Tegenwind doet de vlieger stijgen

Wim Anker (62) werkt al zijn hele leven nauw samen met zijn broer. Tot die twee jaar geleden een ongeluk kreeg. „Ik ben een emotionele man, maar in mijn werk doe ik niet anders dan opkroppen.” 

Foto: Andreas Terlaak

Kunstmatige scheiding

„Toen Hans en ik geboren werden stonden we al met 2-0 voor, zeg ik altijd. Vader was burgemeester, moeder was er voor de zieke en nooddruftige mensen. Een sociaal en warm gezin. En dan kwamen we ook nog uit één ei. Ik heb een broer die nagenoeg hetzelfde denkt en doet. Broer, kameraad, vriend, confrère. We wonen met onze partners in Akkrum, zitten 39 jaar in de evenementencommissie, 40 jaar bij sc Heerenveen naast elkaar op de tribune en gaan al 57 jaar naar hetzelfde hotel in Zuid-Limburg. Het is sprookjesachtig. Het moment dat we kantoor begonnen was markant, want toen brachten we een kunstmatige scheiding aan. Hans werd de man van binnen, ik van buiten.”

Tweede droom

„Vóór zijn ongeluk was Hans een stoomwals. Hij riep altijd: ‘Ik ga door tot mijn tachtigste, dat houdt mijn geest lenig.’ Ik was realistischer, dacht:vanaf 65 jaar gaan we langzaam afbouwen. Dat is het mooie van de advocatuur: je hoeft geen honderd zaken per jaar te doen, je kunt ook met tien door. Ik heb ook altijd gezegd dat we samen moeten stoppen. Wij zijn zo gelukkig met dit kantoor omdat het Anker & Anker is. Het is nooit Anker geweest. En toen kreeg Hans op 30 december 2013 dat verkeersongeval. Beide benen verbrijzeld, maanden alleen maar liggen, revalideren. We zijn nu 62 jaar, en voor het eerst hebben we een echt gesprek gehad over onze toekomst. Wat mij betreft is het moment van afbouwen dichtbij. Via een glijdende schaal naar een functie bij sc Heerenveen, onze tweede droom.”

Grenzelozer

„Ik ben drie keer langdurig overspannen geweest. Het ging sluipenderwijs, opeens kon ik de krant niet meer lezen. Mijn praktijk was loodzwaar geworden, de balans was zoek. Het begon met Ferdi E., de moordenaar van Gerrit-Jan Heijn, die eind jaren tachtig voor ons provinciale kantoor koos. Daarna meldden zich meer verdachten met een dreigend levenslang of 30 jaar en tbs. Wij namen die zaken aan, staan principieel iedereen bij. Dan werd er intern gezegd: dat is een klusje voor Wim. Ik riep: ‘Geef mij maar een hopeloze zaak, ik hou van knokken.’ Uiteindelijk bezweek ik onder de dossiers. Deze cliënten raak je ook nooit meer kwijt. En ik had weinig successen. Hans ging naar een zaak, kreeg vrijspraak en kwam met een glimlach terug. Dat had ik niet. Ik ben ook grenzelozer, zegt Hans. Ik neem te veel zaken aan, zoek mijn cliënten vaak op, ben consciëntieus . Hij houdt mij nu beter in de gaten. Komt er weer een drievoudige moord binnen, dan zegt hij: ‘Geef nou aan A en B en doe zelf wat heling en diefstal. En neem een jonkie als een zaak goed afloopt.’”

Taboe

„Zomergasten 2005 met Connie Palmen is voor mij memorabel. Binnen kantoor is hevig gediscussieerd of ik wel moest gaan en of ik dan mocht benoemen dat ik al een jaar overspannen was. Een advocaat is immers een vechter. Ik zei: ‘Als ik ga, vertel ik alles.’ Ondanks dat ik niet in beste doen was, dacht ik: dit kan ik. Ik heb ook niet overwogen om samen te gaan, alleen heb ik meer rust. Ik kreeg 1.500 brieven, faxen en ansichtkaarten, van politici, rechters, officieren, psychiaters, dominees. En meer dan 150 van advocaten. Die schreven: ik voel me gesterkt. Kennelijk was het een taboe. Een advocaat zegt niet: het lukt even niet. De afgelopen weken heb ik een stapel brieven herlezen. Ik was geraakt. Ze waren zo mooi. Dat heb ik in 2005 dus niet meegekregen.”

