Paling jatten uit andermans fuik

Palingstroperij

Friese palingvissers treffen steeds vaker hun fuiken geleegd of vernield aan. Het anti-stroperijteam van de Friese politie is opgeheven en restaurants kopen ook van de stropers.

Palingvisser Ale de Jager, met vakantiehulp Jurre: „Dit is een leuke fuik.” De Jager is een van de twaalf Friese beroepsvissers die schade lijden door het leegroven van hun fuiken en vernieling van vistuig. Foto’s Kees van de Veen

Palingvisser Ale de Jager (52), geel oliepak, bruin gezicht, stuurt zijn ijzeren vlet over het Pikmeer bij Grou. Hier heeft hij diverse fuiken liggen, die hij met een lange, houten kubstok omhoog licht. Vakantiehulp Jurre (14) staat klaar met een schepnet om de spartelende vangst op te diepen. „Dit is een leuke fuik,” constateert De Jager. „Er zitten twaalf palingen in.” Een paling, dik als een komkommer, kronkelt in het net. „Die is wel 25 jaar oud” weet De Jager. Kleine palinkjes gooit Jurre weer overboord. De Jager: „Die kunnen nog groeien.” Ook de bijvangst gaat het water weer in. Meeuwen en visdiefjes cirkelen boven het bootje om een visje te bemachtigen.

Vanuit de Hellingshaven in het Friese watersportdorp meert De Jager om de drie à vier dagen af, om zijn fuiken te legen. Hij vist op paling, snoekbaars en zeelt. De Jager is een van de twaalf Friese beroepsvissers die schade lijden door het leegroven van hun fuiken en vernieling van vistuig.

Vorig jaar werden in Friesland 28 fuiken gestolen, 53 vernield en 178 geleegd, volgens bestuurslid Minne Boersma van de Bond van Friese Binnenvissers uit Harlingen. De schade bedroeg 13.375 euro. In 2013 was dat nog 10.000 euro. „Het probleem wordt steeds groter”, concludeert hij. „Mogelijk ook omdat het speciale antistroperijteam van de Friese politie in 2009 is wegbezuinigd. Er is nu minder controle.” Een slechte zaak, vindt Boersma. „Beroepsvissers worden toch ook gecontroleerd? Bij het aanlanden van vis moeten wij de vangst melden. Soms komt er een inspecteur kijken of de hoeveelheid overeenkomst met de melding.”

Bij de politie kwamen onlangs 25 meldingen binnen van Friese beroepsvissers. Vooral in afgelegen wateren slaan stropers of vandalen toe. „Vorig jaar was het bar en boos. Mijn fuiken zijn zeven keer aan gort gesneden”, zegt De Jager. „Een schadepost van 6.000 euro. En dan reken ik de opbrengst aan vis nog niet eens mee.” De gestolen vis wordt vaak illegaal verhandeld aan restaurants en viskramen, zegt de politie. Een lucratieve handel, want een volle fuik paling en snoekbaars levert al gauw 150 euro op.

De Jager heeft een klant van hem, een restaurant, er wel eens op aangesproken. „Ik heb gezegd: ik lever niet meer als jullie ook illegale vis op de kaart zetten. Ze boden hun excuses aan. Het zou niet weer gebeuren.” Boersma vindt dat elke horecaondernemer de leverancier om zijn visakte zou moeten vragen. Dan vallen ‘zwarte’ vissers vanzelf door de mand.

Een aantal fuiken heeft De Jager met opzet in de buurt van de woonarken op het Pikmeer gezet. „Hier is sociale controle. Iedereen weet dat die netten van mij zijn. Ik ken de mensen in de arken en als die wat zien, bellen ze me.”

Maar op verlaten plekken is geen toezicht. Niet alleen de financiële schade, ook de emotionele schade van diefstal en vernieling is groot, vertelt de visser. „Elke keer als ik naar mijn fuiken vaar, hou ik mijn hart vast. Wat zal ik aantreffen? Vooral in de herfst als de vangsten het grootst zijn, wordt er het meeste geroofd.”

De Jager heeft vorig jaar twee dieven op heterdaad betrapt. Een tipgever belde hem toen die een bootje zag bij De Jagers fuiken op de Zwette bij Leeuwarden. „Ik ben er met mijn zoon naar toe geracet, honkbalknuppels in de auto. Het leek wel wild west. Het waren twee mannen die zeiden dat ze uit Leeuwarden kwamen en een visje wilden vangen. Nou, ze hadden de fuik kapot gesneden. Ik heb de politie gebeld die ze bij Grou kon aanhouden.” De Jager is overigens vol lof over de politie. „Ik hoef maar te bellen of ze zetten een team op de zaak. Ze zitten er bovenop.”

De Jager is twaalf jaar beroepsvisser. Daarvoor was hij timmerman. Hij mag jaarlijks een quotum van 2.680 kilo vissen. „Ik vis op 1.000 hectare, zo’n 30 kilometer tussen de Zwette in Leeuwarden en Drachten.”

Het is een zwaar beroep. „Bij zomerdag lijkt het leuk in je T-shirtje op je vlet. Maar als het stormt en regent is het houwen en keren en zit je onder de drek op een schommelende boot. Toch wil ik niks anders.” Nooit overwogen te stoppen door de ellende die visstropers aanrichtten? „Nee,” klinkt het beslist. „Toegeven aan misdaad wil ik nooit.”