Stralende kunst in Fukushima, als protest

Kritische Japanse kunstenaars stellen kunst van Ai Weiwei en anderen tentoon in besmet gebied. 

Kunst, onzichtbaar als radioactieve straling. In het verlaten, met radioactiviteit besmette gebied rond de kerncentrale in Fukushima in Japan is onlangs een tentoonstelling ingericht, met werk van Japanse en internationale kunstenaars. Het gaat om kunstwerken van onder anderen Ai Weiwei, Taryn Simon en Ahmet Ögüt, speciaal gecreëerd voor deze locatie met medewerking van voormalige bewoners. De tentoonstelling Don’t Follow The Wind is te zien in drie geïnfecteerde gebouwen – een huis, een magazijn en een boerderij. 

Het Japanse kunstenaarscollectief Chim Pom initieerde de tentoonstelling en organiseerde die samen met de Amerikaanse criticus en curator Jason Waite, de Japanse curator Kenji Kubota en het Italiaanse artiesten-duo Eva en Franco Mattes. „We droegen allemaal overalls, handschoenen en maskers”, vertelde Eva Mattes aan the Art Newspaper. Op een gepubliceerde foto is het curatorteam te zien, terwijl het een van de drie besmette locaties bezoekt. „Maar die beschermen je alleen tegen radioactieve stof. De straling gaat nog steeds door je lichaam heen: je kunt het niet zien, proeven of horen. Dat is ook het idee van de tentoonstelling: hoe laat je iets zien wat je niet kunt zien?”

De kerncentrale van Fukushima werd in maart 2011 na een zeebeving getroffen door een tsunami, met een kernramp als gevolg. Door het langdurig uitvallen van de elektriciteit, raakten de reactoren oververhit, en ontstond een gedeeltelijke meltdown van de splijtstofstaven. Er vonden explosies plaats, waarbij veel radioactief materiaal vrijkwam. Tienduizenden bewoners hebben de plek des onheils, in een straal van 20 kilometer rond de centrale, verlaten. Voor sommige kunstenaars is het gebied juist interessant geworden. Met de wens om kunst te maken als een reactie op het late ingrijpen van de overheid na de kernramp, zijn jonge, ambitieuze Japanse kunstenaars zoals Kota Takeuchi en het collectief Chim Pom erheen getrokken.

De Japanse kunstenaar Kota Takeuchi heeft zich sinds 2012 al in het gebied gevestigd. Hij werd vooral bekend door een video met de naam Finger Pointing Worker, die op internet rondging. Takeuchi was vrijwillig schoonmaker van het twintig vierkante kilometer geïnfecteerde gebied, dat in handen was van Tokyo Electric Power Company (Tepco). Het bedrijf had camera’s in het gebied geplaatst, om de schoonmaakwerkzaamheden live via het internet aan geïnteresseerden te kunnen laten zien. Takeuchi is in 2011, gekleed in een witte overall, met handschoenen aan en een masker op, voor de lens gaan staan en heeft vijftien minuten lang bewegingloos met een beschuldigende vinger naar de camera gewezen. In de nieuwe tentoonstelling is een foto van hem te zien, waarop hij samen met een collega kleding draagt van vertrokken bewoners.

Het kunstenaarscollectief Chim Pom, dat meerdere Fukushima-gerelateerde exposities maakte, bezocht het stralingsgebied ook niet voor het eerst. In april 2011, een maand na de Tsunami, liepen de kunstenaars – rokende reactoren nog op de achtergrond – naar een punt in het gebied aan de Stille Oceaan. Ze plaatsten een witte vlag in de grond, waar ze vervolgens een rode stip opspoten, naar gelijkenis van de Japanse vlag. Daarna tekenden ze er drie vlakken omheen, waardoor het internationale symbool voor radioactieve straling ontstond. De filmmontage ervan, REAL TIMES, was in 2014 in het New Yorkse Museum of Modern Art te zien.

Mensen die de tentoonstelling willen bezoeken, moeten om veiligheidsredenen nog jaren wachten. Daarom zal vanaf 19 september in het Watari Museum of Contemporary Art in Tokio een ‘niet-bezoekers centrum’ openen. Hier kunnen bezoekers een glimp van het project opvangen, door beschrijvingen en impressies, waaronder reacties van voormalige bewoners, van de werken te lezen en te bekijken.