Smeulende liefde

We gingen voor het eerst samen op vakantie. waren jong, arm en hevig verliefd, een combinatie die maakte dat ‘goed eten’ niet erg hoog op ons prioriteitenlijstje stond. Volkomen onnodig om een campinggasstelletje mee te nemen. Wij hadden genoeg aan de zon, de zee en de liefde. Nou ja, vooruit, op het laatst verdween er toch nog een barbecuetje in mijn vriendjes aftandse Fiat Panda. Je wist maar nooit.

Zelden at ik zo goed als tijdens deze trip. De eerste avonden leefden we op tomaten, olijven en tonijn uit blik – vraag me niet hoe we die blikjes open kregen; met onze tanden die toen nog onverwoestbaar leken? Maar toen belandden we op een vismarkt, kochten er de goedkoopste vis en schaften twee flessen dito wijn, een fles olijfolie en een zak houtskool aan.

Die avond kampeerden we op het strand, roosterden de vis boven smeulende kooltjes en werden dronken terwijl de donkere avondlucht wit, goud en geel oplichtte van het vuurwerk waarmee in het dorp verderop een of andere feestweek werd ingeluid. Het was een uiterst eenvoudige vis en zeker een eenvoudige wijn, maar we kregen de smaak te pakken.

Nadat we een deel van ons vakantiebudget hadden omgezet in een lichtgewicht pan, een houten plank en een mesje, bereidden we de rest van die vakantie iedere avond een maaltijd op ons barbecuetje. We kookten er pasta op, die we aten met verse pesto uit de plaatselijke alimentari. We grilden groene asperges, overgoten ze met olijfolie en citroensap en aten ze met schilfers Parmezaanse kaas. We poften aardappels en grilden vis en af en toe vlees en oh, als ik er nog aan denk, wat smaakte dat allemaal goddelijk.

Ik heb in geen jaren gekampeerd. Maar als ik het nu zou doen, zou ik geloof ik alleen maar een klein barbecuetje meenemen. Het hele idee van kamperen is tenslotte dat het je zo prettig in contact breng met het primitieve in jezelf. En werkelijk alles gaat lekkerder smaken van een houtskoolvuurtje. Zelfs spaghetti, zo leek het. Of lag dat misschien toch aan die verliefdheid?

Janneke Vreugdenhil