Strijkkwartet in de vrije natuur

Festival Wonderfeel: klassieke muziek in de sfeerverhogende natuur met een aandachtig luisterend publiek en een verrassend goede akoestiek in de diverse tenten. Foto Maurice Boyer

Zachtjes tikt de regen vrijdagmiddag op de Strijkkwartettentent, terwijl het Dudok Kwartet een introverte en gebalanceerde lezing geeft van Brahms’ melancholische Eerste strijkkwartet. De meerwaarde van het driedaagse festival Wonderfeel is meteen wel duidelijk: klassieke muziek in de sfeerverhogende natuur, met een aandachtig luisterend publiek en een verrassend goede akoestiek in de diverse tenten.

Maar ook de kwetsbaarheid van dit nieuwe festival op een landgoed in ’s-Graveland wordt onmiddellijk getoond: wegens noodweer en code geel is de tweede festivaldag vandaag op last van overheidsinstellingen volledig afgelast. De akoestisch fraai ontworpen tenten zijn niet stormbestendig, vallende takken zijn een ander begrijpelijk risico. De camping is ontruimd, kaarthouders mogen op zondag terugkomen.

Een Lowlands voor de klassieke muziek, zo werd het nieuwe concept Wonderfeel in de aankondigingen gemakshalve meestal betiteld. Maar nu Wonderfeel de eerste dag achter de rug heeft, is de vergelijking met Into The Great Wide Open (het festival op Vlieland) beter: Wonderfeel is intiem, informeel en lommerrijk. ’s Avonds krijgen de bomen sfeerlichtjes, de catering is in orde, over de prijzen wordt zoals bij elk hip festival geklaagd.

Openluchtbeleving

Nog veel meer dan, zeg, het Grachtenfestival en de NJO Muziekzomer benadrukt Wonderfeel de openluchtbeleving. 25 hectare telt het landgoed Schaep en Burg, normaliter een buitenplaats waar Natuurmonumenten hoofdkwartier houdt. Een grote weide, lanen met statige hoge bomen en intieme veldjes en vijvertjes bieden groene variatie voor de bezoeker die op weg is van bijvoorbeeld de tent ‘Weeshuis van de hits’ naar een experimenteel onderdeel in ‘Nooit van gehoord’. Het cross-overpodium Fusion of the arts geurt naar hooi. In een schuur worden documentaires vertoond. Pianiste Daria van den Bercken moet tijdens het spelen een wesp negeren.

Logischerwijs speelt men deze eerste editie op safe: de line-up wordt gedomineerd door de usual suspects van het Nederlandse muziekleven, die waarschijnlijk voor een vriendenprijs zijn ingehuurd. Is dat erg, als het publiek vooral voor de combinatie muziek-omgeving komt? Hoewel het festivalterrein met zo’n 1.500 aanwezigen meestal rustig oogt, puilen veel tenten uit en is de publieke bijval zeer gul.

Toch worden de spraakmakende internationale sterren een beetje gemist. Hoe virtuoos de hyperkinetische pingpongmuziek van blokfluitist Erik Bosgraaf en gitarist Izhar Elias ook is, het doet vooral fijn vertrouwd aan om dit duo in actie te zien. Hetzelfde geldt voor harpist Remy van Kesteren, die charmeerde met toegankelijke moderne muziek en een aardige eigen compositie. Dat tijdens zijn optreden Braziliaanse samba van links kwam overwaaien, en van rechts groot applaus voor jonge zangers van de Reisopera, droeg bij aan de gemoedelijke festivalsfeer.

De juiste toon werd getroffen door 7090 in het absurdistische De Kwalstrik van de Franse componist Erik Satie. Terwijl piano, blaas- en speelgoedinstrumenten tetterden, werd het publiek gevraagd een 3D-bril op te zetten en men deed dit massaal. Het effect: nul uiteraard, want de musici zijn reeds driedimensionaal.

Creatief waren de musici die het bos in werden gestuurd met de opdracht binnen een uur met een gloednieuwe compositie te komen. Ruisende bladeren en een cornet in krooswater waren het resultaat. Kitsch was daarentegen de lelijk versterkte zangeres die in witte jurk op een vijver dreef.

Het publiek varieerde van jonge vrouwen met kistjes en blauw haar tot senioren met nordicwalkingstokken. Toch domineerden als gewoonlijk bij klassieke muziek de vijftigplussers. En een onmiddellijk doorslaand succes als Into The Great Wide Open (met eenzelfde maximum van 5.000 bezoekers) is het niet. Hopelijk komt Wonderfeel de financiële tegenslag van de afgelaste festivaldag te boven en bereikt het de komende jaren een nóg avontuurlijker mix van musici en toeschouwers, want de formule is goud waard. Zondag kan men alvast uitkijken naar onder meer Reinbert de Leeuw, Marco Beasley en ensemble Ludwig.