie was om de inzittenden van een voertuig te verwonden. „Een stenengooier is een terrorist, en alleen een fatsoenlijke straf kan hem afschrikken”, verklaarde minister van Justitie Shaked. De nieuwe wet zal vooral effect hebben op de Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem.

Tot nu toe stond er in Israël maximaal twee jaar cel op het gooien van stenen. Als niemand gewond was geraakt, kwamen stenengooiers er geregeld vanaf met drie maanden. Dat Israël het vergrijp ernstig neemt, blijkt wel uit de hoogte van de straf. Twintig jaar is bijvoorbeeld ook de maximumstraf in Israël voor doodslag. Wie iemand doodrijdt, gaat maximaal drie jaar de cel in. Moeders met een postnatale depressie die hun kind doden, krijgen maximaal vijf jaar.

De verhoging van de straf op stenengooien past in het profiel van de nieuwe Israëlische regering, die in mei is aangetreden. Sommige ministers wilden zelfs een wetsvoorstel steunen waarmee terroristen die uit nationalistische motieven een moord plegen de doodstraf zouden krijgen. Op last van premier Netanyahu hebben ze die steun ingetrokken. >>

>> De stenengooier is dus een terrorist in de ogen van Israël – maar hij is een vrijheidsstrijder in de ogen van de Palestijnen. Sinds 1967 bezet Israël de Westelijke Jordaanoever. In alle aspecten van het leven staan de 2,9 miljoen Palestijnen die daar wonen onder Israëlische controle. Israël bepaalt bijvoorbeeld door middel van checkpoints of ze binnen de Westelijke Jordaanoever van A naar B mogen reizen. Israël bouwt illegale nederzettingen, soms zelfs op Palestijnse privégrond. Israël exploiteert de grondstoffen van de Palestijnen. En Palestijnen lopen de kans om ’s nachts van hun bed te worden gelicht – routinecontrole.

De Palestijnen verzetten zich nog steeds tegen de bezetting, ook al heet het nu dan geen intifada. En daarom is het elke vrijdag weer raak, op verschillende plekken op de Westelijke Jordaanoever, waaronder Oost-Jeruzalem: Israëlische ordetroepen staan met hun traangasgranaten tegenover Palestijnse jongens met een steen in hun hand. Het is altijd de vraag wie er begint. Provoceren de ordetroepen met hun aanwezigheid in Palestijnse buurten? Of beginnen de jongens stenen te gooien, waarna de Israëliërs reageren?

Vraag het aan Yousef Atwan uit Al-Khadr, bij Bethlehem. Zijn zoon, Mohammed, werd op 20 mei van dit jaar gearresteerd voor stenengooien. Hij kreeg acht maanden celstraf.

Yousef zegt telefonisch dat het „normaal” is voor kinderen die onder bezetting leven om stenen te gooien. „In de periode dat Mohammed gearresteerd werd, waren er elke dag rellen. Het Israëlische leger is altijd aanwezig in ons gebied. Ze komen het dorp binnen en provoceren de kinderen om te gaan rellen. Mohammed had al het een en ander meegemaakt: zijn jongere broertje werd geraakt door een kogel, en zelf werd hij in zijn oog geraakt door het geweer van een soldaat toen hij aan het voetballen was. Het scheelde niet veel of hij was zijn gezichtsvermogen kwijtgeraakt.”

Mohammeds ouders kunnen hem niet bezoeken. Alleen zijn negenjarige broertje werd een keer toegelaten. Volgens zijn vader bevindt Mohammed zich in een slechte situatie. „Het is een kind dat met zijn vriendjes zou moeten spelen. In >> >> plaats daarvan zit hij tussen vier muren. Hij voelt zich slecht. Vooral mentaal is hij erg moe.” Ook zou hij niet goed worden behandeld in de gevangenis. Volgens Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties, lijkt de „slechte behandeling van kinderen die in contact komen met het militaire detentiesysteem wijdverspreid, systematisch en geïnstitutionaliseerd”.

Gerard Horton, een Brits-Australische advocaat die in bezet Palestijns gebied de vrijwilligersvereniging Military Court Watch opzette, denkt dat de nieuwe wet een afschrikwekkend effect zal hebben. „Natuurlijk zullen er nog steeds stenen worden gegooid. Maar Israël heeft zo zijn methoden om hele dorpen te straffen voor het gedrag van een stenengooier. Dan kijken ze voortaan wel uit.”

Op het eerste gezicht, zegt Horton, lijkt het alsof stenengooiers na het uitzitten van hun straf worden binnengehaald als helden in hun woonplaats. „Er wordt een groot feest gegeven, en het martelaarschap van de stenengooier wordt benadrukt.” Maar onder de oppervlakte, aldus Horton, is er ook wantrouwen. „Zijn dorpsgenoten weten dat hij is ondervraagd. Heeft hij misschien namen prijsgegeven? Ouders willen misschien wel niet dat hun kinderen nog langer omgaan met een stenengooier, want dan lopen zij het risico ook te worden aangeklaagd.”

De vraag speelt wat de grens is tussen legitiem verzet tegen de bezetting en terreur. Israël ziet het gooien van stenen als terreurdaad. Maar in 1987 nam de Algemene Vergadering van de VN een resolutie aan waarin een bepaalde mate van verzet tegen een bezettingsmacht legitiem werd genoemd. Israël en de VS waren de enige twee landen die tegen stemden. Twee jaar geleden baarde journaliste Amira Hass van de krant Haaretz opzien toen ze stenengooien „het geboorterecht en de plicht” noemde van „iedereen die is onderworpen aan buitenlandse overheersing”, alsook een „metafoor van bezetting”. Dit werd in Israël overwegend gezien als het goedkeuren van geweld. Maar behalve zeer felle kritiek kreeg Hass ook bijval, zoals van het gezaghebbende Israëlische internetmagazine +972: „De enige manier om stenengooien te stoppen is door de bezetting te beëindigen.” <<