Oerslang met pootjes

Illustratie Julius Cstonyi

125 miljoen jaar geleden hadden slangen nog pootjes. Drie paleontologen beschreven gisteren in Science voor het eerst een fossiel van een oerslang met vier poten. Het fossiel laat zien dat de voorouders van slangen op land leefden en niet in het water, zoals sommige biologen dachten. De slang kon niet lopen. Daarvoor waren de pootjes te iel. Waarschijnlijk waren het grijpklauwtjes, om een prooi mee vast te pakken bij het wurgen. Op zijn pootjes na heeft de oerslang veel weg van moderne slangen. Zo had het dier al een extra kaakgewricht in zijn onderkaak, om zijn muil extra ver open te sperren. De paleontologen doopten het beest Tetrapodophis amplectus: de ‘omhelzende vierpootslang’.