Horizon

„Ik strijd al een jaar of twintig voor enig perspectief voor levenslanggestraften. Uit oogpunt van humaniteit. Ik heb zes cliënten met levenslang en ik zie wat het met ze doet. Er is geen horizon, dus is er depressiviteit, lethargie. Sociale contacten worden niet onderhouden, er wordt niet gestudeerd. Waarom zou je? In beginsel is er nu incidenteel verlof mogelijk. Het is een wonder. Op 8 juni zat ik bij Oog in oog, vertelde dat de politiek weigerde te kijken naar buurlanden, niet luisterde naar het Europese Hof of naar de Raad voor Strafrechtstoepassing. Gewoon, vasthouden aan eigen beleid. ‘Dat houden ze niet vol’, zei ik. Vier dagen later was staatssecretaris Dijkhoff om. Ik weet van vier van mijn levenslangen dat ze nu weer gaan leven.”

Wetsvoorstel

„Gratie is een politiek-gevoelig instrument, want het is de minister die beslist. Ik wil een toetsing door een rechter na twintig jaar, maar voorlopig komt die er niet. Drie jaar geleden zijn we met het Forum Levenslang bij alle Tweede Kamerfracties geweest om te lobbyen. We hadden een wetsvoorstel voorbereid. Er waren partijen die ronduit zeiden: ‘Anker, je hebt helemaal gelijk. Maar we steunen je niet. Dan worden we electoraal opgevreten door de VVD en de PVV.’”

Eenregelig briefje

„Ik vind het mooi om als eenling te strijden tegen die machtige apparaten met geld en bevoegdheden. Don Quichot. ‘Het is de tegenwind die de vlieger doet stijgen’, luidt ons kantoormotto. Als ik een inzinking had, in die loodzware Robert M.-zaak, dan sloeg mijn broer me op de schouder en zei: ‘Wim, denk eraan!’ We hebben verzoeken gehad, maar ik zou nooit naar de andere kant willen. Ik wil geen rechter worden, geen officier en geen Kamerlid. Er gaat een eenregelig briefje terug: Eens advocaat, altijd advocaat.”

Groei

„Na het uitvallen van Hans moest ik me voor het eerst met kantoor bemoeien, functioneringsgesprekken houden, op de financiën letten. Dingen waarvan ik dacht dat ik er ongeschikt voor was. Op kantoor heeft men toen gedacht: Hans ligt eruit, nou volgt Wim ook. Zeggen ze nu. Onlangs heb ik in de spiegel tegen mezelf gezegd: ‘Wim, nou ben je 62 en er zit toch nog groei in.’ Ja, daar ben ik best trots op.”

Distantie

„Als Heerenveen scoort, juich ik hard en lang. Laatst sprak iemand me daarop aan, ik zei: ‘Dat komt omdat ik in mijn werk nog nooit heb gejuicht.’ Ik ben een emotionele man, maar in mijn werk doe ik niet anders dan opkroppen. Als een verdachte van moord wordt vrijgesproken dan vertoon ik geen enkele emotie, want er zitten nabestaanden in de zaal. Dat leer ik jonge collega’s: niet juichen in de rechtszaal, niet in de hal, niet op straat. Pas in een café verderop, maar dan is de euforie al weg. Ooit ben ik Ferdi E. gaan opzoeken toen hij thuis zat met een enkelband. Ferdi was een intelligente man, tijdens zijn zaak werkten we intensief samen. Na dat huisbezoek zei Hans: dat doe je nooit meer. Terecht. Professionele distantie. Maar ik had een band met Ferdi.”

Geamputeerd

„Ik voel me de laatste anderhalf jaar geamputeerd. Het is moeilijk om Hans zo te zien. Vanuit het bruisende leven, boem, vier keer per dag door mensen van de thuiszorg te worden opgetild omdat je niets kan. De man is er weer, werkt weer, daar ben ik dolblij om, maar hij is nog niet de oude. Die benen, dat zijn platen, pennen en schroeven. Hij loopt op ijzer, maar hij loopt. Het probleem is dat hij door stabiliteitsklachten niet lang kan staan. Onze zaken vergen dikwijls een pleidooi van 1,5 tot 2 uur. Hij weigert te zitten. Slechts staande kan een advocaat met kracht en overtuiging pleiten, dat is onze visie. In januari werd ik door vakgenoten uitgeroepen tot meest gewaardeerde advocaat. Toen heb ik gerefereerd aan Hans. Dat ik blij was met de waardering, maar vooral omdat die komt in zo’n verschrikkelijk moeilijk jaar.”