Technologie verandert de wereld: wetgever moet hollen

Houden verouderde wetten en regels de modernisering van de samenleving tegen? Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) stuurde deze week een brief naar de Tweede Kamer waarin hij toezegt te onderzoeken welke regels moeten worden aangepast aan de maatschappij van de 21ste eeuw.

Airbnb en Uber zijn de bekendste voorbeelden van nieuwe bedrijvigheid op basis van digitale technologie waarmee bestaande wetten op gespannen voet kunnen staan. Maar het zijn niet de enige. Dit gaat ook over 3D-printers die in de klassieke maakindustrie een omwenteling kunnen veroorzaken. Over drones die toegang tot het luchtruim bieden aan dienstverleners die tot nu toe aan de grond waren gebonden. Over sensor- en locatietechniek die voertuigen onafhankelijk van chauffeurs maken. En natuurlijk over de opmars van aanraakschermen, geheugencapaciteit en 4G-netwerken die alle informatie- en kennis overdracht van tekst, geluid en video tussen burgers revolutionair veranderen.

Dergelijke ontwrichtende technieken hebben doorgaans pas succes als ze massa ontwikkelen. En om dat voor elkaar te krijgen, worden bestaande regels gauw afgeschreven. YouTube trok zich ook pas wat van auteursrecht aan nadat deze website een dominante positie op de markt had verworven. Uber en Airbnb zijn karakteristiek in hun techno-optimisme én in hun afkeer van regulering, kenmerkend voor het libertaire Silicon Valley-milieu. Zij streven à la Google marktdominantie na. Wat ook zo maar kan lukken. Dergelijke wereldbedrijven zijn dus niet ongevaarlijk voor afzonderlijke staten. Voorlopig is hun invloed op de taximarkt en die van de tijdelijke woningverhuur alleen met enige moeite disruptief te noemen. En er zijn zeker nieuwe, en vooral eenduidige, regels voor nodig. Niemand verlangt naar een nieuw aanbod van onveilige taxi’s, uitgebuite chauffeurs of brandgevaarlijke toeristenappartementen.

Kamps brief noemt meer interessante voorbeelden van wetgeving die mogelijk op gespannen voet komt te staan met de toekomst: insecten als diervoeding, zelfrijdende voertuigen en de oude wettelijke verplichting voor fysieke post. Maar het meest urgent is het onderwerp big data: het grootschalig verzamelen, combineren en uitbaten van digitale gegevens, met name van personen, hun locatie, voorkeuren, gezondheid en gewoontes.

Het is de vraag of de bestaande wetgeving op het gebied van privacy de ontwikkelingen op dit moment kan bijhouden. Dat is van groot belang voor de burger, voor wie het onduidelijk is of de persoonlijke levenssfeer en persoonskenmerken afdoende door de wet worden beschermd. Maar modernere, consistente wetgeving is minstens zo belangrijk voor het bedrijfsleven dat zich met big data bezighoudt. Dat moet ook weten waar het aan toe is. Deze bedrijfstak verandert snel.

In die zin is, hoewel toe te juichen, het initiatief van Kamp aan de late kant. Wetten en regels lopen altijd achter bij de vooruitgang. Naarmate de veranderingen in bepaalde delen van de economie en samenleving sneller gaan, zal ook het proces van wet- en regelgeving actiever moeten worden. Het alternatief is dat de modernisering wordt afgeremd. Of dat bedrijven in hun jacht naar vernieuwing een juridisch terra incognita in buitelen. Geen van deze twee vooruitzichten is wenselijk. Kamps departement van Economische Zaken, dat al geruime tijd zoekt naar een nieuwe rol in de taakverdeling tussen de ministeries, kan aan de slag. En het heeft, aannemelijk, ook alle capaciteit om snel resultaten te leveren.